1 mei komitee
kleine logo
iedereen aan het werk
de participatiewet is een race naar het bestaansminimum61

01. uitkeringen afgebouwd
02. loonwaarde ingevoerd
03. plundering volksverzekeringen    (52. plundering volksverzekering)
04. arbeidsvoorwaarden uitgehold
05. naar het bestaansminimum

kleine logo

Onze bestaanszekerheid wordt ondergraven met
aantasting van de uitkeringen,
gedwongen tewerkstelling vastgelegd op een loonwaarde,
en geplunderde volksverzekeringen
vaste banen vervangen door flexcontracten.
Dit zijn geen van elkaar losstaande ontwikkelingen.
Het zijn op elkaar aansluitende maatregelen die de levensstandaard
voor de hele bevolking verlagen.

Dit is geen vrolijke boodschap. Maar er is wel wat aan te doen:
neem zelf het bondsbeleid in handen.

Beleggers gaan voor het snelle geld. Wat dat voor gevolgen heeft voor de toekomst
van de bevolking in Nederland interesseert ze niets.
Het gaat alleen om het najagen van rendement op de korte termijn.

Dat zie je daarin terug dat terugdringen van de loonkosten en dus loonmatiging steeds
het hoofdpunt is van ondernemersvereniging VNO. En van het AWVN als onderhandelaar namens
de werkgevers bij de meeste cao's. En daar hobbelt de regering volgzaam achteraan. (26. misbruik)

Er wordt helemaal geen serieus beleid gevoerd om een houdbare toekomstgerichte economie
op te bouwen. Geen optimaal onderwijs om een kenniseconomie te garanderen.
Geen streven naar de ontwikkeling van inzicht bij mensen.
Wel steeds meer pulpbanen en snijden in de arbeidsvoorwaarden.
Daarbij geen enkele investeringsplicht voor ondernemers.

Maar ongebreidelde vrije in- en uitstroom van internationaal kapitaal.
moet Nederland een armoedig lage lonen land worden?

Het snijden in uitkeringen en verdere afbraak van volksverzekeringen is bedoeld
om de bestaanszekerheid aan te tasten. Want zonder sociaal vangnet is de bodem weggeslagen
onder de maatschappelijke opvang voor mensen die vermaald zijn geraakt en daardoor
zonder werk komen te zitten. De opgelegde werkplicht leidt vervolgens tot verdringing
en dus loondruk op de slechtst betaalde banen. Daarmee komen alle lonen en verdere arbeidsvoorwaarden onder druk te staan.

De belangen van uitkeringsgerechtigden staan niet tegenover die van werkenden.
Hun belang ligt in elkaars verlengde.
Het nivo van de uitkeringen is de drempel voor de laagste lonen.
Het nivo van de lonen is een garantie voor de hoogte van de uitkeringen.
Dat gaat natuurlijk niet vanzelf.
Voor de hoogte van de koppeling moet wel gestreden worden.
Dat kan, gezamenlijk.


kleine logo

uitkeringen afgebouwd
van vangnet naar trampoline

Het hele uitkeringenstelsel wordt gewijzigd. De regering gaat de bijstand, de WSW en Wajong regeling inelkaar schuiven. In 2012 moet dat ingaan. Beleidsmakers noemen dat
"het weer in hun kracht zetten" van de uitkeringsgerechtigden. Uitkeringsgerechtigden zelf zien het als werkverschaffing en arbeidsplicht. Wat er echt gebeurt, is dat de bestaanszekerheid van de mensen wordt ondergraven. Waarmee ze gedwongen zijn ieder werk aan te nemen, ongeacht beledigend laag loon, ongeacht slechte arbeidsvoorwaarden.

De voorstanders van wijziging van het uitkeringsstelsel ontkennen de maatschappelijke
oorzaak van werkloosheid en ziekte. Ze doen alsof de verantwoordelijkheid voor werkloosheid, beroepsziekte of burn-out aan de uitkeringsgerechtigde zelf is te wijten.

Dit ideologisch uitgangspunt heeft als konsekwentie dat uitkeringsgerechtigden worden neergezet als individuen die heropgevoed moeten worden om maatschappelijke aansluiting
te krijgen. Een bottere variatie hierop is dat uitkeringsgerechtigden geprikkeld moeten worden
om aan de slag te gaan. Bedoeld wordt: ontneem ze hun uitkering, dan moeten ze wel werk zoeken. Of er wel passend werk is, wordt voor het gemak vergeten.

Onze maatschappij wordt gekenmerkt door ongelijkheid. Met vakbondsstrijd zijn daarom volksverzekeringen ingevoerd tegen inkomensverlies als gevolg van de imperfecte arbeidsverhoudingen. Iedereen in Nederland heeft recht op zo'n uitkering. Om dat te betalen staat iedereen een deel van zijn loon af. De laagst betaalden een in verhouding heel groot deel.

Maar sommige spraakmakers toeteren al een tijd rond dat de volksverzekeringen mensen pamperen en betuttelen. Dat moet afgelopen zijn wat hun betreft. Daarmee wordt iedere sociale samenhang in de maatschappij ontkend om de maatschappelijke verantwoordelijkheid te ontlopen.

"Joop den Uyl cs. heeft mensen lui en afhankelijk gemaakt. De eigen verantwoordelijkheid
is weggeschoven onder het mom van quasi-marxistisch denken."
(Rein Willems, ex pRvB Shell Nederland, senator CDA, in Financieel Dagblad 22 mei 2010)

"Opgelegde collectieve voorzieningen houden mensen uit hun kracht, het doet geen recht
aan de mens zoals God die heeft bedoeld."
(Herman Wijffels, bewindvoerder Wereldbank, formateur kabinet Balkenende/Bos,
strateeg CDA, ex vz SER, ex vz RvB Rabo; ex secr NCW; in Friesch Dagblad 24 nov 2007)

Deze heren zijn geen uitzondering, hun collega's bij het VNO bijvoorbeeld hebben dezelfde a-sociale politieke insteek. Zij rekenen zichzelf tot de uitverkorenen. Vanuit hun zeer gegoede positie schelden
ze iedereen die daar niet terecht gekomen is, voor luiaard uit. Hun eigen rol is steeds geweest
de lonen van hun ondergeschikten zo laag mogelijk te houden. De mensen die daarmee kort
en afhankelijk zijn gehouden, wordt iedere ondersteuning misgund zodra ze zonder inkomen
komen te zitten.

De hypocrisie gaat nog verder. Net als Ruud Lubbers (oud premier CDA) roept Herman Wijffels
op de armoede in de wereld te bestrijden. Maar de armoede In Nederland hebben ze vergroot
met alle middelen die ze hadden.

werkplicht in bijstandswet
De nieuwe bijstandsuitkering gaat straks ieder jaar met 1% tot 2% omlaag. Tot de uitkering
op een € 2.000,- lager nivo uitkomt. Bij de gestaag stijgende prijzen betekent dat ieder jaar nog
minder koopkracht. Dus ieder jaar grotere armoede voor mensen die van de bijstand moeten leven. Tot dat het niet meer lukt.

Dat is precies waar het regeringsbeleid op uit is. Het vergroten van de armoede.
Want arme mensen hebben geen keuze meer.
Ze moeten wel elk slecht betaald werk aannemen om in leven te blijven.

Enkele gemeenten zijn er in 2010 al toe overgegaan mensen in de bijstand beneden het minimumloon uit te huren aan supermarkten of voor het lossen van vrachtwagens. Men beweert de mensen daarmee aan werk te hebben geholpen.

Ambtelijk heet dit "activerende sociale zekerheid", dus:

Daarmee is de bodem onder de bestaande lonen en arbeidsvoorwaarden weggeslagen.

Die verplichte arbeid wordt natuurlijk onderbetaald. Want de gemeenten geven toch de bijstandsgerechtigde een aanvulling tot aan het minimumloon. Voor de gemeente altijd goedkoper dan een volle uitkering.

Gaat het werkzoeken niet snel genoeg, dan wordt een uitkeringsgerechtigde overgeheveld naar een uitzendburo. Dat uitzendburo bepaalt dan wat passend werk is en noemt dat "vraag gerichte integratie". Om de bezuiniging van € 880 miljoen zo snel mogelijk in te boeken op de staatsbegroting, zijn voorgespiegelde proefprojecten voor deze uitzend- en onderbetalingconstructie overgeslagen.

De mensen in de Wajong regeling worden in 2011 herkeurd. De opdracht voor de keuringsartsen is zoveel mogelijk mensen naar de nieuwe bijstandsregeling over te hevelen. Slechts 7% mag overblijven voor een uitkering van 75% van het minimumloon. Alle anderen krijgen dus een werkplicht. Dat heet "activerend arbeidsmarkt beleid" door "participatie stimulering". De mensen moeten blij zijn dat ze nog mogen meedoen.

De sociale werkplaatsen zijn er niet meer op gericht om gehandicapte mensen aangepast werk te bieden. De sociale werkplaatsen moeten meer de markt op. Daardoor staat nu het afsluiten van leveringscontracten voor de laagste prijs voorop. Dus sluit de bedrijfsleiding de mogelijkheid op extra loonkosten bij ziekte of ontslag uit. Daarom nemen ze geen mensen met een handicap meer aan zoals die op de wachtlijst WSW staan. Inplaats daarvan huren WSW instellingen liever via koppelbazen tijdelijke krachten in vanuit Midden-Europa.

Van de geplaatste WSW'ers werd in 2008 al een kwart gedetacheerd bij commerciele bedrijven. Met als gevolg dat zij ook de eersten waren die ontslagen werden toen de inlenende bedrijven in 2009 het personeelsbestand saneerden.

De mensen in de WSW is voor 2010 een nieuwe cao geweigerd. Daar bovenop ligt er het plan om ⅓ tot ⅔ van de banen bij sociale werkplaatsen op te heffen. De mensen die het betreft worden in de nieuwe bijstand gepropt. En zo -met loonaanvulling- als werkzoekende op de arbeidsmarkt gezet.

om € 1.800 miljoen te bezuinigen wordt in 2014 de participatiewet ingevoerd voor:

Wajong 226.000   mensen
WSW 102.000   mensen + 19.000  op de wachtlijst
bijstand 301.000   mensen
totaal 690.650   mensen
daarvan moeten er 170.000   mensen aan het werk.
geregistreerd werkloos 571.000   mensen
aantallen van eind 2012

Waarom ondernemersvereniging VNO de duur van de werkloosheiduitkering wil bekorten
is heel doorzichtig. Allereerst scheelt dat premiebetaling.
Daarnaast hoopt het VNO zo te bereiken dat mensen na afloop van hun uitkering sneller werk accepteren tegen een lagere beloning dan ze vroeger kregen. De stok achter de deur is het bijstand traject waarin ze anders terecht komen. Want dan worden ze gedwongen ieder willekeurig werk voor nog slechtere arbeidsvoorwaarden te aanvaarden.

verziekte arbeidsmarkt
De ontwerpers van de wijzigingen in het uitkeringsstelsel spiegelen voor dat de gedwongen herintreders een kans wordt geboden om voortaan voor zichzelf te zorgen. Bovendien zullen ze na een gewenningsperiode vanzelf naar een volwaardige baan doorgroeien. Dat kan voor een enkeling wel opgaan, maar voor het hele leger werklozen is dat wereldvreemd.
De arbeidsmarkt werkt namelijk anders.

Het komt erop neer dat op termijn minstens een half miljoen uitkeringsgerechtigden naar "echte" werkgevers worden gestuurd. Bij zo'n groot plotseling opgedrongen aanbod -7% tot 8% van de totale werkende bevolking- kunnen deze mensen natuurlijk nooit een fatsoenlijk loon of arbeidsvoorwaarden bedingen. Dat geeft al aan dat het verhaal niet klopt dat alle herintreders kunnen doorgroeien naar een volwaardige baan. Wel wordt hiermee uitgelokt dat bedrijven en instellingen deze mensen gaan misbruiken om met de hun opgelegde slechtere arbeidsvoorwaarden het huidig personeel te verdringen en zo werkloos te maken.
Ditzelfde is eerder vertoond met de maatwerk- of Melkertbanen in de 90er jaren.

En als er dan geen banen zijn te vinden, dan krijgt de uitkeringsgerechtigde een programma persoonlijke ontplooiing en sociale contacten te verwerken. De uit te voeren bezigheden worden "integrale dienstverlening" en "sociale innovatie" genoemd. De uitkeringsgerechtigde moet dat zien als persoonlijke aandacht en hulp. Er wordt vrijwilligerswerk verlangd om "sociale verantwoordelijkheid" te ontwikkelen. Het perspectief voor de maatschappij heet te zijn dat zo de tekorten opgevangen kunnen worden in de zorg, bij buurtwerk, sportvelden en misschien wel bibliotheken en postkantoren. Hoe zoiets binnen die instellingen ingepast kan worden, daar wordt geen aandacht aan geschonken. Dat dit moetwillig de loondruk nog verder opvoert, wordt verzwegen.

Deze verzieking van de arbeidsmarkt voor slecht betaalde banen kent een lange voorgeschiedenis. Er verschenen de laatste jaren veel beleidsadviezen van ambtenaren en universitaire technocraten die deze omslag voorbereidden.
Ook Cedris (de koepel van WSW instellingen), Divosa (directies van de gemeentelijke sociale diensten) en VNG (de vereniging van gemeenten) hebben er uit eigen belang aan bijgedragen.

Het gaat dan niet alleen over bezuinigingen. Er wordt ook stevig geruzied over welke instellingen straks welke regelingen mogen uitvoeren. En dus het geld mogen beheren dat voor een bepaalde regeling gereserveerd is. Dat het bij uitkeringen gaat om mensen die uitgesloten zijn van een inkomen, daar is nauwelijks aandacht aan besteed.

bijstand anno 2010
Tot nu toe voeren de gemeenten via hun sociale dienst of DWI de bijstand uit. Iedere gemeente krijgt daarvoor een eigen budget toegewezen. Uit het "werkdee" wordt de arbeidbemiddeling en de loonsubsidie betaald, Wat na een jaar overblijft in die pot, moet terug naar het Rijk. Het "inkomensdeel", is bedoeld om uitkeringen te betalen. Maar wat daaruit overblijft mag de gemeente houden.

Daarom is het beleid van sociale diensten: De uitkeringsinstanties UWV en CWI verkeerden jarenlang door samenvoegingen en wanbeleid in een zeer kostbare organisatorische chaos. Sinds juni 2010 staat het UWV zelfs onder curatele. Arbeidbemiddeling is ook bij het UWV verplicht. Daarvoor worden ook uitzendburo's ingehuurd, die uiteraard alleen de makkelijk plaatsbaren overnemen. 22% van de UVW klanten is ouder dan 55 jaar en heeft dus weinig kans op een nieuwe baan. Van de 55-plussers met werk lukt het slechts 1 op de 13 om van baan te veranderen.

Arbeidbemiddelingburo's zijn berucht om hun onduidelijke prestaties, grenzend aan fraude. Het werk zelf is sterk afhankelijk van de creativiteit van de consulent. Blijfplicht is regel. Meestal sluit het werk niet aan op
de uitkeringsgerechtigde en komt daarom over als strafwerk. Toch wordt door Divosa beweerd dat 38% van
de uitkeringsgerechtigden zo aan werk is geholpen. Hoeveel er daarvan weer terugkomen voor een uitkering, wil Divosa niet weten.

arbeidsongeschikt
Bedrijven weigeren hun verantwoordelijkheid voor stukgedraaid personeel. Deze mensen worden zo snel mogelijk gedumpt, alsof het hun eigen schuld is. Het is bedrijfsbeleid om arbeidsongeschikt vast personeel met juridische procedures definitief afgekeurd te krijgen. In de helft van de gevallen lukt dat. Die mensen komen daarmee in de WIA terecht. Daarmee komt hun uitkering niet meer ten laste van het bedrijf, maar van de gemeenschap.

Voor tijdelijk personeel dat arbeidsongeschikt raakt, heeft een bedrijf met de afloop van de contractduur geen doorbetalingsplicht meer. Bij kans op herstel krijgen deze "vangnetters" nog een WGA uitkering uit het sectorfonds. Zodra dat ophoudt, kunnen ze ziektewet aanvragen.
Het gaat hierbij om langdurig zieken, zieke uitzendkrachten, en zieke mensen met een tijdelijk dienstverband.
In lijn met de werkplicht in de nieuwe bijstand, maakte de vorige CDA regering het plan om deze vangnetters te gaan verplichten eerst vergelijkbaar werk te zoeken voordat ze tot de ziektewet worden toegelaten. Een duidelijk voorbeeld hoe met de nieuwe bijstandsuitvoering ook andere uitkeringen omlaag worden getrokken.

Voor een jaar in dienst nemen van iemand jonger dan 50 jaar uit WW of WIA/WAO brengt een bedrijf via UWV maximaal 50% minimumloonsubsidie op.

arbeidsreserve
De voorstanders van de wijzigingen in het uitkeringsstelsel ontkennen principieel de maatschappelijke oorzaak van werkloosheid en ziektes opgedaan in het beroep. De propagandisten leggen de schuld voor werkloosheid of beroepsziekte bij het slachtoffer zelf.
Aan de bestaande arbeidsverhoudingen kan het nooit liggen, het individu heeft zich niet op tijd aangepast. In het verlengde daarvan worden uitkeringsgerechtigden neergezet als types die heropgevoed moeten worden opdat ze zich maatschappelijk nuttig zullen maken: iedereen aan het werk.

Maar dan doet zich een tegenspraak voor. Instand houden van zo'n 6% werkloosheid is een politiek-economisch standaard recept om de loonkosten laag te houden. Dat in een westerse economie beleidsmatig die structurele arbeidsreserve aangehouden wordt, is in iedere inleiding in de economie terug te vinden. (42. werkgelegenheid)

Het kan dus niet waar zijn dat alle uitkeringsgerechtigden aan werk worden geholpen. Door deze mensen wel aan te bieden, nog wel onder het minimumloon, worden ze door werkgevers misbruikt om anderen -die onder betere arbeidsvoorwaarden werkten- uit hun banen te zetten. Tenzij dat personeel in die reguliere banen alsnog loonsverlaging accepteert. Het gevolg is:

"Iedereen aan het werk" is een valse slogan. De suggestie strookt helemaal niet met hoe de arbeidsmarkt in een open economie zoals Nederland in elkaar zit.

kleine logo

loonwaarde ingevoerd
hoe diep kan je gaan

Waar ligt voor een mens de grens tussen te weinig om van te leven en teveel om van dood te gaan? Vooral sinds de 90er jaren hebben vele afgestudeerden in Nederland zich uitgeput om dit bestaansminimum vast te stellen. Deze studies en de bewerkingen daarvan door beleidsmakers en uitkeringsinstanties hebben het huidig regeringsbeleid voorbereid. Dit technokratisch stelsel gaat niet uit van sociale rechtvaardigheid. In plaats daarvan is het bestaansminimum -in geld uitgedrukt- de norm voor uitkeringen geworden.

Leidraad bij de bezuiniging op uitkeringen is het afschrijven van niet te exploiteren mensen.
Waar het minimum precies ligt, wordt uitgeprobeerd door de uitkeringen steeds verder te verlagen. Onder steeds andere voorwendsels. Dit zijn voorwendsels omdat ontkend wordt dat werkloosheid en ziekte bovenal het gevolg zijn van bedrijfsvoering en politiek-economisch beleid.

Vanuit de propaganda worden uitkeringsgerechtigden neergezet als onwillige individuen die heropgevoed moeten worden om maatschappelijke aansluiting te krijgen. Alsof uitkeringsgerechtigden geen aansluiting zouden hebben. Die aansluiting hebben ze al vanaf hun geboorte. Ze hebben alleen geen werk. Maar een uitkering, tot nog toe.

Zodra er gewerkt wordt voor een baas, moet die daarvoor nog altijd het wettelijk minimumloon uitbetalen. Maar ondernemers houden vol dat mensen die uit een uitkering komen geen volwaardige prestatie kunnen leveren. Daar wordt op twee manieren de ondernemer in tegemoet gekomen. Iedereen die is tewerkgesteld krijgt eerst een beoordeling naar wat haar of zijn economische opbrengst kan zijn. Dat heet de bepaling van de loonwaarde naar geschatte produktiviteit. De ondernemer krijgt het tekort tussen die loonwaarde en het minimumloon als subsidie uitgekeerd. Ten tweede gaat het minimumloon volgens het regeerakkoord met 10% omlaag. Zo wordt toch nog bezuinigd op de uitgaven voor die loonsubsidie. En het inkomen van tewerkgestelden wordt dieper naar het bestaansminimum weggeduwd.

Het vaststellen van de loonwaarde gaat net zoals bij een veekeuring.
Mensen worden gekeurd op hun economische bruikbaarheid.
Daarna op hun marktwaarde ingezet.
Resultaat: werkverschaffing.

Wie zich onttrekt aan dit systeem, is aangewezen op liefdadigheid en de particuliere voedselbanken. Geen sociaal vangnet meer voor wie vermalen is geraakt.
Terug naar de armenwet van 1912.

liefdadigheid ontkent sociale rechtvaardigheid
liefdadigheid houdt mensen in ondergeschikte positie
liefdadigheid bevestigt de bestaande machtsverhoudingen
laat je nooit in een slachtofferrol drukken
veekeuring is mensonwaardig


kleine logo

plundering volksverzekeringen
diefstal in de polder

Met grafieken uitgebreid, ga naar: (52. plundering volksverzekering)

In de afgelopen jaren zijn de reserves verdwenen waaruit werknemers- en volksverzekeringen betaald moeten worden. Dat komt doordat de premies te laag zijn vastgesteld. Bovendien is bij sommige fondsen de opgebrachte premie voor iets anders gebruikt. Waardoor er te weinig over bleef voor de volksverzekeringen. Dat is moedwillig gebeurd. Want daarmee daalden de loonkosten voor de werkgevers, zonder dat de werkenden dat in hun koopkracht merkten.

Door de te lage premieafdracht komt het zorgverzekeringsfonds tekort. Niet door de vergrijzing. Het moedwillig opgebouwde tekort in dit fonds wordt als argument gebruikt om de aansturing en onherroepelijk ook het nivo van de zorg te wijzigen. Door als overheid de verantwoordelijkheid voor de zorg te ontlopen met overdracht aan "de markt", hoopt men verder te bezuinigen. Dat gebeurt dan op dezelfde manier waarmee het openbaar vervoer in 15 jaar is uitgekleed op dienstverlening en arbeidsvoorwaarden. (59. concurrentie op arbeidsvoorwaarden - OV in de knel)

De AWBZ-pot komt al langer geld te kort doordat de binnenkomende premie voor een deel gebruikt wordt om belastingvrijstellingen uit te bekostigen. Het daardoor ontstane tekort voor de AWBZ werd het voorwendsel om daarop te bezuinigingen door delen van de aanvullende zorg te privatiseren. Met de thuiszorg als voorbeeld: de dienstverlening werd voor gebruikers chaotisch; de arbeidsvoorwaarden zijn belabberd, hoge werkdruk; veel onprofessioneel en frauderend management.

De WW-pot liep eind 2010 leeg doordat de premie voor werkenden vanaf begin 2009 is geschrapt. De lege pot is mede aanleiding voor de propaganda voor een kortere -dus goedkopere- WW en hogere arbeidsparticipatie. (52. afromen WW en WAO fondsen)
Maar dat de arbeidsmarkt zonder hogere deelname zou verkrappen, is een drogreden.
Want zeer onwaarschijnlijk. Nog altijd hebben arbeidsmigranten door de eeuwen heen
de gaten in de arbeidsmarkt opgevuld. Bedrijfsleidingen halen die zelf binnen via wervingsburo's. Migranten hebben steeds aan de basis gestaan van de welvaart in Nederland.

De ondernemers verlangden eind 2008 economische steunmaatregelen van de staat en een loonstop voor 2009. Ze traineerden alvast de cao onderhandelingen. De regering hield een looningreep achter de hand. Maar uiteindelijk koos de regering ervoor inplaats daarvan het nivo van consumentenbestedingen instand
te houden door vanaf begin 2009 de WW-premie voor het werknemersdeel tot 0% te verlagen.
Voor de werkenden een aanvulling op de in koopkracht te verlagen cao's. Deze constructie kwam ook de overheid als grote werkgever goed uit. Voor de werkenden was het een sigaar uit de eigen doos, waarvan de gevolgen pas op langere termijn voelbaar zouden zijn. Twee jaar later was de WW pot leeg.

De AOW-pot is al jaren geleden leeg gelopen. Dat komt om te beginnen door de belastingwijziging van 1990 ten gunste van hogere inkomens, waardoor te weinig premie voor de AOW binnenkwam. Om dat weer te repareren besloot de regering het oudedagpensioen aan te vullen uit de overige belastingen. Daaroverheen is er in 2001 een stelselherziening doorgevoerd waarbij sindsdien de binnenkomende premie voor de volksverzekering AOW wordt gebruikt om belastingvrijstellingen te bekostigen. Door dit oneigenlijk gebruik van de binnenkomende premie voor de AOW blijft er te weinig achter om de AOW uit te betalen.
(ESB 250108)

Inplaats van de volksverzekering die het oorspronkelijk was, wordt het ouderdomspensioen nu betaald uit een gemengd belasting- en premiestelsel. Het financieringsprobleem van de AOW is dus niet veroorzaakt door de vergrijzing, maar door afromen van het vermogen, inkomenspolitiek, belastingtechnocratie en bezuinigingsdrang. Op de AOW uitgaven is vervolgens bezuinigd door het nivo van de uitkeringen omlaag te brengen. Dat gebeurde door zo af en toe de ouderdomsuitkering te ontkoppelen van de vooruitgang in de cao lonen. Daardoor is tussen 1980 en 2007 het ouderdomspensioen ruim 15% achteruit gezet op de lonen. Om nog verder op de AOW uitgaven te besparen wordt nu geroepen dat er tot een hogere leeftijd moet worden doorgewerkt.

Weer een naargeestige truc: vanaf 2011 zijn de 185.000 AOW-ers met een jongere partner voor 8% gekort. Zo dalen de uitgaven ten koste van de uitkeringsgerechtigden die zich daartegen slecht kunnen verweren.

De fondsen voor het aanvullend bedrijfs(tak)pensioen zijn in het verleden beroofd door zowel overheid als bedrijven. Terwijl werkenden verplicht moeten afdragen aan de pensioenfondsen, is het vermogensbeheer vaak jammerlijk onprofessioneel, werden de werkgevers vrijgesteld van een deel van hun premiebetaling, en zijn veel pensioenvermogens afgeroomd door de moederbedrijven. Het beste pensioensysteem in de geï landen is daarmee stilletjes gesloopt. Daardoor blijven nu de pensioenuitken en de opgebouwde pensioenrechten achter bij de loonstijgingen in de sector. (48. pensioenroof)

bijvoorbeeld:
Pensioenen ABP en de opgebouwde rechten lopen vanaf 2003 ongeveer 8% achter op de loonstijgingen in het onderwijs en bij de overheid. Bij Zorg en Welzijn bestaat een 6% achterstand op de cao's in de sector. Bij PMT (kleinmetaal) bouwen werkenden inmiddels 6,6% minder rechten op, de gepensioneerden blijven 4,4% achter ten opzichte van de loonsverhogingen

Niet alleen de mensen die in een uitkering zitten worden afgeknepen,
ook de werkenden hebben straks veel minder om van te leven dan dat
ze ooit gedacht hebben.

Het gaat nog verder:
Het wettelijk minimuminkomen wordt verlaagd,
de bodem wordt uit het sociale vangnet gesloopt,
de arbeidsmarkt voor laag betaald werk raakt overvoerd.

Daarmee is de druk om de cao-lonen nog verder te verlagen
zwaarder aangezet.
Zo worden werkenden en uitkeringsgerechtigden tegen elkaar uitgespeeld.

bestolen
Het is een leugen dat crisis en vergrijzing de stelselwijzigingen in de volksverzekeringen onvermijdelijk hebben gemaakt. Moedwillig zijn de stelsels in de loop der jaren sluipend afgebroken om de loonkosten voor de wergevers -dat zijn ondernemingen en overheid-
te verlagen. Door de premies voor volksverzekeringen een paar procent te laag vast te stellen, daalden de loonkosten van werkgevers navenant.

Voor ondernemingen betekent dat subsidie op hun winsten, betaald door het personeel.
De truc hierbij is dat werkenden dat niet direkt merken, omdat het op hun koopkracht geen invloed heeft. Tenminste, zolang ze nog werk hebben. Pas na het werkzame leven merken
ze dat ze zijn opgelicht.

Er is de laatste jaren willens en wetens te weinig geld voor apart gezet. Daar is wel regelmatig voor gewaarschuwd, maar dat werd weggewuifd. Dit wanbeleid wordt verhuld door nu de propaganda te voeren dat de volksverzekeringen onbetaalbaar zijn geworden. Er zou een
te groot beroep op gedaan worden. En toch, het is niet waar, het geld is onttrokken.

Uitgerekend de komende pensionering van babyboomers is absoluut geen onverwacht gegeven. Het is al 60 jaar lang bekend dat het er aan gaat komen. Daarom klopt het niet dat nu de leeftijd waarop je aanspraak kan maken op AOW daarom verhoogd moet worden. Het is een diefstal van de bevolking om èn winsten te subsidieren èn de staatskas te spekken.
(47. stilzwijgend sociaal akkoord 2010)

Als straks de AOW uitkering later ingaat, wordt er echt niet langer doorgewerkt.
In de praktijk houdt men veel eerder op met werken.
Dat gebeurt slechts zelden vrijwillig, maar door ontslag, reorganisatie en afloop contract.
Wie zonder werk komt te zitten, wordt meestal na het 55e jaar een nieuwe baan geweigerd.

Uitstellen van de AOW leeftijd betekent dat veel ouderen straks langer zonder inkomen zitten
en in de tussentijd inleveren op koopkracht. Nemen ze toch ander werk aan
-als aanvulling op het inkomen- dan is dat voor een laag loon, onder het nivo van hun kunnen.
Want met de werkplicht in de bijstand is de arbeidsmarkt aan de aanbodzijde al overvoerd.

Ondernemers en overheid weigeren de voorzieningen in stand te houden die bedoeld zijn om gewone mensen een inkomen te garanderen buiten het werkzame leven. Daar worden ondernemers en overheid zelf rijker van. Daarvoor hebben ze de fondsen domweg geplunderd. Natuurlijk wordt dat zo niet verteld, om dat toe te dekken wordt de publieke opinie misleid.

Vaak toegepaste ideologische verheerlijking van ondernemerschap:

"mensen moeten meer eigen verantwoordelijkheid nemen"
dus "zijn sociale verzekeringen niet meer nodig"
dus " kunnen die loonkosten geschrapt"
Kan allemaal, zolang het uurloon op € 200,- of meer ligt, zoals bij vrije beroepen:
de advocaat, medisch specialist of notaris, zolang die daar zelf voor heeft gekozen.
Wat niet kan,
is het mensen op te leggen die contractueel € 15,- of minder als uurloon krijgen.
Loonkosten zijn integraal onderdeel van het loon.
Alleen boekhoudtechnisch worden de kosten voor sociale verzekeringen ten dele
de werkgever toegerekend. Zouden de verzekeringen boekhoudtechnisch helemaal
door de werkenden zelf worden betaald, dan blijven de kosten even hoog.
Waar de "eigen verantwoordelijkheid" propagandisten werkelijk op aansturen is:
loonkosten verlagen door de sociale verzekeringen te schrappen,
het de werkenden verder zelf uit laten zoeken,
het verschil in eigen zak te steken.
Het is de ideologie van de dief.
kleine logo

arbeidsvoorwaarden uitgehold
personeel is noodzakelijk, maar mag niets kosten

Nog in de tachtiger jaren was de cao een vangnet voor het nivo van de inkomens. De laagste cao-loonschalen lagen 20% tot 30% hoger dan het minimumloon. Met toeslagen -bijvoorbeeld voor onregelmatigheid, weekenddiensten en ongezond werk- kwam het loon nog hoger uit.
Bij cao onderhandelingen proberen de AWVN onderhandelaars van de werkgevers hardnekkig
de laagste cao schalen op het minimumloon te leggen, waardoor de lonen voor laag ingeschaald
personeel achteruitgaan. Geleidelijk aan lukt dat ook. Inmiddels zet de regering in op verlaging
van het minimumloon met 10%. Waarmee de lonen nog verder verlaagd worden.

Om verantwoordelijkheid voor het personeel te ontlopen -en vooral kosten daarvan-, passen werkgevers vele stunts toe. Zo nemen ze maar een deel van het benodigde personeel in vaste dienst, verzieken onderhandelingen over de collectieve arbeidsovereenkomsten en ontduiken cao's zodra die zijn afgesloten. Want ondernemers en hun personeelsmanagers gaan altijd voor
de laagste kosten voor arbeid. Bovendien zoeken ze de snelste en goedkoopste manier om weer van personeel af te komen. Daarvoor houden ze een deel van de ingehuurde mensen op de schopstoel. Met dit onloyaal gedrag ondermijnen werkgevers de bestaanszekerheid van hun personeel, maar dat is geen punt onder de bestaande arbeidsverhoudingen.

arbeidsvoorwaarden op de reservebank
Er is een hele reeks aan juridische arbeidscontracten ontwikkeld waarbij de voordelen sterk
bij het bedrijf zijn komen te liggen, tenkoste van de bestaanszekerheid van de werkenden:

Een tijdelijk contract van meerdere jaren wordt gebruikt als een verlengde proeftijd.
Dat is gebruikelijk in meer gespecialiseerde functies bij grote bedrijven, ook bij onderzoeksinstellingen, bij het hoger onderwijs en de overheid.

De laatste jaren komt het steeds vaker voor dat vast kantoorpersoneel wordt ontslagen en daarna
op tijdelijke projectbasis weer wordt ingehuurd als freelancer.
Bij politie, ministeries, gemeenten en stadsdelen wordt deze truc toegepast om op papier het personeelsaantal te verminderen.

Gebruikelijk is dat drie tot vier tijdelijke jaarcontracten achterelkaar worden aangeboden.
Na vervolgens 3 maanden werkloosheid wordt daarna weer een tijdelijk contract verleend.
Minister Maxime Verhagen maakt het in september 2011 nog bonter.
Als versoepeling van de arbeidsmarkt voor bedrijven stelt hij voor om na het eerste jaarcontract
tijdelijke contracten van 7 tot 10 jaar toe te staan. Zulke afbraak van inkomenszekerheid noemt
hij innovatie.

Een uitzendcontract wordt vooral toegepast voor uitvoerende functies. Een uitzendburo bemiddelt werkzoekenden naar tijdelijke banen bij bedrijven die om tijdelijk personeel
voor een week tot een jaar vragen en krijgt daarvoor betaald.

Juist in bedrijfstakken met veel bedrijfsongevallen -bijvoorbeeld abattoirs- wordt het merendeel van het personeel op een kort tijdelijk contract gezet, liefst nog migranten uit het buitenland omdat die meestal
hun rechten niet kennen.
30% van de mensen staat op tijdelijk contract bij Scania, meer nog bij de distributiecentra van Albert Heijn. Bij KPN minstens 20%. In van Philips afgesplitste bedrijven zit meer dan de helft van het personeel op tijdelijk contract

Bij payroll is het personeel formeel niet in dienst bij het bedrijf waar wel wordt gewerkt.
Een payroll bedrijf heeft de betaling en het beheer van het personeel overgenomen.
In tegenstelling tot de uitzendconstructie, blijft het bedrijf waar gewerkt wordt wel zelf
de werving doen voor een langduriger dienstverband en brengt daarna dit personeelslid onder bij de payroller. Deze constructie van de laatste 15 jaar komt steeds meer voor bij
het midden- en kleinbedrijf, horeca, winkelbedrijf, onderwijs en overheid.

Werk uitbesteden aan afgesplitste en verzelfstandigde bedrijfsonderdelen gebeurt
onder het mom dat het moederbedrijf zich concentreert op de kerntaken.
Voordeel voor het moederbedrijf is dat het inlenend bedrijf vroeg of laat gedwongen kan worden te concurreren op prijs en arbeidsvoorwaarden en dat er geen reorganisatiekosten zijn bij beёindigen van de relatie.

Een variant hierop is de banenpool, ontwikkeld als methode om van personeel af te komen zonder het meteen te ontslaan. Het personeel wordt in een nieuwe juridische eenheid ondergebracht, die als een voorkeur uitzendburo binnen de sector zou moeten gelden.
(60. banenpool, een sterfhuis)

Uitlening of detachering wordt gebruikt om personeel tijdelijk bij een ander bedrijf
in te zetten zonder dat het inlenend bedrijf daarvoor verantwoordelijk is.

In de ICT is deze manier van wegwerken na 2001 gebruikelijk. TNTpost wil in 2011 honderden postbodes
in het mobiliteitscentrum via detachering laten verdwijnen.

Een parttimecontract betekent werken in deeltijd. Interessant als aanvulling op een ander inkomen en voor huishoudens met twee- of meerverdieners, zolang het vrijwillig wordt aangegaan. De produktiviteit ligt gemiddeld hoger vergeleken met een voltijd baan. Reistijden drukken zwaar bij slechts een paar uur per dag en dat zes dagen in de week.
Door functies in meerdere deeltijdbanen op te knippen, bereikt het management grotere flexibiliteit van de personeelsinzet.

mensenhandel
een uitzend contractantkost 2x het uitbetaalde loon
een payroll contractant kost 1,6x het uitbetaalde loon
koppelbazen verhuren migrant werkers voor 2x tot 6x het loon dat uitbetaald wordt.

Een inlenend bedrijf betaalt dus voor flex personeel heel veel meer
dan de verhuurde mensen zelf ontvangen.
Dit geeft aan dat bedrijven graag meer betalen aan bemiddelaars om vooral
snel en zonder verdere aansprakelijkheid personeel te dumpen.

Werken op flexibele werktijden, is geheel afhankelijk gesteld van het werkaanbod en het inroosteren door het management. Er zijn vele varianten mogelijk, voornamelijk in pulpbanen:

Een oproep onder voorovereenkomst betekent een verzoek om te komen werken,
dus bestaat er recht op vast werk na 3 of 4 aaneengesloten tijdelijke contracten.

Een oproep contract:

Een nulurencontract betekent opdraven na oproep.

Bij het min-max contract moet wettelijk na iedere oproep minimaal 3 uur betaald worden.

De overeenkomst van opdracht verplicht de contractant werk uit te voeren zoals dat aangeboden wordt, waarbij het bedrijf de voorwaarden en werktijden eenzijdig kan wijzigen.

In de thuiszorg werd vast personeel ontslagen en weer op OVO voorwaarden als alfahulpen ingehuurd.
Sandd, Selekt Mail en Netwerk VSP gebruiken postbestellers onder OVO voorwaarden.
Sandd betaalt € 7,- per uur onder een OVO, bij een parttimecontract verbiedt Sandd een bijbaan.

Dit soort banen zijn alleen uit te voeren als aanvulling op andere inkomsten,
anders leveren ze een totaal ontregeld sociaal leven op.
Toch moeten steeds meer mensen meerdere van deze pulpbanen aannemen om rond te kunnen komen.

De zzp'er -zelfstandige zonder personeel-, wordt belastingtechnisch hetzelfde behandeld als freelancers en mensen in vrije beroepen. Bedrijven huren zzp'ers tijdelijk in en maken misbruik van de veel voorkomende miscalculaties door zzp'ers, waardoor zij 20% tot 50% goedkoper zijn dan vast personeel. Vooral in de bouw en bij technisch onderhoud komen
zo mensen terug die eerder bij hetzelfde bedrijf een vaste baan hadden.

Het aantal zzp'ers is vanaf de 90er jaren sterk gegroeid met vaklieden, die een vaste baan geweigerd wordt. Zzp'ers zitten bijvoorbeeld in de zorg, bouw, installatie, wegtransport, of het zijn kleine zelfstandigen.
In 2010 heeft van hen nog geen ¾ een aansprakelijkheidsverzekering; slechts iets meer dan ⅓ is verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid; niet meer dan 1 op de 5 is verzekerd tegen ziekte; 60% van de zzp'ers heeft een inkomen rond het minimumloon (min Soc Z).
De zzp vertegenwoordigster in de SER -werkzaam bij FNV- bazuint vrolijk rond dat de zzp'er bewijst dat het onderscheid tussen ondernemer en werkende vervaagt en niet meer van deze tijd is. Niets is minder waar. Het merendeel van de zzp'ers blijft afhankelijk van het uitbestedend bedrijf dat hen inhuurt, maar werkt op veel slechtere voorwaarden dan in loondienst, omdat het aangenomen werk nu helemaal op eigen risico gebeurt.

Eigenlijk is het een constructie om zelfstandige werknemers op projektbasis naar het netto caoloon te betalen en bovendien alle risico’s zelf te laten dragen. Condities op hetzelfde nivo waaronder Nederlandse bedrijven via Zwitserse en Luxemburgse brievenbusfirma’s personeel inhuren.

flexibele schil
In 2010 werden er ongeveer 7.700.000 banen in Nederland geturfd. Daarvan waren er 5.700.000 uitgegeven op vast contract. Bijna 2% minder dan in 2009. Maar het aantal uitzendbanen nam toe met 7,6%. Dat betekent dat ondernemers vast personeel vervangen door personeel waar ze sneller en goedkoper van af kunnen komen. Dit slecht personeelsbeleid is geen toevalligheid. People-managers noemen dit het vergroten van de flexibele schil in het personeelbestand.
Om snel de loonkosten te kunnen verlagen als ze dat zo uitkomt.

De ondernemersvereniging VNO zeurt al vele jaren om een grotere ontslagvrijheid voor haar leden. Die gewenste ontslagversoepeling kwam er nog niet. Dit is hun wraakneming. Met een groter bestand aan flexibele contracten is ook snel en goedkoop van personeel af te komen. Zonder extra afvloeiingsregeling. Zonder opgaaf van reden. Hiermee ondergraven ondernemers alvast de bestaanszekerheid van een deel van de werkenden. Personeelmanagers van bedrijven zoals TNT, KPN, Philips en Akzo Nobel geven dit beleid gewoon toe. Winkelbedrijven doen allang niet anders.

Bij ontslag via de kantonrechter -in 2008 ongeveer de helft van de gevallen- moest per jaar dienstverband rond een maandloon extra worden meegegeven.

Met het vergroten van de flexibele schil, groeit ook het aantal mensen dat vast werk zoekt.
Dat betekent op de werkvloer dat het vast personeel wordt gechanteerd met het grote aantal flexwerkers: "o, bevalt het je niet? voor jou staan er genoeg anderen klaar". Tegelijkertijd worden de gesubsidieerd tewerkgestelden weer als verdringers uitgespeeld tegen flexwerkers.
Met als doel in de arbeidsvoorwaarden te snijden om de loonkosten te verlagen.

de flexibele schil in 2010

  aantal mensen aandeel banen
uitzend 682.000 9%
payroll 144.000 2%
zzp 708.000 10%
overig tijdelijk 466.000 6%
totaal   27%

Het UWV stelt de flexibele schil op 34% van de banen in Nederland,
door ook de banen kleiner dan 12 uur per week mee te tellen.


Deze banen worden voor 41% vervuld door kostwinners.

verzieken van de cao
De mensen met een vaste baan komen bij hun baas hetzelfde gebrek aan respekt tegen.

En als er dan een cao is, dan wordt die regelmatig ontdoken door het bedrijf.
(17. stelen van het personeel)

bedrijfstakken waar loonbetaling onder de cao afspraken regel is: tuinbouw, zorg, taxi, kinderopvang, winkelbedrijf, uitzendwerk, streekvervoer, post, zeescheepvaart, schoonmaak, wegvervoer, vleesverwerking, basisonderwijs

onderbetaling
Ondernemers en de hun getrouwe bedrijfsleidingen minachten werkenden.
Alleen de loonkosten tellen en die moeten zo laag mogelijk uitkomen.
Daartoe staan veel wettelijk mogelijkheden open. Dat vergroot de druk om alle lonen
in Nederland verder te verlagen.

minimumloon € 65 per werkdag van 8 uur,
maar het betaald loon kwam in 2010 vaak lager uit:

onderbetaling contractarbeid per werkdag van 24 uur

Portugees kamermeisje € 40 / dag
   
Roemeense dag- en nachtverzorgster € 40 / dag
bij 3 maanden aaneengesloten dienst
   
Poolse chauffeur € 23 / dag
   
Bulgaarse bouwvakker € 18 / dag
   
Filippijnse matroos € 13 / dag
permanente beschikbaarheid 8 maanden
   
Roemeense champignon plukster € 9 / dag
   
Bulgaars hotelpersoneel € 10 / dag
bij 9 maanden aaneengesloten dienst
In de thuiszorg is vast personeel vervangen door alfahulpen.
TNT wil 11.000 vaste banen met gedwongen ontslag vervangen
door 35.000maximaal 12 uur per week banen, DHL verruilt vaste banen
-onder gedwongen ontslag- voor 20 uur banen met verplicht overwerk.
Indonesische kroepoek bakkers,
Indiase marktwerkers,
Poolse tomatenplukkers,
Roemeense aspergestekers,
Filippijnse au-pairs,
Slowaakse aardbeienplukkers,
Chinees keukenpersoneel.
Deze mensen werken doorgaans 7 x 12 uur per week; krijgen geen loon,
maar een vergoeding voornamelijk in tegoedbonnen; zijn gehuisvest op de werklocatie;
hebben een verbod om het terrein te verlaten.

Terwijl het loonnivo al sterk verslechterd is.
Vooral jongeren en migranten zijn daarvan het slachtoffer:
In 1996 kreeg 10% van de werkenden minder dan 130%
van het minimumloon betaald;
in 2008 is dat al 18% van de beroepsbevolking: 1.400.000 mensen;
Ook de arbeidsvoorwaarden gaan achteruit:
1 op de 5 werkenden had in 2008 geen vast contract
(FNV-Bondgenoten, november 2008)

kleine logo

naar het bestaansminimum

verlagen van de bijstand uitkering
werkplicht voor uitkeringsgerechtigden
invoeren van de loonwaarde keuring
weg laten lopen van het vermogen van de voksverzekeringen
groei van de flexibele schil in het personeelsbestand
achteruitgang in arbeidsvoorwaarden
verlaging van het minimumloon

Dit zijn geen vanelkaar losstaande ontwikkelingen.
De dwangmaatregelen sluiten op elkaar aan.
Mensen worden gedwongen met elkaar te concurreren op de arbeidsmarkt.
Dat heeft niets te maken met een onvermijdelijk noodlot.
Deze ingrepen worden door mensen gestuurd en gecoördineerd.
Het betekent voortgaande verlaging van de levensstandaard voor de hele bevolking.
Dat is politiek-economisch beleid, dat daarom ook politiek moet worden bestreden.

Met allerlei verwarring scheppende verhalen wordt de druk opgevoerd om zowel de lonen als uitkeringen te verlagen. Omdat het inkomen van uitkeringsgerechtigden en loonafhankelijken
op elkaar aansluit en in elkaar overgaat. Afbreken van de bestaanszekerheid, daar is het om begonnen.

wie niet meekomt in de rat race, wordt gedumpt

Zo worden zowel de uitkeringen als de lonen en verdere arbeidsvoorwaarden onder druk gezet. Als dit beleid niet gestopt wordt, gaan de inkomens van uitkeringsgerechtigden èn werkenden steeds verder richting bestaansminimum. (bulletin XXIII. naar een toekomst die loont)
Na sloop van het sociaal vangnet betekent dat voor de bevolking in uiterste konsekwentie nog maar èèn ding: arbeidsplicht

niet dat het vroeger allemaal beter was,
maar
afbraak is geen verbetering

Deze technocratische herstructurering is gericht op vermeerdering van het geïnvesteerd kapitaal ten koste van duurzame werkgelegenheid. De bevolking wordt behandeld als een wegwerpartikel dat enkel nuttig is om het rendement te verhogen en helaas daarvoor noodzakelijk is.
Het verdiende kapitaal blijft vrijelijk in en uit stromen en heeft geen enkele verplichting voor de toekomst van de bevolking. (8. winst en kapitaalexport)
dat maakt van Nederland een armoedig lage lonen land

De spraakmakers en politici die zich hervormingsgezind noemen, ondersteunen dit verscherpen van de tegenstellingen in de arbeidsverhoudingen. Daarmee staan zij voor verlaging van de inkomens van werkenden en uitkeringsgerechtigden tot aan het bestaansminimum.

verdeel en heers
Uitkeringsgerechtigden worden uitgespeeld tegenover werkenden.
Flexwerkers tegen degenen met vast contract.
Migranten tegen de inboorlingen.
Terwijl ze allen hetzelfde belang hebben: een beter leven, dat hen ontnomen wordt door ondernemers, hun financiers en de regering.

De grote vakbonden zijn bekend met de inbreuk op de bestaanszekerheid van uitkeringsgerechtigden en werkenden. Toch ondernemen de vakcentrales geen politiek initiatief tegen deze praktijken. Hooguit een incidentele actie. De leiding blijft liever eindeloos bedelen bij de aanstichters -ondernemersvereniging VNO en de regering-: of het niet wat minder kan. Daarmee ontzien ze hun financiёle afhankelijkheid van de bedrijven waarmee een cao is afgesloten. En hun politieke verbindingen met de middenpartijen. (43. vakbondstientje)

Daarom:
neem zelf het bondsbeleid in handen

ga door naar: (40.2. loonmatigen als maatschappelijke opdracht)
jan 11

kleine logo