1 mei komitee
oudbulletinlogo

1 mei krant 1999,
strijdt voor inkomen F

ja, we zijn belazerd
Na de oorlog moesten we loonmatigen om de wederopbouw mogelijk te maken.
Daarna moesten we loonmatigen om de exportpositie te verbeteren.
Bij de oliecrises moesten we loonmatigen om de welvaart te mogen behouden.
Tijdens de hoogconjunctuur moesten we loonmatigen om de concurrentiekracht te vergroten.
In de recessie moesten we loonmatigen om de werkloosheidsuitkeringen te betalen.
Na Bestek '81 moesten we loonmatigen omdat anders de ambtenaren teveel achterbleven.
Toen de gulden steeds harder werd moesten we loonmatigen om nieuwe banen te creëren.
Na de beursdip moesten we loonmatigen om het nivo van de investeringen te handhaven.
Nu moeten we loonmatigen om de winsten veilig te stellen.

Waar gaat het nou om? Zeg het maar:

de koppeling
Verlaging van uitkeringen is een kortzichtig beleid van sociale dumping.
Uitkeringsgerechtigden kunnen geen vuist maken om hun belangen te verdedigen. Werkenden kunnen dat wel.
Dus ligt het voor de hand dat uitkeringsgerechtigden met werkenden samen optreden voor hun gemeenschappelijk belang: koopkracht verhoging.
Want: hogere lonen? dan ook hogere uitkeringen.

Die coalitie vrezen de werkgevers: daarom dreigt Blankert (VNO) begin 1999 in de SER met ontkoppeling van het uitkeringsnivo van het loonnivo. Hij gokt erop dat uitkeringsgerechtigde bondsleden in verwarring de looneisen van de werkenden gaan inperken, inplaats van die te ondersteunen.

ATV
Werkgevers, daaronder ook de regering, blijven onbetrouwbare onderhandelingspartners:
Werkgevers doen steeds alsof de ATV van hen is. Dat is een leugen: wij hebben er loon voor ingeleverd, om zo met meer collega's erbij de werkdruk te verminderen. Die nieuwe banen hebben we nog niet gezien. Het geld zien we ook niet terug.
Ze hebben onze ATV gestolen.

stagnatie cao-lonen
De werkelijke lonen groeien veel sneller dan de cao-lonen.
De cao-lonen stegen de afgelopen twintig jaar (in guldens) bijna 30%, de werkelijke lonen met 60%. Die 60% is niet mis, maar in vergelijking met de loonontwikkeling in de Europese Unie blijkt het mager. Want in de EU stegen de lonen nog drie keer zo snel. (NRC Handelsblad 4 juni 1998)

Als je dan bedenkt:

Vreemd, dat dan de in 1999 afgesloten cao's niet eens op +3,5%+1% uitkwamen, maar zelfs nog onder de +2,5% zijn blijven steken. Als de ruimte er is, moet je die toch vastleggen?

grafiek C O  Bu 106 1 mei krant 1999

Loonmatiging om de economie te redden? Alle Europese landen kennen nog steeds bloeiende economieën. Alleen in Nederland en België zijn de lonen extra gedrukt. Economisch onnodig, maar wel het resultaat van het Akkoord van Wassenaar uit 1982.

loonmatiging slecht voor Euroland
Sinds de introductie van de Euro zijn de valuta en rentestanden verankerd. Wat voor gevolgen heeft dat nu voor de nederlandse werknemer? Een paar voorbeelden:
- Voor de exportsector betekent de komst van de Euro dat de opbrengsten van hogere produktiviteit niet steeds teniet worden gedaan door een duurdere gulden ten opzichte van andere valuta. En dan moeten we vooral denken aan de duitse Mark. De sector die afhankelijk is van export is in Nederland zeer omvangrijk.
Lonen in die sector kunnen nu gewoon meegroeien met de produktiviteit.
- De relatief open nederlandse economie is ingeruild voor een relatief gesloten europese economie. Europa handelt vooral met zichzelf: slechts 10% van de handel is gericht op de rest van de wereld.
Een oproep van werkgevers en regering om lonen in Nederland te matigen als gevolg van bijvoorbeeld een slechte dollar-koers is verleden tijd. Datzelfde geldt voor de Nederlandse inflatieangst bij loonstijgingen: ons land kent gewoon dezelfde inflatie als de rest van Europa.

europees loonpeil
Maar los daarvan, waarom zou u nu zo graag het loonnivo willen hebben van bijvoorbeeld Portugal? Als Euro-landen elkaar gaan beconcurreren op het laagste loonpeil, weet u dan waar deze negatieve spiraal ophoudt?
Ondernemers laten al jaren zien waar zij in de praktijk hun grenzen leggen: ze investeren in en handelen met landen waar vooral een goede infrastruktuur is en waar het kennisnivo van werknemers hoog is. Kortom, landen waar het loonpeil juist niet het laagst is!
Dat gedrag vertoonden ondernemers in het verleden en er is geen reden waarom ze in de toekomst daarvan zouden afwijken. Ieder verlies aan europese koopkracht werkt direct door in de winstmarges van bedrijven in Nederland en Europa. En welk bedrijf is niet afhankelijk van Europa?

Ondernemers verafschuwen een hoog loonnivo in het eigen bedrijf, maar zien maar al te graag dat het inkomen van de consument en dus het loon bij andere ondernemingen gelijke tred houdt met de verhoging van de produktiviteit van het eigen bedrijf. Dat geldt voor Nederland net zo goed als voor Euroland in het geheel.
Welvaartsverhoging op lange termijn, in het belang van bevolking en ondernemers staat op gespannen voet met het korte termijn denken van de ondernemers afzonderlijk. Het nu al 20 jaar achterblijven van het Nederlandse loonnivo is het gevolg van het korte termijn denken. En zeg nou eerlijk, hoe had u zich dat in de toekomst voorgesteld: dat ieder Euroland een export overschot wil hebben en niemand een tekort? Dat kan helemaal niet.
Werknemers zullen er zelf tegen moeten waken dat de arbeidsvoorwaarden in noord-europa verder aftakelen. Onze voorwaarden moeten juist worden overgenomen in zuidelijke landen, zoals bijvoorbeeld Portugal. Gebleken is tenslotte, dat de Nederlandse loonmatiging èn geen koopkrachtverbetering èn geen werkgelegenheid heeft voortgebracht.

beleidsconcurrentie
Nationale regeringen kunnen elkaar niet meer beconcurreren op wisselkoersen en rentenivos. Wat voor hen als enige mogelijkheid overblijft is beleidsconcurrentie. Die concurrentie wordt gevoerd door subsidie op bedrijfskosten met bijvoorbeeld vestigingssubsidie voor bedrijven en belastingkwijtschelding, en met het verlagen van de loonkosten door afbraak van arbeidsvoorwaarden en collectieve voorzieningen, waaronder sociale zekerheidsuitgaven. Juist het hebben van het vangnet van sociale zekerheid is een van de voorwaarden voor het mogelijk maken van hoge produktiviteit op lange termijn.
Afbraak van dat net leidt tot grote economische verspilling en sociale ontreddering. Zonder vangnet is hoge produktiviteit alleen mogelijk ten koste van maatschappelijke rechtvaardigheid en politieke democratie.
De economische schade die het produktiesysteem veroorzaakt, wordt dan op mensen verhaald, die daar zelf niets aan kunnen veranderen. Zulke sociale dumping levert bijvoorbeeld een WAO-gat op waartegen je jezelf moet bijverzekeren. Een ander voorbeeld is dat migranten tijdelijk worden ingehuurd, om ze na gebruik een verblijfsvergunning te weigeren.

innovatie en kwaliteit van de arbeid
Het relatief achterblijven van het nederlandse loonnivo heeft de afgelopen jaren ondernemers ertoe verleid bedrijfsactiviteiten te ontplooien waarbij produktprijs belangrijker is dan produktkwaliteit. Een groot deel van de export drijft op low-tech en bulkgoederen. Aan een kant was de harde gulden hiervan de oorzaak, aan de andere kant de lage lonen. De harde gulden is er niet meer, de produktprijs blijft echter bestaan.
Het aangaan van een concurrentieslag met lage lonen Eurolanden op low-tech goederenmarkten is op de lange duur een verloren strijd voor nederlandse ondernemers.
Looneisen stellen kan voor een verbetering van de kwaliteit van de arbeid zorgen, omdat ondernemers sneller zullen overstappen op produkt- en bedrijfsinnovatie. Door het lage loonpeil van de afgelopen jaren is daartoe nooit aanleiding geweest. Sterker nog, het was juist de bedoeling laag geschoold en laag betaald werk uit te breiden. Dat is ze gelukt, en dat ging niet gepaard met uitbreiding van werkgelegenheid en koopkrachtverbetering.
De'employability'die werkgevers eisen -dat wil zeggen bredere inzetbaarheid en scholingsplicht van werknemers- is een aangrijpingspunt om looneisen te stellen: voor wat, hoort wat.

vakbeweging heeft de sleutel
Een positieve opstelling ten aanzien van loonsverhoging is hard nodig. Tegenover het bedrijfsleven, maar ook tegenover de regering. De resultaten van loonmatiging zijn immers onbevredigend en ronduit nadelig voor werkenden en uitkeringsgerechtigden gebleken.

Op de lange termijn is koopkracht verbetering in het belang van zowel de gezamenlijke ondernemers als van de bevolking. Maar ondernemers zullen daar niet aan werken. De regering ook niet, die gaat iedere keer weer met de ondernemers mee. De werkers met hun vakbeweging zijn de enigen die een politiek van welvaartsverhoging kunnen afdwingen.

winstmatiging
Natuurlijk gaan loonstijgingen ten koste van winststijgingen. Maar de winstpositie van Nederlandse bedrijven kan heel wat verdragen. Bij redelijk loonoverleg zouden de ondernemers dat ook moeten toegeven. Door daling van de verkoop weten zij dat hun winsten in een recessie sowieso minder stijgen, of zelfs dalen. Waarom in plaats daarvan geen winstmatiging om de lonen en daarmee de bestedingen op te voeren?
(Geert Reuten, Zeggenschap 4-1998)

ontwikkeling arbeidskosten
in de industrie 1983-1997
Verenigde Staten +20%
Europese Unie +42%
Duitsland +29%
Nederland - 2,4%
bron: CPB, CEP 1998

In de jaren zestig en zeventig gingen de reële lonen in de Europese Unie ruwweg gelijk op met de stijging van de arbeidsproduktiviteit in de EU. Steeg de arbeidsproduktiviteit 5%, zoals in 1969, dan stegen de reële lonen (gecorrigeerd voor inflatie) ook 5%. In 1981 is met die parallele ontwikkeling gebroken. Sindsdien is de reële loonstijging altijd lager, tot veel lager uitgevallen dan de produktiviteitsstijging. Dit jaar bijvoorbeeld stijgt de produktiviteit in de EU met 2% en de lonen met 1%. Vóór 1981 waren de cao-onderhandelingen in Europa produktiviteits-georiënteerd, na 1981 zijn de Europese cao-onderhandelingen concurrentie-georiënteerd.

Het resultaat van deze verschuiving in de Europese loononderhandelingen is sinds 1981 een massieve herverdeling van werknemersinkomens in het voordeel van inkomens uit kapitaal en onderneming. Het aandeel van lonen (exclusief inkomens van zelfstandigen) in het bruto nationaal produkt is in Europa gemiddeld gedaald van 75,4% in 1980 naar gemiddeld 69,9% in 1997. Het aandeel van de werknemers in het nationaal produkt is in Nederland momenteel het diepst gezakt, tot 65,8%,
constateert Thorsten Schulten, van de European Metalworkers Federation, op basis van materiaal van de Europese Commissie.

komedie
Vlak voor de nieuwe cao-onderhandelingen kwamen er vorige herfst een serie winstwaarschuwingen van grote bedrijven.
Oorzaak: de groeiende winsten van de afgelopen jaren hebben de managers roekeloos gemaakt: Ze denken dat de winst vanzelf ieder jaar blijft stijgen. De onheilpredikers waren in hun roes vergeten dat ze ook zijn ingehuurd om tijdig in te spelen op de steeds veranderende omstandigheden in hun handel. Met paniek trappen proberen ze als compensatie de loonkosten extra te drukken.
Is er wel reden tot paniek?
Eind 1998 had de regering een belastingmeevaller van f 800 miljoen. Oorzaak: de economische groei was boven verwachting groot, zegt Zalm.
Leuk voor Zalm, leuk voor de ondernemers. Hoe leuk? Omdat Vermeend beweert dat de belastingdruk op bedrijfswinsten slechts 18% is, is er dus eind 1998 minstens f 4,5 miljard extra winst gemaakt.

Niks economische dip, alleen komedie.

tabel oud 1 mei krant 1999 106-2

10 jaar booming business
Hoe goed gaat het met de economie?
Hoe gaat het met de eeuwig klagende beleggers?
Grote jongens beleggen hun geld via participatiemaatschappijen, die financieel deelnemen in bedrijven.
Gemiddeld rendement van participatiemaatschappijen:
tussen 1988 en 1998: 15%
Dat is nog eens wat anders dan de rente op je girorekening!
In 1998 hebben beleggers in Nederland gezamenlijk f 61.000 miljoen verdiend (CBS 1999)

tabel oud 1 mei krant 1999 106-3

Zijn de loonkosten in Nederland te hoog? O ja?
Als de arbeid zo goedkoop wordt gemaakt als in Indonesië: dan moet een arbeidersgezin 100 jaar of meer sparen voor een auto. Zo houden autofabrikanten weinig klanten over en ook raffinaderijen blijven zitten met overproduktie. Veel winkels zullen sluiten en een bedrijf als Philips kan hier geen stereotorentjes meer verkopen. Dus volgen er massa-ontslagen. Zo veroorzaak je economische recessie.

als democratie eindigt waar economie begint
Loonsverlaging betekent koopkrachtverlaging.
Minder koopkracht betekent verarming voor de mensen.
Verarming betekent ontwrichting van de economie, met grote werkloosheid.
Grote werkloosheid betekent ontwrichting van de maatschappij.
Willen we dat?

Klachten uit het midden- en kleinbedrijf
Aanpassing van het marktwerking beleid van Economische Zaken is cruciaal. Er zijn nuanceringen nodig in marktstructuren en het verschil tussen grote en kleine bedrijven. De grenzen van de markt zijn in zicht. Ondanks de vele loftuitingen aan het adres van het midden- en kleinbedrijf als banenmotor van de economie, is er een economisch liberalisering beleid gevoerd dat is doorgeschoten. Ook de privatisering van de sociale zekerheid heeft de kleine ondernemers met te hoge risico's geconfronteerd. De deregulering vergroot het probleem van slecht voorbereide starters en beunhazen, die veel branches een slechte naam bezorgen. De afgelopen jaren heeft de politiek zich teveel ingespannen voor de grote ondernemingen. De winstmarges van de kleinere ondernemingen worden uitgehold.

(Hans de Boer, MKB Nederland in ESB jan 1999)

1982 Akkoord van Wassenaar
minder loon = meer winst = meer investeringen = meer werk

Niet bij nagedacht: waarom zou die winst in Nederland blijven?.

De redenering achter het Akkoord van Wassenaar 3) klopt dus van geen kanten: de praktijk is anders, al jaren.
In bijvoorbeeld Frankrijk blijkt dat koopkracht handhaving wel degelijk tot grotere investering en lagere werkloosheid leidt.

Zeg dat akkoord dan op als je de Nederlandse bevolking een goed hart toedraagt!

1) bv. Albert Heijn, ABNAmro, ING, Aegon, VNU, Wessanen, Kluwer, Robeco, Elsevier, Philips, Unilever
2) bron: CPB, volgens directeur Don van CPB feitelijk zelfs 22%
3) Akkoord van Wassenaar 1982, vernieuwd in 1997: leiders van werkgevers en bonden spreken af de lonen te bevriezen.

tabel oud 1 mei krant 1999 106-4

economische hoogconjunctuur in Nederland
In Nederland zijn er minstens 60 grote ondernemingen, waarvan de top-managers met 1 tot meer dan 3 miljoen gulden per jaar naar huis gaan. Inclusief aandelen-opties, limousine van de zaak, belastingvoordelen en nog eens extra bonussen.

Zo'n inkomen is minstens 10 tot 40 keer zoveel als het loon van een goed geschoolde werknemer.

Deze top-managers hebben hun eigen inkomen in 4 jaar verdubbeld 1).
Diezelfde top managers hebben het lef van de werkende bevolking loonmatiging te eisen.

Dat is ze gelukt.

In 20 jaar zijn de CAO lonen reëel met slechts 2½% gestegen 2). Vooral hierdoor zijn de nettowinsten van particuliere bedrijven fors gestegen 3).

We hebben nu dus een achterstallige rekening te presenteren.
Nu er goud wordt verdiend door de ondernemingen, verdwijnt dat via de winsten, naar aandeelhouders, naar het buitenland. En wij blijven passief langs de kant staan toe kijken?
Terwijl dat geld over onze rug verdiend werd?

1) Volkskrant 250798
2) CBS 080998; 1994 t/m 1997 reël zelfs 0%
3) In 1997 bleef de stijging van het netto beschikbaar inkomen van huishoudens (4,6%) achter bij die van Nederland als geheel (6,7%). Slechts 53% van de inkomensgroei kwam bij huishoudens terecht, terwijl hun totale aandeel in het inkomen 75% is (De Nederlandse Economie 1997, CBS 1998)

ruimte vastleggen
De laatste jaren betalen de bedrijven veel meer aan loonkosten, dan waar de CAO verhoging ze toe verplicht. In 1997 gemiddeld wel 6% 1)
Dus bijna het dubbele van wat de bonden met de werkgevers hebben afgesproken.
Hoe kan dat nou?
De CAO's zijn al 20 jaar bevroren.
Dan moet het zo zijn dat de lonen boven de CAO-schalen heel snel stijgen.
De bedrijven kunnen en willen dus wel betalen, als je het maar opeist.
Top-managers doen dat zelf ook.
Wat zij kunnen, kunnen wij ook. Want wie produceert nu eigenlijk de economische groei waaruit loonsverhogingen betaald worden?
Wij toch?

Als de ruimte er is, moet je die meteen vastleggen.

1)ADP/Nedworx sept.'98

kleine logo