1 mei komitee
1 mei komitee logo
pensioenroof 48
pensioenkortingen 2013

Honderdduizenden gepensioneerden en miljoenen werkenden worden in 2013 getroffen
door pensioenkortingen. Sommigen al in 2012. 15 pensioenfondsen gaan korten met per jaar.

Met de krediet chaos van 2008 is de waarde van vele bedrijfsaandelen gekelderd.
Daarmee is miljarden aan op papier bestaand vermogen van de pensioenfondsen
in rook opgegaan. (58. krediet chaos)
Voor vele pensioenfondsen zakte de minimum dekkingsgraad tot onder de 105%.
Die dekkingsgraad is de verhouding tussen het belegd vermogen en de verplichtingen van een pensioenfonds. Bij een dekkingsgraad onder de 105% neemt de toezichthouder DNB aan dat het pensioenfonds niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. In dat geval moet òf de premie verhoogd worden voor de werkende deelnemers, òf de pensioenuitkeringen verlaagd worden. Òf allebei.

grafiek 48.-10.

Daarbij werd in 2008 het vermogen nog berekend aan de hand van een fictief 4% rekenrendement. Dit starre criterium is kort daarop met een wetswijziging vervangen door de risicovrij veronderstelde swapmarktrente voor 30jaarsstaatsleningen. Maar ja, zo’n marktrente heeft ook al geen vaste waarde, zoals bleek. Vanaf 2008 bleef die maar dalen. Nog wel doordat de centrale banken FED en ECB de rente manipuleren.

pensioenfondsen zijn zo verschillend naar
de verhouding van uitkeringsgerechtigden tot premiebetalers;
de gemiddelde leeftijd van deelnemers;
verschillende beleggingen met heel verschillende rendementen,
dat één en dezelfde rekenrente voor alle pensioenfondsen nooit recht doet aan de feitelijke verhouding tussen verplichtingen en bezit.

de voorgeschreven rekenrente, gebaseerd op een theoretisch model van economische ontwikkeling,
biedt zelfs de toezichthouder slechts schijnzekerheden

Toen de liquiditeit in het financiële stelsel stagneerde en zich dat met de Griekse staatsschuld tragedie voortzette, is besloten de ECB rente laag te houden op 1%. Zelfs verder te verlagen tot 0,75%. (62. loonkostenverlaging in Europa)

grafiek 48.-09.

Onder invloed daarvan zakten alle rentetarieven voor Nederland. Dus naast een lagere opbrengst voor kort uitgezet kapitaal, ook de rekenrente waarmee het vermogen van pensioenfondsen kunstmatig wordt berekend. Op korte termijn tikt dat laatste voor de dekkingsgraad van een pensioenfonds hard aan. Eind 2011 lag die rekenrente op 2,6%.

Met deze nieuwe rekenmethode is het vanaf begin 2012 uitgesloten dat het vermogen van 117 pensioenfondsen zich binnen de 5 jaar na 2008 kan herstellen. Tenzij de rente heel binnenkort stijgt. Maar dat is onwaarschijnlijk, want de Amerikaanse FED is van plan -mede om de staatsschuld te verlagen ten opzichte van andere valuta- nog minstens tot eind 2014 de rente tussen ¼% en 0% te houden. De ECB kan zich daar moeilijk aan onttrekken. Daar bovenop is ook de eurozone zo vol geld gepompt, dat alle rente tarieven zakten. Dus is het onwaarschijnlijk dat de ECB rente nog in 2013 hoger uitkomt dan 0,75%.

grafiek 48-08

Voor de 261 pensioenfondsen in onderdekking in 2012 liggen er 5 mogelijkheden tot herstel
van de dekkingsgraad open:

kortingen
Per 1 april 2013 gaan drie van de vijf grootste en meer dan 70 kleinere pensioenfondsen de pensioenuitkering korten. Iets minder fondsen dan eerder verwacht, doordat de kunstmatige rekenrente door toezichthouder DNB over een gemiddelde van drie maanden werd genomen. Maar toch. 5.600.000 pensioenen zijn verlaagd. Voor 1.100.000 gepensioneerden en de opbouw van 4.500.000 uitkeringen voor mensen die daar nog niet aan toe zijn. Zoals het er nu naar uitziet worden er in 2014 weer 700.000 gepensioneerden gepakt en de opbouw van 2.400.000 uitkeringen verder verlaagd. Het fonds voor tandartsen verlaagt in de jaren 2011 tot 2014 de aanspraken zelfs met 20%.


  pensioenfonds eerdere korting
2012 april
korting
2013 april
verwachte korting
2014 april
dekkingsgraad
2012 december
  Norit 7,0% 10,0%   97,5%
  A&O 7,0%   88,0%
  Ballast Nedam 7,0% 0,7% 93,0%
  Cabot 7,0% 3,0% 89,0%
  Cebeco 7,0% 5,0% 87,3%
  GITP 7,0% 3,1% 88,9%
  ISS 4,6% 7,0% 6,9% 86,0%
  kappers 7,0% 3,0% 90,0%
  Meneba   7,0% 1,0% 91,2%
  mijnbeambten   7,0% 0,6% 95,7%
  Rockwool   7,0%   93,6%
  Royal Leerdam 5,7% 7,0% 7,0% 84,9%
  Super de Boer   7,0% 0,8% 91,8%
  tandtechniek   7,0% 5,0% 87,4%
  vlees   7,0% 3,0% 89,1%
  Jaarbeurs   7,0% 4,2% 88,8%
  apotheek openbaar 7,0% 6,8% 2,7% 91,5%
  Hunter Douglas   6,7%   92,2%
  ODS   6,7% 0,3% 92,1%
  Capgemini   6,4%   94,8%
  PMT   6,3%   92,4%
  Alcatel Lucent   6,2%   94,3%
  notarissen   5,8%   94,0%
  Arcadis   5,6% 2,2% 93,6%
  DHV   5,6%   93,2%
  glas & verf   5,6%   94,2%
  PME   5,1%   93,9%
  Mercurius   4,4%   88,1%
  detailhandel MITT   4,3%   96,5%
  Smit   4,2% 9,0% 94,2%
  Ecorys   3,8% 0,2% 94,7%
  Hagee   3,6%   94,6%
  PNO media   3,5% 3,4% 95,6%
  Thales   3,5%   96,0%
  Elsevier   3,3% 4,3% 92,0%
  notaris medewerkers   3,2%   97,0%
  recreatie   2,9%   98,0%
  Architecten   2,8% 0,4% 95,4%
  AZL   2,5% 0,4% 98,5%
  ADM cacao   2,4%   100,2%
  Ricoh Nederland   2,3%   100,7%
  TenCate   2,3%   91,3%
  tandartsen 10,1%+3,2% 2,2% 4,0% 97,5%
  C1000   2,1% 1,1% 95,4%
  Agrar&voedselvoorziening   2,0%   99,0%
  zuivelhandel 1,8%   98,5%
  Holland Casino   1,6%   98,1%
  binnenvaart   1,5% 1,3% 96,9%
  ANWB   1,1% 1,7% 95,0%
  bakkers   0,9%   98,7%
  ABP   0,5% 1,6% 96,0%
  Getronics   0,0% 4,0% 91,7%
  Smurfit Kappa   0,0% 3,9% 94,4%
  Xerox   0,0% 1,6% 98,8%
  cultuur 7,0% ?    
  Total 1,95% in jan 2,2% in jan    
  glas & verf 6 tot 12% ?    
        

bron: pensioenfederatie 280213

sluipende koopkrachtverlagingen
Het overschakelen vanaf de 90er jaren van eindloon- naar middelloon pensioen betekent dat in 2005 al meer dan 4 op de 5 aanvullende pensioenuitkeringen uitkwam op ongeveer de helft van het eindloon. Bedenk wel dat het daarbij maar een klein deel van het eindloon betreft. Over een groot deel van het loon is immers nooit pensioenrecht opgebouwd. Deze zogeheten franchise ligt vaak ergens tussen de € 10.000 en € 15.000 per jaar, waarover dus ook niets wordt uitgekeerd. Daardoor vallen de aanvullende pensioenen bedroevend veel lager uit dan in jongere jaren verondersteld.

Daarnaast zorgt de jarenlang ingehouden inflatiecorrectie voor extra koopkracht verlies.
Bij het ABP pensioen van bijvoorbeeld sluiswachters, stadsreinigers en onderwijzers tikt dat vanaf 2012 door met een verlaging van 7,5% in de opbouw en uitkering van hun pensioen.

Dit pensioenverlies is echt niet het gevolg van de vergrijzing. Dat die vergrijzing er aan kwam was al 25 jaar lang duidelijk.

diefstal
Het pensioenverlies komt allereerst doordat bedrijven en overheid in vorige decennia grepen uit de pensioenpotten hebben gedaan en nu weigeren het achterover gedrukte vermogen
terug te storten.
De pensioenbuffers als reserve voor tegenvallende beleggingsresultaat zijn er wel degelijk geweest, maar die zijn allang weggesluisd.
Bij bedrijven naar de aandeelhouders, bij de overheid naar belasting- en premieverlaging
voor bedrijven en de hogere inkomens.

De bestuurders van de pensioenfondsen hebben dat ruim twintig jaar geleden toegelaten.
De helft van zo’n bestuur is door het bedrijf, de bedrijfstak of de overheid aangesteld. Vandaar het gemak waarmee over de vermogens werd bedisseld. Dat de andere helft van het bestuur zich er voor heeft geleend, is ook waar.
De pensioendeelnemers en gepensioneerden zijn gewoon bestolen. (48.-1. pensioenroof)

Bijvoorbeeld Philips onttrok in 1997 € 17 miljoen aan het bedrijfspensioenfonds;
in 1998 € 143 miljoen; 1999 € 129 miljoen; 2000 € 253 miljoen;
en in 2001 € 414 miljoen aan het pensioenfonds van het personeel.
Philips werd premiekorting geschonken in 2003 voor € 292,5 miljoen; 2004 € 22,3 miljoen.
Bij elkaar € 1.271 miljoen.
Daarbovenop is Philips door het bestuur van het pensioenfonds in de loop der tijd
ongeveer € 1.000 miljoen premievrijstelling toegekend.

Staples kreeg halverwege 2008 een premiekorting van 50%. De dekkingsgraad was toen 160%.
Eind 2008 nog maar 103,6%.
In 2012 in onderdekking. Veenman, inmiddels dochter van Xerox,
weigert € 500.000,- bij te betalen en hoeft dat ook niet van de rechter.

TNTpost dat zich op de borst klopt met maatschappelijk verantwoord ondernemen,
maakt winst, maar weigert de achterstand van € 85 miljoen bij te storten
in het pensioenfonds. Vindt dat het fonds beter moet beleggen.
Verandert eenzijdig het vroegpensioen.

Ook Boskalis, Philips, IBM, ECN, Optas, Unisys weigeren bijstorting.

Pensioenfonds ING kan vanaf 2009 vier jaar lang niet indexeren,
komt daarvoor € 170 miljoen tekort.
Moederbedrijf ING weigert bijstorting, heeft geen geld.
Pas na een rechtszaak en bindende arbitrage komt € 68 miljoen vrij.

Pensioenfonds ABN komt € 110 miljoen tekort.
Moederbedrijf ABN weigert alles, betaalt wel € 52 miljoen
om te compenseren voor de lagere afdracht na de komende ontslaggolf.

Elsevier beloofde in 2009 gedurende 5 jaar het tekort
bij het pensioenfonds aan te vullen met € 54 miljoen.
In 2013 blijkt de laatste termijn niet betaald te zijn,
zelfs deels geboekt als reguliere premiebetaling.

In 2013 weigert de staatssecretaris van Sociale Zaken nog maar te onderzoeken hoeveel er vanaf 1985 is gejat uit pensioenpotten. Dat zegt al genoeg.

vergrijzing
Het argument dat door vergrijzing van de bevolking, er minder mensen voor meer ouderen moeten zorgen, is een domme leugen. Dat gaat alleen op voor een omslagstelsel zoals waar de AOW uit wordt bekostigd. Maar niet voor de aanvullende pensioenen, waarvoor de mensen zelf hun loon apart moeten leggen.

Maar dan nog, ook voor de AOW bekostiging blijft het een vals argument. Want vergrijzing is niet meer dan een statistische berekening op basis van de huidige opbouw van de bevolking in Nederland. Maar Nederlandse bedrijven zijn echt niet uitsluitend aangewezen op wie op dit moment tot de bevolkingsstatistiek van Nederland wordt gerekend door het CBS. Vooral na de snelle uitbreiding van de EU is het heel makkelijk geworden om miljoenen mensen uit andere EU landen werk te laten doen in Nederland. Spanjaarden, Grieken, Polen, Portugezen, Tsjechen worden op grote schaal ingehuurd. Ze worden weliswaar daarbij niet zelden onderbetaald. Maar waar het om gaat: de bedrijven moeten voor hen wel sociale premies afgedragen in Nederland.
(62. loonkosten verlaging in Europa)

grafiek 48.-07.

hogere levensverwachting
Eenzelfde vervalsing is dat een verhoogde levensverwachting nog hogere buffers van de pensioenfondsen nodig zou maken. Allemaal op grond van voorspellingen die over 60 jaar moeten ingaan. Dit soort koffiedik kijken heeft een hoog orakelgehalte, omdat niemand de toekomst kan voorspellen. En zeker niet 60 jaar vooruit. Bovendien is het nooit mogelijk op basis van cijfers uit het verleden zoiets vast te stellen.

Het Actuarieel Genootschap extrapoleert zomaar 137 jaar vooruit met haar levensverwachting. Dat is gewoon oplichting. Het zou misschien kunnen, ja. Het zou evengoed niet kunnen. Nooit gehoord van het onvoorspelbare van een kredietchaos, een ziekte epidemie, een uit de hand lopende inflatie, kortzichtige politieke omwentelingen of de totale ontregeling, zelfs zonder oorlogen? (58.-1. Griekse tragedie)

Maar tijdens het besluitvormingsproces is de kans op een hogere levensverwachting op het meest effectieve moment geponeerd. Heel wenselijk voor bedrijven en overheid, want die willen maar al te graag hun loonkosten verlagen. Zie maar:

In de nieuwe pensioenopzet is het bedrijf vrijgesteld van iedere maatschappelijke verantwoordelijkheid voor het pensioenfonds en alle risico’s zijn verlegd naar de pensioengerechtigden. Parallel aan hoe de volksverzekeringen zijn geplunderd.
(52. plundering volksverzekeringen)


Het gevolg is dat de AOW uitkering nog sterker dan voorheen
de belangrijkste pensioenvoorziening gaat worden.
En daarom zwaar verdedigd moet worden.
Want hoe makkelijk is het niet op de AOW te bezuinigen als dat zo uitkomt?


ABP

Eind 2011 daalde de dekkingsgraad van het ABP -pensioenfonds voor overheidspersoneel en onderwijzers- naar 93,7%. Die dekkingsgraad is berekend door de bezittingen van
€ 246,1 miljard te delen door de verplichtingen van € 262,6 miljard. Om ook in de toekomst aan de betaling van pensioenen te voldoen, eist de toezichthouder DNB maatregelen zolang de dekkingsgraad onder de 105% ligt. Zo kwam het dat de te betalen pensioenpremie de laatste jaren verhoogd werd. Voor gepensioneerden is de aanpassing aan de geldontwaarding in de uitkering al geschrapt.
Het ziet er bovendien naar uit dat in 2013 de pensioenen met ½% gekort gaan worden.
Allemaal omdat het vermogen van het pensioenfonds nu te laag is.

Dat had niet gehoeven als het ABP niet bestolen was. Maar omdat het allemaal wettelijk geregeld werd, heeft het gezagsgetrouwe ABP bestuur nooit de moeite genomen de pensioendeelnemers -die verplicht een deel van hun loon moeten storten- hierover in te lichten. Tot mei 2012 toen deelnemers opheldering eisten.

In de 80er en 90er jaren van de vorige eeuw heeft de overheid ƒ 30 miljard achterover
gedrukt uit het pensioenfonds van haar personeel.
De overheid besloot domweg minder aan pensioenpremie af te dragen. Daar bovenop moest het ABP voortaan het grootste deel van de VUT voor iedereen gaan betalen.
Ook voor wie niet bij de overheid of het onderwijs had gewerkt.

Het Financieele Dagblad rekent voor (FD 250512-9) dat het ABP na de verzelfstandiging in 1996
tot in 2011 een gemiddeld rendement behaald heeft van 6,2%. Die gestolen ƒ 30 miljard
plus het rendement daarop in 15 jaar, cumulatief doorberekend, komt uit op een vermogen
van ƒ 72 miljard. Dat is ongeveer € 33,6 miljard. Met dat geroofde bedrag er nog bij zou
het ABP eind 2011 een dekkingsgraad hebben bereikt van 106,5%. Net boven de 105%.
Dan zou er dus in 2013 helemaal geen korting op de ABP pensioenen nodig zijn en ook
geen tijdelijke premieverhoging.

Vergelijkbare trucs om de staatsbegroting op te leuken, heeft de overheid uitgehaald
met de AOW en AWBZ fondsen. ( 52. plundering volksverzekeringen)


uitspelen jong tegen oud
Jongeren gaan in de nieuwe pensioenopzet minder premie betalen voor hun aanvullend pensioen. Hen wordt voorgehouden dat als ze maar toestaan dat vanaf 2015 met hun geld meer beleggingsrisico wordt genomen, er geen enkel probleem zal zijn voor hun pensioen uitkering.
Er blijft evenveel over als nu onder het -duurdere- oude stelsel.

Dit is een heel grove misleiding, want het is een gok op uitsluitend goed geluk. Een garantie op altijd positief rendement bestaat niet. Beleggen is niet anders dan spelen in het casino: soms valt het mee, vaak is de teleurstelling groter. Een variant op dit verhaal wil weer dat jongeren een hogere pensioenaanspraak behoren te krijgen bij dezelfde inleg als ouderen, omdat hun inleg langer kan renderen.

grafiek 48.-06.

De jong-oud verschillen worden vanaf 2011 propagandistisch opgeklopt tot grote tegenstellingen, met als enig doel de pensioenkosten te verlagen. Het duidelijkst is dat bij het voorstel om de uitkeringen aan de huidige gepensioneerden te verlagen, om iets over te laten voor jongeren. Maar ouderen hebben zelf hun premie voor hun aanvullend pensioen betaald, het is hun uitgesteld loon, waar jongeren niets aan bijbetalen. Jongeren hebben evenveel kansen op een fatsoenlijk pensioen als ieder ander in het oude pensioenstelsel, maar netzo min de absolute garantie. Domweg omdat zekerheid over de toekomst nooit mogelijk is.

Bestuurders van CNV jongeren en FNV jongeren zijn door het VNO misbruikt. Net zoals dat het AAV zich steevast laat gebruiken om verwarring te zaaien. Uiteindelijk snijden zij zichzelf in de vingers, doordat ze ingezet worden voor verlaging van pensioenkosten, dus loonkostenverlaging. Helemaal niet in het belang van jongeren. Samen sterk maken voor een goed pensioenstelsel biedt veel meer perspectief.


40 jaar doorwerken voor half eindloon pensioen
Het VVD / PvdA kabinet van 2012 heeft in zijn wijsheid het Museumplein akkoord van 2004 ontmanteld met een belastingingreep. Omdat zo’n matregel € 2.750 miljoen opbrengt voor de overheid. De belastingtechnisch vriendelijke pensioenopbouw is vanaf 2015 van 2,25% tot 1,75% beperkt. Dat betekent dat pas na 40 jaar werken een pensioen op 70% van het middelloon haalbaar is. Ruwweg komt dat neer op de helft van het eindloon. Daarvoor moet je dan al die jaren wel bij hetzelfde pensioenfonds zijn gebleven.

Door de lagere pensioenopbouw zullen de pensioenen over 20 tot 25 jaar -na 44 jaar werken- veel lager uitvallen dan nu. Erger nog: haast niemand maakt ooit die 40 jaar van het rekensommetje vol.

Over de vrijval van € 4.000 miljoen door de verlaagde verplichting voor pensioenfondsen wordt achter de schermen stevig gebakkeleid. Blijft het bij de pensioenfondsen? Of pikken de moederbedrijven, of de overheid het alsnog in?

Een meer evenwichtige verdeling tussen bedrijf en personeel is goed mogelijk. Als de wil er maar is.

In 1995 is er gedreigd met het afromen van pensioenvermogens met behulp van een belastingmaatregel. Bij het Nedlloyd pensioenfonds is toen besloten de pensioenen te verhogen met 7,7% en ƒ 100 miljoen naar de rederij over te hevelen.

De opbouw van het pensioen wordt vanaf begin 2013 al berekend alsof pensionering met 67 jaar al is ingevoerd. Gunstig voor de dekkingsgraad van het pensioenfonds. Maar duur voor de pensioendeelnemer, die nu langer en meer moet sparen voor hetzelfde pensioen. Bij gelijkblijvende premie is dat 5% meer betalen voor hetzelfde!

Hoe de rechten van het oude pensioenstelsel naar het nieuwe stelsel worden overgepoot, of dat beide systemen naast elkaar blijven bestaan, het is gewoon nog niet geregeld. Voorlopig is het voer voor juristerij.

Door het opschuiven van de pensioenleeftijd van 65 richting 67 jaar, plus de beperking vanaf 2015 in belastingvriendelijke pensioenopbouw van 2,25% naar 1,75%, dalen de pensioenlasten van de 25 AEX bedrijven in 2015 met € 250 tot € 300 miljoen. In de jaren daarop volgen steeds grotere besparingen.

De totale besparing van deze bedrijven op het huidig personeel totdat het pensioen gaat is € 20.000 miljoen.

herziening pensioenstelsel
niet vanwege vergrijzing
niet vanwege langer leven
werkgevers willen hun pensioenverplichting verlagen,
om bijstort verplichting te ontlopen
om loonkosten te verlagen

Er zijn meer slordigheden. De pensioenleeftijd is wel verhoogd, maar de afstemming op zo’n 400 andere wetten en regelingen, zoals de betaling van AOW aansluitend op pensionering is daar niet op aangepast. Inleveren op koopkracht tot 8,3% in 2013.

Met belastingwijziging en verhoogde premietarieven valt in 2013 de uitkering van aanvullende pensioenen al 3% tot 6% lager uit.


niet de gepensioneerde, de regering laat jongere generaties in de kou staan


vercommercialisering
De Europese Commissie wil de Nederlandse pensioenfondsen onder hetzelfde Solvency 2 regiem brengen zoals dat gaat gelden voor verzekeringsmaatschappijen. Ook de transactiebelasting -Tobin tax- gaat vooralsnog gelden voor de Nederlandse pensioenfondsen. De exploitatiekosten van de pensioenfondsen nemen daardoor toe, de pensioenuitkeringen komen lager uit en de overheid heeft hogere belasting inkomsten.

De propaganda voor een hoger beleggingsrisico in het nieuwe pensioenstelsel, wordt van harte gesteund door pensioenverzekeraars. Belust als deze zijn op de € 30.000 miljoen die per jaar aan pensioenpremie opzij wordt gelegd. Begin 2012 zat 12% van dit pensioenvermogen bij verzekeraars. Sinds kort krijgen zij PPI vergunningen om te proberen daarmee een nog groter marktaandeel te veroveren ten koste van de pensioenfondsen.

premie pensioen instelling (PPI)

De regering van Rutte 1 heeft wetgeving voorbereid om de commerciële verzekeraars naast de PPI constructies ook toe te staan pensioenfondsen op te tuigen, die vrijgesteld worden van vennootschapbelasting, net zoals dat voor de bestaande pensioenfondsen geldt. Daarbij beleggen deze commerciële pensioenfondsen net zoals ze zelf willen en bieden geen enkele garantie voor de hoogte van het uit te keren pensioen.

Dit illustreert dat de regering veel meer belang hecht aan het welzijn van aandeelhouders van verzekeringsmaatschappijen en hun geldschieters, dan aan het welzijn van gepensioneerden.

grafiek 48.-05.

snoepdoos
Buitenstaanders, ondernemers, politici en spraakmakers, allen blijven belust op de pensioenpotten. Zodra ze op dievenpad zijn, weten ze te vertellen waar pensioenfondsen hard nodig in moeten investeren.

Bijvoorbeeld het overnemen van de hypotheekrisico’s van de banken. Omdat banken
te weinig spaargeld binnenharken om hun verplichtingen na te kunnen komen.
Of om vastgoed verliezen van projektontwikkelaars aan te vullen; de woningmarkt los
te trekken; of de zorgkosten te verlagen.
De lobbyisten van aannemers steken graag het pensioenvermogen in
risicodragende projecten die zij dan wel weer winstgevend zullen aanleggen.
Weer anderen weten te vertellen dat pensioenvermogens vooral in kwakkelende Nederlandse bedrijven moeten investeren. (55. Hollands Glorie)

Echter, pensioenvermogen is geld van de mensen die daar verplicht zo’n dag in de week of meer voor werken, om straks nog iets over te hebben om van te leven als ze ouder zijn geworden en niet meer nuttig te exploiteren. Pensioenpotten zijn er niet als snoeppot waaruit de tegenvallers voor wie dan ook bijgepast kunnen worden.

Maar een enkele slimmerik heeft ook daar wat opgevonden. Zoals Van Dijkhuizen die in de herfst van 2012 de regering adviseert om 18% belasting te gaan heffen op de AOW en pensioenuitkeringen

Lees hieronder meer over hoe met pensioenrechten wordt omgesprongen,
of ga door naar: (34. cao eisen & resultaat)

ma. 2013

kleine logo

pensioenakkoord 2011

loonkostenverlaging
Pensioenen in Nederland onbetaalbaar? Onzin.
Werkgevers -dat zijn ondernemers en de overheid- willen hun loonkosten verlagen.
Daar gaat het om.

De loonsverlagingen zoals in 1973 en 1982, maar ook korter geleden zoals in 2003 en 2009, werden mogelijk gemaakt door een crisissfeer op te kloppen. In andere jaren, zonder zo'n constante mediabegeleiding geeft loonsverlaging teveel arbeidsonrust.
Dan is het veel makkelijker loonkostenverlaging door te drukken door de pensioenpremies
te verlagen, terwijl de lonen op dezelfde koopkracht blijven hangen.

pensioen is uitgesteld loon.
de gehele te betalen pensioenpremie behoort tot het loon.

de premie die loontechnisch door de werkgever wordt betaald,
is helemaal geen gunst naar het personeel toe,
het is slechts een manier van verrekenen voor de belastingheffing.

Deze truc is grootschalig tussen 1988 en 1997 uitgehaald met het verlagen en soms zelfs vrijstellen van pensioenpremie voor zowel overheid als bedrijven. De overheid bereikte
dat in de 90er jaren bij het ABP en PGGM door te dreigen met een brede herwaardering.
De bedrijven kregen dat bij de bedrijfs(tak)pensioenfondsen Voor elkaar doordat ze zelf het fondsbestuur beheersten. In veel gevallen werd zelfs vermogen uit het pensioenfonds regelrecht overgedragen aan het moederbedrijf.

Weinig werkenden hebben dat doorgehad. Immers, in het direkt te besteden loon maakte het niets uit. En helaas, weinigen maken zich druk over hun pensioen zolang ze nog niet aan pensioen toe zijn. Bovendien gingen de bondsbestuurders in de pensioenfondsen akkoord met deze premieverlagingen en verdedigden die verlaging naar de leden toe als een noodzakelijk offer.

diefstal
25 tot 30 jaar geleden dwongen overheid en ondernemers een loonkostenverlaging af door een greep uit de kas van de pensioenfondsen te doen. Nu in 2001 en 2009 gebleken is dat die greep het vermogen van de pensioenfondsen ondermijnd heeft, weigeren ze terug te storten. Zelfs halen ze met steun van de vakcentrales een tweede loonkostenverlaging binnen door de pensioenpremie voor werkgevers te maximeren. Allemaal ten koste van de pensioenopbouw van deelnemers die verplicht moeten afdragen aan het pensioenfonds. Dit betekent dat wie nog niet aan pensioen toe is, onvermijdelijk minder pensioen uitgekeerd gaat krijgen.

Het pensioenakkoord van 10 juni 2011 heeft niets anders geregeld dan dat de werkgevers verzekerd zijn van een pensioenpremie die nooit hoger zal worden. Hoe dat uitkomt voor de later te betalen pensioenen, bij tekorten op het vermogen van een pensioenfonds, het is hun zorg niet meer. Daarmee zijn de vakcentrales FNV, CNV en Unie al in juni 2010 akkoord gegaan. (47. sociaal akkoord 2010)
Daarna is een heel jaar gebruikt om de vakbondsbesturen achter dit akkoord te krijgen.
(XXXIII. democratische vakbond)

Om verwarring te zaaien wordt jongeren wijsgemaakt dat in het bestaande stelsel alleen ouderen profiteren en de jongeren dat moeten betalen. Maar zelfs volgens het Centraal Planbureau en de Nederlandse Bank zullen onder het nieuwe akkoord uitgerekend die jongeren minder zekerheid over de hoogte van hun pensioen hebben. Vanaf 2013 gaat voor de pensioenopbouw al gerekend worden met een pensioenleeftijd van 66 jaar. Vanaf 2015 met 67 jaar. Dat betekent dat wie vóór 2020 met pensioen gaat, al gekort wordt op zijn aanvullend pensioen, tenzij er 1 tot 4½ maand wordt doorgewerkt.

rekenrente
In het akkoord is opgenomen dat de ongelukkige huidige rekenrente waarmee de dekkingsgraad wordt berekend, wordt vervangen door een nog ongelukkiger criterium: het fondsbestuur mag zelf zeggen wat het te verwachten beleggingsrendement zal zijn.

Natuurlijk, zolang je op een roze wolk zit, kan je volhouden dat de vermogensbuffers van pensioenfondsen best verlaagd mogen worden en dus ook de af te dragen pensioenpremie.
Het betekent voor de deelnemers aan een pensioenfonds wel dat in de toekomst de opbouw van pensioenrechten van jaar op jaar sterk gaat wisselen. Evenals het uitbetaalde pensioen zelf.

grafiek 48.-04.

In de propaganda wordt voorgespiegeld dat door de veranderde rekenrente de pensioenen best te betalen blijven met een lagere premieafdracht en kleinere buffers, als er maar grover met aandelen wordt gespeculeerd. Daarmee wordt de huidige betrekkelijke zekerheid vervangen door de wetmatigheid van een gokkast. Dit is dezelfde verlakkerij als waarmee een gokspel wordt aangeraden om uit zware schulden te komen. O zeker, soms kan je winnen, maar de kans op verlies is even groot. Precies dat wordt verzwegen. Kijk maar naar de grafiek met steeds sterkere wisseling van de waarde van aandelen.

Vooral voor pensioenfondsen met te kleine vermogens ten opzichte van de totale verplichtingen is zo'n nieuwe rekenrente de kat op het spek binden. De werkgevers is de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de pensioenen weliswaar kwijtgescholden. Toch blijven diezelfde werkgevers met de bondsbestuurders de pensioenfondsen besturen. Beide partijen zullen bij een pensioenfonds dat in de gevarenzone verkeert heel lang blijven verbloemen dat dit gezamenlijk akkoord tot een ramp leidt. En, mocht er een pensioenfonds echt in de problemen komen, dan is er altijd wel een beleggingsgoeroe te vinden die gouden bergen belooft. Die wordt dan ingehuurd om de zorgen weg te wuiven.

Met een rekenrente die voor de verschillende pensioenfondsen door de besturen anders wordt ingevuld, gaan er tussen de verschillende sectoren ook grote verschillen ontstaan in de hoogte van de aanvullende pensioenen. Bij dezelfde premieafdracht, levert de ene baan veel minder pensioen op dan bij de andere. Ook wordt de kans groter dat een pensioenfondsbestuur zo verschrikkelijk misgokt, dat er helemaal geen aanvullende pensioenuitkering overblijft. Dat is het risico waar jongere generaties in het nieuwe stelsel mee worden opgezadeld.

In de USA zijn met slechte beleggingen de pensioenvermogens soms
geheel verloren gegaan.

Tienduizenden werken tot op hoge leeftijd als vakkenvuller in de
supermarkt omdat het pensioen waarvoor ze tientallen jaren hebben
gespaard, is verdampt.

gaten
Verbijsterend is hoe makkelijk er overheen gelopen is dat de bestaande pensioenrechten van deelnemers zomaar afgepakt worden en omgezet naar een nieuw stelsel waarbij de pensioenopbouw afhankelijk is van de gok op beleggingsresultaten.

Ook in ander opzicht biedt het gesloten akkoord geen verbeteringen. Lichamelijk zware beroepen worden het laagst betaald. De mensen in deze beroepen bouwen door de franchise -het deel van je inkomen waarover je geen pensioen opbouwt- al nauwelijks aanvullend pensioen op. Daarbovenop hebben zij nog eens veel korter te leven. Zo verspelen ze volgens het CBS tot wel 25% van hun inleg. Aan deze scheve verhouding wordt niets veranderd. Zelfs uittreding op 65 jaar met behoud van vol pensioen en AOW is niet uitonderhandeld.

De AOW leeftijd wordt gekoppeld aan de levensverwachting. Dat betekent dat er gekort wordt op de paar jaar vrijheid die overblijven na een werkzaam leven. Hoe het een en ander in de praktijk geregeld moet worden, is in het akkoord niet eens uitgewerkt. Het uitgangspunt is wel duidelijk: overheid en ondernemers willen meer en langer profijt hebben van de arbeidskracht onder de bevolking.

werkgevers eisen steeds weer offers van het personeel.
maar als het personeel in de problemen komt,
zullen werkgevers geen poot uitsteken.

proefballonnen
Merkwaardig is dat eind juni 2011 de onderhandelaars van het akkoord een gezamenlijk persbericht uitgaven. Eerst worden vragen en kritiek verdacht gemaakt en afgedaan als ondeskundig. Maar vervolgens ontbreekt ieder inhoudelijk verweer. Behalve dan dat onderhandelaars vinden dat ze er zoveel tijd in hebben gestoken, zodat het zonde is om het akkoord af te wijzen. Als concessie wordt pas later gesteld dat de pensioenfondsen wel vermogensbuffers nodig hebben van 25% tot 30%. Bovendien wordt gezegd dat de rekenrente nog niet vastligt.

Het echte loven en bieden over de uitwerking van het pensioenstelsel moest dus nog gebeuren. Daarmee is duidelijk gekomen dat het akkoord bij ondertekening op 10 juni niet uitgewerkt en niet uitonderhandeld was. Maar doorgedrukt omdat de werkgevers -dus overheid en ondernemers- nog in de zomer van 2011 de loonkostenverlaging opeisden.

Inplaats van een uitgewerkt pensioenakkoord, worden de pensioendeelnemers met proefballonnen afgescheept. Dus een referendum onder bondsleden in de zomervakantie van 2011 gaat helemaal niet over een ander pensioenstelsel, maar over het mandaat voor de leiding van de vakcentrales om verder te gaan met de verbouwing van een stelsel waar de overheid en ondernemers vanaf willen. (43.-1. staatsvakbond of vrije vakbeweging)

juli 2011

Lees hieronder hoe het er een jaar eerder met het pensioenakkoord voorstond.


kleine logo

pensioenakkoord
waarom in de pensioenen gesneden wordt


kern van de zaak
Ons economisch systeem is gericht op een zo hoog mogelijk rendement op geïnvesteerd kapitaal. Vanuit dat belang, is het verspilling als mensen vele jaren aan het eind van hun leven daar niet meer voor ingezet kunnen worden. Vanuit dit belang is ook het recht op pensioen voor afgeschreven mensen een gruwel. Maar de begeleidende propaganda luidt verwarrend anders:


‘door vergrijzing neemt het aantal werkenden af dat de pensioenpremie op moet brengen’
niet waar: de omvang van de werkende bevolking van Nederland ligt helemaal niet voor altijd vast.

‘ons pensioensysteem is financieel niet meer houdbaar’
bangmakerij:de eisen waaraan pensioenfondsen moeten voldoen worden steeds weer veranderd, maar die rekenmodellen blijven een politiek gestuurde slag in de lucht.

‘door vergrijzing worden de pensioenen onbetaalbaar’
onzin: de wil om nog voor pensioen van het personeel te betalen ontbreekt bij de ondernemers, hun financiers en de regering. Ze weigeren hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.


loonpolitiek
Statistiek aanbidders vermoeden dat de babyboom generatie -na 1945 geboren- massaal het werk voor gezien zal houden na 2014.

De regering gebruikt die verwachting om mensen bang te maken dat hun AOW daarom in de toekomst niet meer betaald kan worden. Zo druk je bezuinigingen door. Ondernemers liften daar graag in mee om hun verantwoordelijkheid voor de bedrijfs (tak) pensioenfondsen af te schuiven.

Maar vooral zijn ondernemers en hun financiers enthousiast over ieder overschot aan werkloze werkkrachten -waaronder ouderen- dat òf uit armoede òf door sollicitatieplicht gedwongen, vanaf 2015 zich moet blijven aanbieden voor werk dat ze niet krijgen.

Daarmee worden alle lonen laag gehouden.
En het beste pensioensysteem in de geïndustrilaliseerde landen geliqudeerd.


Nu de toelichting.


te veel gepensioneerden op te weinig werkenden
De aanvullende bedrijfspensioenen worden door de deelnemers zelf betaald, verplicht. Het pensioenvermogen is dus ingehouden, uitgesteld loon. Dat er boekhoudkundig een werkgevers- en een werknemersdeel van de premie bestaat, maakt niet uit. Beide behoren tot de arbeidsovereenkomst. Het is een spaarpot van de loontrekker. Hoeveel werkenden er in de toekomst zullen zijn, heeft dus geen invloed op de zo opgebouwde pensioenaanspraak.

Alleen de AOW is een omslagstelsel waarbij de werkenden premie voor de pensioengerechtigden betalen. Daarbij is de afgelopen jaren een groot overschot opgebouwd, doordat er meer premie is geïnd dan dat er werd uitbetaald. Al is het zo dat de regering een deel heeft uitgegeven aan andere zaken. (52. plundering volksverzekeringen)

Feit is dat al ver voor hun 65e velen na ontslag geen werk meer krijgen. Verhogen van de pensioengerechtigde AOW leeftijd betekent dus òf meer bijstandsuitkeringen òf grotere armoede, als onbemiddelbare werkloze of als gedwongen zzp’er. Een regering die zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid kent zal de AOW pot -als die leeg raakt- liever aanvullen uit de algemene middelen.

Zodra er echt werk is, komen daar altijd mensen op af, zelfs onder de valse beloften van koppelbazen.
Op dit moment zijn in laag betaalde beroepen vooral migranten uit
Turkije, Portugal, Engeland, Marokko, Duitsland, Filippijnen en
Midden Europa hierheen gehaald om werk te komen doen.
Zo is het al eeuwen gegaan. Bijvoorbeeld in de bloeitijd van
de Oost- en West Indische Compagnieën werd de vloot bemand door
migranten uit de laagvlaktes van Noord Frankrijk tot aan de
Baltische en Scandinavische landen.
Migratie is de kurk waarop de Nederlandse economie altijd dreef en drijft.

Zonder veel ophef heeft de regering in 2010 de partnertoeslag voor AOW’ers per 2015 al afgeschaft. AOW’ers die een jongere partner zonder inkomen hebben, hadden recht op deze toeslag. Het moment van afschaffen was goed gekozen: alle parlementaire partijen verkeerden in een bezuinigingsroes.

In 2008 waren er 2,5 miljoen AOW’ers.

Daarvan had 73% een aanvullend pensioen. Drie op de vier.
Voor 823.000 mensen, voornamelijk vrouwen, is het minder dan € 500,- per maand.
Voor slechts 370.000 mensen was het meer dan € 1500,- per maand
10% heeft in zijn werk nooit aanvullend pensioen opgebouwd.cbs jan 2010

In geld uitgedrukt werden de pensioenen in 2009 voor
42% uitbetaald vanuit de AOW regeling en voor
58% vanuit de aanvullende pensioenen.

financieel onhoudbaar pensioensysteem
Of het Nederlandse pensioensysteem houdbaar is of niet, daar is in z’n algemeenheid geen zinnig woord over te zeggen. Vooral vanuit het belang van arbeidsintensieve bedrijven en hun financiers wordt gesteld dat het pensioensysteem onhoudbaar is. Het management wil de loonkosten drukken door de pensioenpremie te verlagen. Dat daarmee de pensioenvoorziening voor het personeel naar de knoppen gaat, kan ze niet schelen. Door verlaagde loonkosten stijgt èn het rendement op het geïnvesteerd kapitaal èn stijgt de beloning van de verantwoordelijke manager. Daar gaat het om.

Nogmaals, voor het pensioen kennen we in Nederland twee systemen naast elkaar. De AOW als volksverzekering, waarvan de pot wordt gevuld via een omslagstelsel, die wordt beheerd door de overheid en uitbetaling doet de Sociale Verzekeringsbank SVB. Daarnaast is er nog het aanvullend bedrijfspensioen, dat beheerd wordt door ongeveer 600 verschillende pensioenfondsen. Daarbij kent ieder pensioenfonds zo zijn eigen problemen, die vooral veroorzaakt worden door te lage premiebetaling, onbekwame beheerders en falend bestuur, wetgeving en toezicht. De laatste tijd staat niet het garanderen van pensioenen centraal, maar hoe het vermogen van pensioenfondsen gebruikt kan worden door anderen dan de deelnemers in dat pensioenfonds.

Om te toetsen of een pensioenfonds aan zijn verplichtingen kan voldoen, wordt de dekkingsgraad gebruikt. De inkomsten van een pensioenfonds gedeeld door de verplichtingen geeft die dekkingsgraad. Bij een dekkingsgraad van 140% of meer kan een pensioenfonds veilig een waardevast pensioen uitkeren, neemt men aan. Bij 100% gaat de binnenkomende premie geheel op aan pensioenuitkeringen. Dat kan niet lang duren, want er zijn nog beheerskosten te betalen. De exploitatie van een pensioenfonds wordt geschat op gemiddeld 4%. Daarbovenop komen nog de kosten van het uitbestede beleggen, dat kan nog eens 17% tot meer dan 20% belopen.

Om een waardevast pensioen te kunnen uitkeren, moet het inkomen van een pensioenfonds daarom naast de betaalde premies, ook uit de opbrengst van beleggingen bestaan. Die opbrengst is nooit zeker en kan sterk wisselen. De opbrengst wordt voor het gemak ingeschat om de toezichthouder op pensioenfondsen, de Nederlandse Bank (DNB) te laten beoordelen of de pensioenfondsen nog voldoen. In voorkomende gevallen moeten de vermogensbuffers versterkt worden door òf meer premie te vragen, òf de pensioenen te verlagen, òf bijstorting door het moederbedrijf. Of alledrie.

De minister van Sociale Zaken stelt vast hoe de beleggingsopbrengst geschat moet worden, dat heet het rekenrendement voor pensioenfondsen. Alleen is het zo dat niemand kan voorspellen. Dus is de politieke wenselijkheid doorslaggevend bij de vaststelling van het rekenrendement en daardoor ook waaraan de houdbaarheid van een pensioenfonds wordt getoetst.

waaraan moet een pensioenfonds voldoen
Er zijn twee tegengestelde belangen als het gaat om de pensioengelden:
òf uitgaan van de behoeften van de gepensioneerde,dus een waardevast pensioen,
gekoppeld aan de geldontwaarding.
òf het rendement van het bedrijf staat voorop,
dan is een vaste pensioenbijdrage door het bedrijf meer dan genoeg en de gepensioneerde zoekt het verder zelf maar uit.

franchise
veroorzaakt grote ongelijkheid in de uitkering van een bedrijfspensioen

Franchise is het bedrag dat eerst wordt afgetrokken
van het inkomen voordat er pensioen wordt opgebouwd.
Die franchise is binnen een fonds
voor alle inkomens even groot.

Lagere inkomens bouwen daardoor procentueel
een stuk minder pensioen op dan hogere inkomens.

voorbeeld:
stel de franchise is € 20.000
bij een inkomen van € 30.000 bouw je maar pensioen op over € 10.000
bij een inkomen van € 60.000 bouw je pensioen op over € 40.000
de franchise ligt meestal tussen € 10.000 en € 20.000;
het is onderdeel van de cao onderhandelingen; werd ingevoerd in 1957.

In dit voorbeeld is van het vermogen van een pensioenfonds daardoor
slechts éénderde gereserveerd voor de cao afhankelijken,
tweederde is er voor het hoger personeel en bestuurders.

Is de gedwongen deelname aan een bedrijfspensioenfonds
nog de moeite waard?
Voor mensen met een modaal eindloon tot € 31.000
alleen als ze verwachten ouder te worden dan 100 jaar.

De inzet van het VNO en de regering is vrij simpel: als alle risico bij de pensioengerechtigden wordt gelegd, blijven de pensioenkosten voor het bedrijf en overheid overzichtelijk, stabiel door de jaren heen. Hun experts stellen daarom voor:
a. Het aanvullend pensioen op te delen in een stukje met vaste
indicatie en een ander stukje afhankelijk te maken van het
beleggingsresultaat van het pensioenfonds.
b. De premie kan dan altijd stabiel blijven door de mensen langer te
laten werken. De deelnemers moeten straks langer sparen als
verwacht wordt dat hun generatie langer zal leven.

De redeneringen daartoe zijn bezaaid met technische afleidingsmanoeuvres.

Zoals dat IFRS boekhoudvoorschriften verplichten het sterk wisselende vermogen van het bedrijfspensioenfonds op marktwaarde in de boeken op te nemen.
En dat beleggers dat wisselende vermogen niet snappen.

Dit is overdreven, want alleen beursgenoteerde bedrijven zijn dat verplicht in Europa, Japan,
Australiëen Zuid Afrika. In Nederland betreft het een minderheid van de bedrijven.
En wat moet je denken van beleggers die niet snappen waar ze mee bezig zijn?

De commissie Frijns berekende dat de pensioenfondsen in 2008 op papier € 112 mrd aan waarde verloren hebben en € 100 mrd boekhoudkundig afgeschreven is en schetst enorme premieverhogingen om op korte termijn de pensioenvermogens weer op peil te brengen. De enig andere mogelijkheid is verlaging van de pensioenen. Verzwegen werd dat de boekhoudkundige waarde van de beleggingen -omdat die naar marktwaarde
is- op iets langere termijn waarschijnlijk wel weer zal herstellen.

De commissie Goudswaard komt op noodzakelijke premie verhogingen van 30% of meer van de loonsom en adviseert daarom de pensioenfondsen te gaan beleggen voor het hoogste rendement. Gaat er iets mis met de belegging, dan is dat jammer voor de pensioengerechtigden, die krijgen dan een lager pensioen. De andere optie van de commissie is de pensioenen meteen al te verlagen naar 50% in plaats van 100% in 2001. Omdat ouderen het tegenwoordig beter hebben dan vroeger, zou dat geen probleem zijn.
Een vreemde stemmingmakerij, want in feite staan de meeste pensioenen al sinds 2007 op 70%
van het middelloon, wat neerkomt op ongeveer 50% van het eindloon. Maar, pensioenfondsen zijn
geen beleggingsinstellingen met inleg van speculanten, het zijn spaarpotten van het personeel voor
de oudedagsvoorziening.

Het CBS kwam begin 2010 met een veel hogere leeftijdsverwachtingen dan tot nog toe aangenomen werd. Inplaats van de mensen te feliciteren met hun lange leven en de gezondheidszorg te prijzen, grepen de bedrijven deze gelegenheid aan om hogere premiebetalingen te weigeren.
De toezichthouder verlaagde prompt de dekkingsgraden, waardoor sommige pensioenfondsen
theoretischgeen indexatie meer kunnen betalen.

De commissie Don, het CPB, toezichthouder DNB en minister Donner hebben een diskussie opgezet over de hoogte van het fictieve rekenrendement, als hulp voor het bepalen van de houdbaarheid van een pensioenfonds. Alle betrokkenen bieden dus een eigen rekenrendement tussen 6% en 7,4%. (Na het akkoord in juni 2010 tussen het VNO en vakcentrale FNV, stelde de demissionaire minister Donner het rekenrendement vast op 7%.)

De achtergrond van het meningsverschil is dat een lage rekenrente een grotere premieverhoging
en verlagingvan pensioenen noodzakelijk maakt, wat koopkrachtverlies veroorzaakt,
in verkiezingstijd onwenselijk. Koopkrachtverlies door een hogere premie lokt
verhoogde looneisen uit. Dus is gekozen voor een hoog rekenrendement, waarbij herstel
van het vermogen van de fondsen op de lange baanis geschoven om
op korte termijn loonmatiging te waarborgen.

Met rekenconstructies en verwachtingen kan de dekkingsgraad dus een paar keer per jaar anders worden vastgesteld. Zodra de politieke wind uit een andere hoek waait, verandert dan ook de waarde van het pensioenfonds. En daar moeten pensioenfondsen dan weer hun premie en uitkering op baseren. Terwijl het om beleggingen voor 40 tot 50 jaar gaat.
Maar ja, zowel de tienjaarsrente als de beurswaarde houden zich niet aan een ministerieel besluit.
Bijvoorbeeld bestond er eind 2008 zelfs helemaal geen marktrente meer. Vanaf eind 2008 voert
de centrale bank ECB een ingrijpend beleid van kapitaalverruiming, waardoor de rente ongekend
laag blijft staan. De beursindexen zijn gezakt als reactie op de speculatie tegen de wisselkoers
van de Euro. Bij elkaar is in ieder geval op de korte termijn de reële opbrengst van de belangrijkste
pensioenfondsen eind mei 2010 onder het rekenrendement gezakt.

Bij alle heisa rond de pensioenen, is de inzet het ontlopen van de
maatschappelijke verantwoordelijkheid voor behoud van het nivo van
de huidige pensioenen.

De vergrijzing is niet onbetaalbaar.
Er is te weinig politieke wil om niet meer produktieve mensen
nog in leven te houden:
wie kan werken moet alles geven,
wie niet kan werken heeft geen rechten.

wat er wel aan de hand is
De bedrijfstak-pensioenfondsen worden bestuurd door vertegenwoordigers van de bedrijven en van de vakbonden.
De ondernemings-pensioenfondsen staan direkt onder het bedrijfsmanagement, met voor de vorm enkele personeelsleden op persoonlijke titel. Sommige pensioenfondsen hebben
al jaren een heel lage dekkingsgraad door een te kleine groei van het vermogen of een verkeerde beleggingsstrategie. Daarbij hebben vooral kleinere pensioenfondsen het beleggen zelf uitbesteed bij diverse commerciële bedrijven zoals verzekeringsmaatschappijen en beleggingsinstellingen.

Voor sommige bedrijfs(tak)pensioenfondsen is door de besturen jarenlang een te lage premie vastgesteld, die alleen voldeed in de jaren met hoog beleggingsresultaat, maar nooit genoeg kon zijn om tegenslag op te kunnen vangen. Bij enkele bedrijfspensioenfondsen is in het verleden het vermogen door het moederbedrijf afgeroomd.

Het beheer van de pensioengelden blijft altijd de zwakste schakel. Ook inhuren van zogeheten professionals of het onderbrengen bij een groter fonds biedt geen enkele waarborg. Want zoiets betekent niet meer dan dat er meegegaan wordt met wat op dat moment gebruikelijk is in de financieële wereld.

Met de krediet chaos van eind 2008 (58. krediet chaos) is er veel belegd vermogen
-bijvoorbeeld in aandelen, obligaties tegen vaste rente, onroerend goed-
boekhoudkundig afgeschreven naar marktwaarde, waardoor vele pensioenfondsen onder de dekkingsgraad van 100% terecht kwamen. Zeker de pensioenfondsen die al zwak stonden kregen een enorme klap. Maar marktwaarde wisselt nogal eens. Het is maar of je als maatstaf een dieptepunt of een hoogtepunt neemt van de aandelenbeurzen, de rente of de vastgoedmarkt. Nabij het dieptepunt kan je dus verwachten dat de waarde over enige tijd weer zal oplopen. Langzamerhand gebeurde dat in de loop van 2009 ook.

Inmiddels werd veel overlegd over op welke termijn de dekkingsgraden weer hersteld moesten zijn. Toen kwam het CBS in april 2010 met een nieuwe berekening van de leeftijdsverwachting, waardoor de verplichtingen van pensioenfondsen hoger uitvielen dan eerder gedacht. Daarmee kwamen de dekkingsgraden -ook van de grootste pensioenfondsen- weer onder de 100% terecht. Theoretisch hadden de gezamenlijke pensioenfondsen € 250 miljard tekort op een totaal vermogen van € 650 miljard om waardevaste pensioenen uit te keren. Daar overheen zakte het rendement op beleggingen van de pensioenfondsen. Dat lag vooral aan de zeer ruime kapitaalpolitiek van de centrale banken in Europa en USA. Dat drukt de rente op bijvoorbeeld 'veilige' staatsleningen.

Prompt werd weer geschreeuwd dat dan de premies naar 40% of meer van de loonsom zouden moeten stijgen en dus het pensioenstelsel onhoudbaar zou zijn. En dat is onzin. Duidelijk is dat het rekenrendement op basis van een wisselende marktrente een te korte termijn maatstaf is.
Want de pensioenfondsen hebben juist verplichtingen op zeer lange termijn. Theoretisch van 1 tot wel 40 jaar. Dus is een langere termijn maatstaf logischer. Vervolgens gaat het erom hoeveel tijd de pensioenfondsen krijgen om hun buffers te herstellen. Dat bepaalt hoe groot de ruimte voor de besturen is om òf de premies te verhogen òf de pensioenuitkeringen te verlagen, of allebei.
Wordt de hersteltijd kort genomen, dan komen de premiebetalers en gepensioneerden in de knoei. Maar wordt de termijn langer genomen, dan valt het waarschijnlijk wel mee.

Het VNO wil graag het pensioenstelsel opblazen en stelt het daarom voor alsof het onbetaalbaar is. Niet verwonderlijk, omdat tegelijkertijd onderhandelingen liepen met de FNV vakcentrale om de pensioenpremies voor de bedrijven te bevriezen en de pensioenleeftijd te verhogen.
Maar zodra herstel van de buffers over een aantal jaren wordt uitgesmeerd, is het pensioensysteem best te handhaven. Het is afhankelijk van de politieke wil of en hoe de aanvullende pensioenen van werkende mensen veilig blijven voor de druk om ze te verlagen ten behoeve van een hoger rendement. Hetzelfde geldt voor de AOW. Daar gaat het om de politieke tegenstelling tussen het recht op een oudedagvoorziening tegenover het beknibbelen op de overheidsbegroting.

pensioenfondsen geplunderd
De regering besloot in 2009 de AOW leeftijd te gaan verhogen om € 4.000.000.000 te bezuinigen. De ondernemersvereniging VNO wil de pensioenleeftijd voor de aanvullende bedrijfspensioenen al langer met 2 jaar verhogen om de loonkosten te verlagen. Daarmee hoopt ze zo’n 15% korten op de overeengekomen pensioenpremies. Ook de regering komt die loonkostenverlaging goed uit, op haar grote personeelsbestand. De campagne om pensioenen uit te stellen, heeft als doel de loonkosten in de toekomst te beperken. Botte loonpolitiek dus.

Voor het aanvullend bedrijfspensioen is door hardwerkende mensen verplicht gespaard met inhouding op hun loon. Daarom is het vermogen van de ongeveer 600 pensioenfondsen eigendom van de deelnemers, niet van de bedrijven of de fondsbesturen. Toch, de bedrijven en de Staat aasden al langer op het vermogen. In de 90er jaren werd daartoe het verhaal verspreid dat de pensioenpotten overdreven vol zouden zitten.

Dat vervolgens de rekenkundige overschotten door de moederbedrijven zijn afgeroomd, was puur diefstal. Evenals -wat ook voorkwam- dat het bedrijf jarenlang een verlaagde premie betaalde, soms zelfs helemaal vrijgesteld werd. De overheid gaat ook niet vrijuit. Met de ‘brede herwaardering’ wetgeving van 1992 werd getracht met extra belastingmaatregelen de pensioenfondsen te plunderen.

nder die druk van bedrijven en overheid hebben de besturen van pensioenfondsen de vermogenspositie laten verslonzen. Voor de (semi-) overheid werd de pensioenpremie verlaagd. De toenmalige toezichthouder op de pensioenfondsen VPK heeft het allemaal gewoon laten gebeuren.

Pensioenfondsen hebben altijd buffers nodig om ook de tijden met tegenvallende beleggingen te overbruggen. In tijden van hoogconjunctuur is met verstandig en aktief beleggingsbeleid het vermogen makkelijk te verstevigen. Maar in de negentiger jaren zijn tijdens de hoogconjunctuur in een roes over de hele linie de buffers opgegeven. In een paar jaar is toen zo’n € 200 miljard onttrokken. Dat bedrag hebben de werkgevers -bedrijven en overheid- tot zich genomen, om daarmee hun loonkosten te verlagen.

De andere bestuursleden van de fondsen, die de deelnemers heetten te vertegenwoordigen, lieten zich in de waan brengen dat de beurshausse oneindig zou zijn. Ze lieten zich verleiden om veel zwaarder in aandelen te stappen om de opgegeven buffers te vervangen. Dat ging tenkoste van het lagere, maar zekerder rendement op staatsobligaties. Helemaal nooit beseft dat zulk hoog aandelenrendement tijdens een hoogconjunctuur alleen tijdelijk kan zijn.

grafiek 48.-03.
bron CBS

De pensioenfondsen hadden midden negentiger jaren een gemiddelde dekkingsgraad van 285%. Die dekkingsgraad kwam in 1999 al onder de 200%, terwijl het best tot 350% had kunnen stijgen.

De opgebouwde pensioenbuffers die in 2010 ontbreken, zijn er dus wel degelijk geweest. Bedrijfsmanagement en overheid hebben aangestuurd op potverteren.

Daarnaast is er door de besturen van de pensioenfondsen heel vaak een laks beleggingsbeleid gevoerd. Uit gemakzucht en om verantwoordelijkheid te ontlopen werd het beleggen deels uitbesteed aan commerciële bedrijven, die uiteraard wel gouden bergen beloven maar nergens voor instaan. (48.-1. pensioenroof)

pensioenen verloren
VNO streeft er al een tijd naar dat de verantwoordelijkheid van bedrijven voor het bedrijfs(tak) pensioenfonds beperkt wordt tot een vaste premie. Geen bijstortverplichtingen meer zodra het fonds de pensioenen om wat voor reden dan ook niet meer kan betalen. Tegenslagen van het pensioenfonds moeten volgens VNO voor risico van de deelnemers komen: zodra het pensioenfonds in moeilijkheden komt, worden de pensioenuitkeringen verlaagd.

De leiding van de vakcentrale FNV praatte in 2009 eerst maandenlang met het VNO over verslechtering van de AOW. Maar de AOW gaat het VNO niet aan, ondernemers betalen daar niet aan mee. Dat overleg liep dus voorspelbaar op niets uit. Door toch te beweren dat ze met dat overleg de AOW leeftijd op 65 jaar zou kunnen vasthouden, werden de leden in slaap gesust en hield de FNV leiding politieke aktie af. (47. stilzwijgend sociaal akkoord 2010)

De regering besloot in oktober 2009 toch de AOW leeftijd op termijn te verhogen. De leiding van de vakcentrale FNV maakte haar belofte aan de leden om de AOW op 65 jaar te houden niet waar. De FNV leden waren wel verontwaardigd, maar kwamen niet in verzet. Dat bood het VNO de mogelijkheid door te pakken en voor de bedrijven een structurele verlaging met € 3.000.000.000 van de premie voor de bedrijfs(tak)pensioenfondsen binnen te halen. De leiding van de vakcentrale FNV ging onderhandelen.

De bedrijfs(tak)pensioenfondsen beheerden in maart 2010 ongeveer € 650.000.000.000
voor 6 miljoen deelnemers (betalers, slapers en uitkeringsgerechtigden)

In 2008 boekten de pensioenfondsen€ 212.000.000.000 af aan waarde op hun beleggingen.
Daarvan is€ 20.000.000.000 echt verspeeld, bijna een jaar premie betalingen.
De beleggingsrisico’s waren zwaar onderschat. Besturen zijn inderdaad vaak niet deskundig.
Maar de professionele vermogenbeheerders maakten als uitvoerder de grootste fouten met te beleggen in derivaten die niemand begreep, ook zij zelf niet. (58. krediet chaos)

Voor de aanvullende pensioenen wordt per jaar€ 25.000.000.000 aan premie betaald.
Per jaar betalen de pensioenfondsen € 20.000.000.000 uit.

kosten
Het VNO wenst premieovereenkomsten, waarbij het beleggingsrisico helemaal op de
deelnemer wordt afgeschoven. Eind 2009 kostte zo'n constructie 21% tot 35% aan premie.
Daarbovenop komen nog de beleggingskosten,
zodat van iedere € 1 pensioenpremie slechts 50ct tot 70ct wordt belegd.

Eind maart 2010 bereikten het VNO en de vakcentrale FNV overeenstemming dat de pensioenpremie nooit boven 20% van de loonsom mag uitkomen. De ondernemers kregen helemaal hun zin met dat bedrijven voortaan een vast bedrag aan pensioenkosten gaan betalen en nooit meer hoeven bij te storten in hun bedrijfspensioenfonds als dat de pensioenen niet kan betalen. Evengoed een grove brutaliteit na het eerdere afromen van het vermogen van de pensioenfondsen. Van nu af dragen de pensioengerechtigden dus het hele risico van vermogensverlies door het pensioenfonds waar ze bij zijn aangesloten.

wanprestatie
Vervolgens ging de leiding van de vakcentrale in mei akkoord met het VNO over uitstel van de pensioenleeftijd voor zowel AOW als het aanvullend pensioen naar 66 jaar vanaf 2020. Als de mensen nog ouder gaan worden, wordt het 67 jaar vanaf 2025. In het geval het CBS verwacht dat we nog weer ouder worden, wordt de pensioenleeftijd nog verder verhoogd. Vervroegde AOW wordt alleen toegestaan tegen 6½% korting per jaar op de hele uitkering. Mensen die langdurig zwaar lichamelijk werk hebben gedaan worden niet ontzien. Ook degenen die altijd laag betaald zijn en daarom korter zullen leven, mogen niet eerder met pensioen zonder daarvoor gestraft te worden.

De vakcentrale FNV zal het de aangesloten bonden verbieden om bij komende cao onderhandelingen verslechteringen in de AOW binnen de aanvullende pensioenen te compenseren. Dat geeft ondernemers de garantie dat de pensioenpremies bevroren blijven op het nivo van 2010. Als enige tegenprestatie beloven ze bij herstel van de pensioenbuffers de op dit moment tijdelijk verhoogde premie niet in de toekomst terug te vorderen.

Voor iedereen onder de 64 jaar die betaalt aan een pensioenfonds, betekent deze deal nog langer premie betalen en daarna een korter pensioen overhouden. Zonder enige zekerheid over de hoogte die dat pensioen zal hebben. De leeftijd en hoogte van het pensioen -waarvoor zwaar gespaard wordt door de werkenden- zijn afhankelijk gemaakt van een statistische levensverwachting en geluk bij het beleggen.

Trots maakte de leiding van vakcentrale FNV begin juni 2010 haar wanprestatie bekend. Volkomen in tegenstelling tot haar grote woorden een jaar geleden, heeft ze met het VNO allereerst behoud van de AOW leeftijd toch uitverkocht. Hoewel ze daar geen van beide zeggenschap over hebben. Toch tot vreugde van de waarnemende CDA regering, want er ligt nu een vrijbrief om de AOW leeftijd onbeperkt te verhogen. Daarbovenop hebben ze de bedrijfspensioenen waarover hun vertegenwoordigers wel wat te zeggen hebben, uitgekleed tot net zo weinig zekerheid voor de deelnemers als bij een commerciële levensverzekering.
(43. vakbondstientje)

Al vanaf volgend jaar gaan alle werkenden de prijs betalen voor de toegeeflijkheid van deze wel tegenstribbelende, maar niet principieel opererende vakbondsleiding. Een vakbondsleiding die meepraat om te mogen blijven meepraten in plaats van de rechten te verdedigen van eenieder die hard moet werken voor levensonderhoud.

FNV leden kunnen dit a-sociaal akkoord nog afschieten, vóór half juli 2010.

conclusie:

Lees hieronder meer over hoe met pensioenrechten wordt omgesprongen,

of ga door naar: (34. cao eisen & resultaten)
juni 10
kleine logo

vermogen verdampt

grafiek 48.-02.
bron: cbs

In de nasleep van de krediet chaos is het vermogen van de Nederlandse pensioenfondsen niet alleen boekhoudkundig voor een deel verdwenen. (59. krediet chaos) De opbrengsten en de waarde van beleggingen daalde dramatisch. Niet alleen de aandelen (54. beurskoers) ook bij het voor rente uitstaande geld, het vastgoed, de grondstoffen, onderhandse leningen en hedgefunds.
In 2008 is € 112.000 miljoen verloren op beleggingen. Omdat de marktrente daalde is nog eens
€ 100.000 miljoen afgeschreven. Bij elkaar verdampte zo € 212.000 miljoen aan pensioenvermogen.

grafiek 48.-01
bron: cbs

Om de uitkeringen en het voortbestaan van de fondsen te garanderen zijn de afspraken eenzijdig veranderd.

Een CPB studie van eind maart 2009 voorziet bij pensionering het volgende inkomensverlies ten opzichte van 2008 als herstel van de volledige prijscompensatie 20 jaar gaat duren.


gevolgen op basis van levensverwachting
voor het pensioeninkomen
geboortejaar verlies per jaar verlies totaal in %
1970 € 1.100
1953 € 2.000 € 30.000 -10%
1940 € 1.200 € 15.000 -6%

Om een beeld te krijgen van de toestand van pensioenfondsen, de kengetallen van de 4 grootste fondsen.


pendioenfondsen dekkinggraad in % vermogen in € 1.000.000.000
2004 2005 eind 2006 eind 2007 eind 2008 eind 2007 eind 2008 verloren
ABP 121 120 134 140 90 € 217 € 173 € 44
PGGM/Z&W 117 118 134 148 92 € 88,1 €   71,5 € 16,6
PMT 120 138 141 87 € 34,5 €   28,7 €   5,8
PME 119 123 128 135 90 € 22,7 €   18,7 €   4

Een dekkingsgraad boven 105% geeft aan dat op dat moment de oorspronkelijke inleg zonder inflatiecompemsatie terug betaald mag worden. De gemiddelde jaarlijkse inflatie in de 20e eeuw kwam op 3,2% (cbs dec.2008).
In februari 2009 stond de dekkingsgraad bij ABP op 83%, bij Z&W op 85%

Eind 2008 hadden de pensioenfondsen een vermogen over van ongeveer € 600.000 miljoen.
In 2009 keren ze zo’n € 20.000 miljoen aan uitkeringen uit.

ontduiken verantwoordelijkheid
Enkele bedrijfspensioenfondsen moeten hun vermogen aangevuld krijgen door het moederbedrijf.
bijvoorbeeld:


TNT € 500 miljoen
Reed Elsevier € 86 miljoen
Atos Nederland € 39 miljoen
KPN (TKP) € 600 miljoen
Océ € 389 miljoen bij een dekkingsgraad van 79,5%
Shell € 6.400 miljoen, waarvan € 43 miljoen bij Madoff terecht kwam
ING € 814 miljoen
Super de Boer € 25 miljoen bij een dekkingsgraad van 86%

De moederbedrijven kermen luid. Onterecht, want diezelfde bedrijven hebben in de 90er jaren het vermogen van deze pensioenfondsen geplukt en afgeroomd. Desondanks:
KPN stort slechts € 390 bij in het door Aegon beheerde TKP
Shell niet meer dan € 4.700 in Shell Pensioenfonds.
Super de Boer heeft het pensioencontract met de beheerder opgezegd.
Het Rijk als grote werkgever maakt het ook bont: volgens minister Guusje Ter Horst
heeft de Staat geen € 420 miljoen om de premieverhoging voor haar ambtenaren
te betalen. Om dat wel op te brengen moet ze een paar duizend mensen ontslaan.
Chantage om ABP te dwingen de pensioenuitkeringen te verlagen.

Onder de sinds 2005 internationaal ingevoerde IFRS boekhoudregels moet het moederbedrijf ieder jaar veranderingen in het vermogen van het pensioenfonds in de eigen balans opnemen. Naar marktwaarde. Hoe dat moet als er weinig markt is en er dus geen prijs gezet wordt, daar is nooit over nagedacht. De alles bepalende markt is tenslotte ideologie, de praktijk zit anders in elkaar. Daarom proberen steeds meer bedrijven het zo te regelen dat zij uitsluitend een vast bedrag per jaar betalen aan het pensioenfonds.
Hoeveel er aan pensioen uitgekeerd kan worden is dan voortaan hun probleem niet meer. Daarmee zijn de gevolgen van het beleggingsrisico geheel bij de pensioengerechtigden terecht gekomen.

conclusie:
deelname aan een pensioenfonds biedt geen garantie voor een zorgeloze oudedag

rekenkundig probleem
De dekkingsgraad kent een wettelijk vastgelegd criterium om te beoordelen of een pensioenfonds aan zijn verplichtingen kan voldoen.
Probleem is dat die voorgeschreven berekening van de dekkingsgraad een willekeurige maatstaf blijft. Vóór de ict-hype werd een fictieve rentevergoeding van 4% gebruikt, daarna werd het de swap-rente, zoals de banken die elkaar onderling berekenen. Vanaf eind 2008 lenen de banken niet meer onderling, omdat ze onvoldoende zekerheid hebben hoeveel ze daarvan ooit terug zullen zien. Het in 2009 min of meer kunstmatig aangehouden tarief van de swap-rente ligt daardoor zo laag, dat pensioenfondsen zwaar tekort komen om aan hun verplichtingen te voldoen. De swaprente (1,45% 3 maands Euribor begin april 2009) ligt zelfs onder de opbrengst van staatsobligaties (3,5% tot 4% begin april 2009), iets dat eerder niet voor mogelijk werd gehouden.

verkeerde oriëntatie
Het beleggingsfiasco van pensioenfondsen komt ten dele doordat de hoofddoelstelling is verlaten. In plaats van te voorzien in waardevaste pensioenuitkeringen, zijn de fondsen als kapitaalverschaffer onderdeel geworden van het financieel stelsel. Daarmee zijn dezelfde gewoontes en beleggingsstrategieën als van banken en verzekeringsmaatschappijen overgenomen. En dus ook dezelfde valkuilen.

Zo heeft ABP als grootaandeelhouder destijds tegen de verkoop en opsplitsing van ABNAmro gestemd. (55. Hollands Glorie) Later stak ABP € 500 miljoen in Fortis precies op het moment dat de tent op omvallen stond. Van het toevertrouwd pensioenvermogen is het beheer van een steeds groter deel uitbesteed aan commerciële bedrijven.


extern pensioenbeheer Nederland

maart 2008
in € 1.000 mln
Barclays GI 59
Syntrus Achmea 45
ING 42
FSC 40
Aegon 36
State Street 29
Blackrock 28
Robeco 26
Fortis Invest 23
Axa IM 15
totaal 343

april-09

Lees hieronder de volgende onderwerpen rond de pensioenen:
waar gebruiken pensioenfondsen het toevertrouwde vermogen voor;
hoe ondernemers hun medeverantwoordelijkheid voor de fondsen afschuiven;
fraudes met pensioengelden;
een stichtingsbestuur dat de opbrengst van het havenpensioenfonds ontvreemdt
lage inkomens betalen relatief het meest aan pensioenfondsen;
in 2007 was prijscompensatie in de pensioenuitkeringen weer mogelijk

kleine logo

pensioenfondsen
wat doen ze met het toevertrouwde vermogen


Waar een pensioenfonds goed in is:
niet in het garanderen van een welvaartsvast pensioen
wel als kapitaalverschaffer voor ondernemers.
Wat is hiervan waar?
De vereniging van bedrijfstak pensioenfondsen heeft in november 2008 pensioen consultants onder druk gezet geen enkele mededeling meer te doen over de financiële toestand van haar leden.
Het zit dus financieel fout.

hoogte van de uitbetalingen

na 1 tot 40 jaar
krijg je je oude euro of gulden terug, die voor alles gebruikt is
en steeds minder waard is geworden
Wat is er na 40 jaar aan koopkracht over van € 10.000,- ?
bij een inflatie van 2% per jaar nog maar € 5.520,70
bij een inflatie van 4% per jaar slechts € 3.083,20

pensioenfondsen zijn deel van het financieringssysteem

nieuw plan van VNO-NCW, april 2008:

Is de gedwongen deelname aan een bedrijfspensioenfonds
nog de moeite waard?

Voor mensen met een modaal eindloon van € 31.000 hooguit als ze verwachten ouder dan
100 jaar te worden.

Hiermee wordt het pensioenstelsel in Nederland opgeblazen door de ondernemers, want:

beheerskosten

In 1999 kochten ABP en PGGM de investeringsmaatschappij Alpinvest, ieder voor 50%.
Het bedrijf kreeg als taak pensioengelden -ook van andere fondsen- winstgevend
te investeren. In 2007 beheerde Alpinvest zo’n € 40.000.000.000 of 4% tot 5%
van het vermogen van Nederlandse pensioenfondsen.

Hier waren de eigenaars zo tevreden over dat de senior partners Volkert Doeksen, Wim Borgdorff, Erik Thyssen, Paul de Klerk en Iain Leigh, met 8 junior partners en nog wat personeelsleden onderling € 150.000.000,- aan extra dividend en bonus mochten verdelen. Gelijk aan bijna 10.000 pensioenuitkeringen per jaar op modaal middelloon nivo.

Zo bleef er nog maar een winst over voor de pensioenfondsen van €125.000.000

Toegegeven, dit laatste argument is gebaseerd op onzekerheid. Helaas, dit is het enig houdbare argument om te blijven deelnemen aan een collectief bedrijfs(tak) pensioenfonds.

De structurele fout met bedrijfstak pensioenfondsen is de verplichte deelname,
gekoppeld aan paternalistisch afwezige zeggenschap voor de deelnemers.

Zo worden pensioenfondsdeelnemers beroofd van een groot deel van hun loon,
dat tot aan uitbetaling gebruikt wordt voor kapitaalverschaffing.

conclusie:
de rol voor een pensioenfonds in de praktijk :
geen garantie voor welvaartsvast pensioen van de deelnemers,
wel makkelijk inroepbare kapitaalverschaffer voor ondernemers.
nov-08
kleine logo

fraude met pensioenfondsen


Deelname aan bedrijfspensioenfondsen is verplicht, de premie wordt gedwongen ingehouden op je loon. Heb je dan nog iets te zeggen over wat er met je geld gebeurt? Nee.
Controle door de deelnemers op beheer van het vermogen bestaat er alleen formeel.
Anderen doen dat voor je.
Het toezicht wordt uitgevoerd door enerzijds lieden in opdracht van het moederbedrijf en anderzijds door bondsbestuurders. Onder zulk bewind roomden de moederbedrijven in het verleden maar al te vaak het pensioenvermogen af. Wat vanaf 2001 over bijna de hele linie tot een verlaging van de pensioenuitkeringen leidde. De regelgeving door de vroegere Pensioen en Verzekeringskamer, tegenwoordig de Nederlandse Bank, liet dat toe. Is een onbeperkt vertrouwen in beheerders, toezichthouders en directies wel terecht?

Directies en management van bedrijfspensioenfondsen beheren in 2007 tegen de € 800 miljard aan vermogen. Dat is zo’n anderhalf keer de grootte van de totale Nederlandse economie.
Het betreft uitgesteld loon, opgespaard ten behoeve van de oude dag na een werkzaam leven van de deelnemers. Dat geld van de werkenden wordt voor hen beheerd om te voorkomen dat zijzelf onhandig beleggen of dat ze het voortijdig verbrassen en dan later niets hebben.

Vanuit deze betutteling mag je verwachten dat het geld optimaal en veilig beheerd wordt.
Maar dat is een vergissing. Gedurende het beheer van de 40 tot 45 jaar waarin het pensioen wordt opgebouwd, plus de 10 tot 20 jaar daarna, waarin het pensioen uitgekeerd moet worden, loopt de deelnemer een onbekend risico. Door beleggingsfouten en financiële crises kan het belegd vermogen in rook opgaan. En ook door fraude.


grote fraudes bij Nederlandse pensioenfondsen

80er jaren ABP, pensioenfonds overheid
1991 pensioenfonds Gasunie
1997 Philips pensioenfonds
1998 MN Services, kleinmetaal
2003 Stork pensioenfonds
2007 Philips pensioenfonds

Opmerkelijk is dat deze fraudes van een tiental tot honderd vijftig miljoen door direktieleden
pas aan het licht kwamen na vertrek van de fraudeur of doordat de belastingdienst onregelmatigheden ontdekte. Dat geeft aan dat de interne controle procedures bij de pensioenfondsen zwak zijn. Want ondergeschikten moeten al veel vroeger iets geweten hebben, maar kennelijk ontbrak de mogelijkheid om het misbruik aan de orde te stellen.
Deze integriteitproblemen bewijzen dat toezichthouders vaak incompetent of naïef zijn, met weinig inzicht of zelfs geen interesse in de verleidingen en mogelijkheden tot persoonlijke verrijking door de fondsbeheerders. Pensioen deelnemers staan machteloos tegenover
deze knulligheid.

jan 08
kleine logo

pensioengelden van havenwerkers gestolen


Het Pensioenfonds Vervoer en Haven (PVH) verzorgde de pensioenen van de havenwerkers in Rotterdam, Vlissingen en Amsterdam. In de 90er jaren werden vele havenwerkers als uitzendreserve in de arbeidspools Samenwerkende Havenbedrijven (SHB’s) gedumpt.
Eén in Amsterdam en één in Rotterdam.
Achteraf weigerden de havenbaronnen de afspraak na te komen om in drukke tijden allereerst SHB personeel in te huren. Die SHB’s moesten wel de lonen doorbetalen, maar hadden daarvoor te weinig inkomsten. Daarop dwongen de ondernemers -die zowel in het bestuur van de SHB’s als van het pensioenfonds PVH zaten- de overheveling af van ƒ 300 miljoen gulden pensioengelden aan de SHB’s om deze financieel te laten overleven.
Daar is een pensioenfonds helemaal niet voor, maar toch.

Om herhaling in de toekomst te voorkomen werd het PVH in 1997 in beheer gegeven bij Optas nv. Een onafhankelijke stichting kreeg alle aandelen van Optas in bezit, in de veronderstelling dat daarmee de pensioenen van de havenwerkers waren veiliggesteld. Mis. Door mismanagement ontstond een dekkingstekort van € 350 miljoen euro. Dat gat werd met een noodgreep gedicht door de pensioenpremie fors te verhogen. De indexering, dus het waardevaste pensioen,
werd opgeofferd, ten koste van de bestaande en toekomstige pensioengerechtigden.

In juli 2007 werd Optas met dikke winst verkocht aan Aegon. Wat doe je met winst op een pensioenfonds? Het bestuur is van plan de boekwinst van € 1.300 miljoen aan cultuur te gaan besteden
Cultuur? Jawel.
In plaats van verhoging van de pensioenuitkeringen.
In plaats van verlaging van de pensioenpremie.
Geen boodschap aan de 60.000 betrokken premiebetalers, slapers en gepensioneerden.

Optas
vermogen 2006 € 4.500 miljoen
geïnde premie 2006 € 86 miljoen
verzekerden en gepensioneerden 48.000
winst verkoop; € 1.300 miljoen dat is € 21.667 per havenwerker

bestuur na mei 1999:
Pierre Vinken (79 jaar), voorzitter, ex chirurg, oud topman van Elsevier
Johan Kremers (74 jaar), oud gouverneur van Limburg en ex voorzitter WRR
Paul Ribourdouille (69 jaar), oud bestuurder ict van ABN Amro
Paul Deiters (55 jaar), ex Halder Holding, cultuurliefhebber

Juridisch lijkt er niet veel mis, want het stichtingsbestuur mag zichzelf vernieuwen en ook de statuten veranderen. Vanaf 2001 bestaat het stichtingsbestuur uit buitenstaanders. De statuten zijn inmiddels zo veranderd dat zij naar eigen inzicht over de opbrengst van de beleggingen kunnen beslissen. Uiteindelijk gaf het bestuur € 500 miljoen van de winst terug en hield € 800 miljoen achter voor haar culturele hobby's.

En zo wordt de opbrengst van de pensioengelden van havenwerkers gestolen.

Bij uitspraak van de Hoge Raad in 2011 blijft het beklemd vermogen van € 768 miljoen bij Aegon en hoeft dat bedrag niet per sé aan pensioenen besteed te worden. In 2014 sluiten de Belangenbehartiging Pensioengerechtigden Vervoer & Haven en Aegon een akkoord waarbij Aegon nog eens € 80 miljoen geeft en in de loop der jaren nog maximaal € 20 miljoen ter compensatie van belastingtechnische nadelen.

lage inkomens betalen teveel pensioenpremie

Half juni 2007 publiceerde het CPB een studie naar hoe de herverdeling van inkomen ligt
bij het betalen van pensioenpremies aan de ene kant
en het ontvangen van een pensioenuitkering aan de andere kant.

Schokkende conclusies zijn:
1.   Mensen met een laag inkomen betalen meer aan
pensioenpremie dan dat zij ooit aan pensioen zullen ontvangen.
Andersom betalen mensen met een hoog inkomen gemiddeld
minder pensioenpremie dan dat zij aan pensioen ontvangen.
2.   Mensen met een laag inkomen betalen in hun leven 17% meer aan
pensioenpremie dan degenen met een hoog inkomen.

Hoe dit zo komt? Binnen het bedrijf betaalt iedereen hetzelfde percentage van zijn loon als premie.
Maar mensen met een laag inkomen hebben door hun arbeidsomstandigheden en lager besteedbaar inkomen een veel lagere levensverwachting en kunnen dus nooit zo lang van een pensioen leven als mensen met een hoger inkomen.

Een rechtvaardiger verdeling tussen betalen en innen van pensioenrechten is eenvoudig.
De oplossing is:
mensen met lichamelijk zware beroepen eerder met pensioen laten gaan
dan de mensen met een beroep onder betere arbeidsomstandigheden.

herstel welvaartsvast pensioen en verlaagde premies ?
geen probleem


dekkingsgraad pensioenfondsen in % vermogen
2004 2005 2006 begin 2007 half 2007 half 2007
ABP 121 120 133 134 149 € 215.000.000.000
PGGM 117 118 133 134 153 € 86.000.000.000
PMT 120 135 138 153 € 33.000.000.000
PME 119 123 129 128 136

De pensioenkamer van de Nederlandse Bank stelt een dekkingsgraad van 125% als minimum.
De grootste pensioenfondsen -(semi-)overheid en metaal- zitten daar ruim boven, dus kunnen de pensioenen weer welvaartsvast worden uitgekeerd. De premies waren verdubbeld tussen 2002 en 2006. Nu kunnen die premies omlaag. Hoe lang wordt er nog getreuzeld?

juli-07
kleine logo

Lees verder hoe in 2001, na het leeglopen van de aandelenhype, de pensioenen van miljoenen mensen veel minder waard bleken dan zij dachten, doordat de werkgevers de pensioenpotten hadden geplunderd. (48.-1. pensioenroof)


Of ga door naar: (34. cao eisen en resultaten FNV)