1 mei komitee
1 mei komitee logo
pensioenroof 48-1

Tot in 2001 hebben de pensioenfondsen dankzij stijgende beurskoersen zo'n hoog rendement behaald op hun beleggingen, dat veel bedrijven het werkgeversdeel van de pensioenpremie
al jaren niet meer betalen.

Zo is tussen 1999 en 2001 bij elkaar € 15 miljard weggegeven (HFD 151102).
Sterker nog, veel moederbedrijven kregen bovendien een jaarlijkse gift uit de pensioenkas,
omdat er een overschot zou zijn.

Het werknemersdeel aan de pensioenpremie wordt alleen bij uitzondering verlaagd.
Pensioengerechtigden krijgen er zelden iets bij.

volksverzekering
De AOW is een ouderdoms verzekering gegarandeerd door de Staat.
De financiering wordt zoals bij alle volksverzekeringen via een omslagstelsel opgebracht.
Dat wil zeggen op het loon van alle werkenden wordt een -wisselend- percentage ingehouden.
De opbrengst wordt uitgekeerd aan alle pensioengerechtigde landgenoten van dat moment.
De zeggenschap over de hoogte van èn premie èn uitkering ligt bij de regering.
De meeste Europese landen kennen dit stelsel.


2001 wettelijke staatspensioenen EU
jaren tot
pensioen als %
max pensioen
gemiddeld loon
Engeland 20,5%
Ierland 28%
Nederland 50 31%
Denemarken 40 32%
België 45 40,7%
Zweden 30 48,2%
Duitsland 45 48,9%
Finland 39 5%
Luxemburg 40 56%
Frankrijk 40 58%
Oostenrijk 45 66,8%
Italië 40 69,1%
Portugal 40 69,3%
Griekenland 35 71,2%
Spanje 35 76,3%

bron: EPC / HFD

collectieve verzekering
Bij pensioenverzekeringen wordt de uitkering betaald uit de opbrengst van belegd kapitaal.
Dat kapitaal is opgebouwd uit premie, door de jaren heen opgebracht door mensen
die daarmee het recht op een uitkering gekocht hebben.
De hoogte van premie en van uitkering wordt door verzekeraar of pensioenfonds bepaald.
In zo’n 900 bedrijven is deelname aan het bedrijfs pensioenfonds verplicht. In de cao vastgelegd.
Op zo’n collectief pensioenfonds hebben premieplichtigen en gepensioneerden weinig invloed. Evenmin als slapers -nog niet gepensioneerden, die niet meer bij het bedrijf werken-. De Stichting van de Arbeid houdt wettelijk vastgelegde medezeggenschap van gepensioneerden af.

In Nederland bestaan beide stelsels naast elkaar. De collectieve verzekering is een aanvulling bovenop de volksverzekering AOW. In Europa kennen alleen Engeland, Denemarken en Ierland ook deze combinatie. Alle andere EU landen kennen alleen de volksverzekering.

Omdat deelname aan zo’n collectief pensioenfonds verplicht is -er wordt loon voor ingehouden-
is een dergelijk pensioen uitgesteld loon van de verzekerde. En niet het eigendom van het bedrijf. Toch passen multinatonale bedrijven vaak de USA boekhoudmethoden toe, waardoor resultaten van het pensioenfonds als bedrijfswinst verschijnen. De regering begaat eenzelfde fout door het vermogen van het ambtenaren pensioenfonds ABP -in 1996 geprivatiseerd- als vermogen
van de staat op te geven zodra dat voordelig uitkomt, zoals bij de toetreding tot de EMU.

pensioenfondsen
De collectieve pensioenfondsen zijn in opspraak gekomen omdat in 2002 bij 138 het vermogen zover geslonken was, dat ze hun verplichtingen niet meer na konden komen. De dekkingsgraad werd te laag, noemt de Pensioen en Verzekeringskamer PVK dat.


tabel 48-1-06

Oorzaak: In de loop der jaren is door pensioenfondsen steeds meer in aandelen belegd.
Vóór de privatisering was dat verboden voor ABP en PGGM.

Zolang de aandelenkoersen stegen, rekenden de verantwoordelijke bestuurders zich stinkend rijk op basis van de stijgende beurskoersen. Dus verlaagden ze de werkgeverspremie voor het moederbedrijf. Sommige hebben bovendien jarenlang een deel van hun vermogen laten afromen door die moederbedrijven. De eerste fout, want ze hadden moeten reserveren voor slechtere tijden, die onvermijdelijk zouden volgen.

Maar toen na maart 2000 de onvermijdelijke koersdaling inzette, zijn de aandelen veel te lang vast gehouden, vaak is zelfs nog bijgekocht! Daarmee is veel vermogen verloren.
Eerst alleen op papier, maar bij verkoop van de aandelen, is er kapitaal vernietigd.
Zo veel, dat sommige pensioenfondsen niet meer aan de verplichtingen kunnen voldoen.
De tweede fout van de zelfde bestuurders.

De PVK noemt in 2001 een dekking van 120 % nog veilig. Eind 2001 zakten 120 pensioenfondsen onder de 110%. De minimumdekking is in 2002 op 105% gesteld. Nog zorgelijker is dat de beleggingsresultaten harder achteruit lopen dan in de proffesionele beleggingsmarkt.
Dat wijst op management fouten bij de pensioenfondsen. Weer een stap verder:
er zijn na 1997 beleggingsfraudes geconstateerd bij Philips Pensioenfonds en BPMT.

In de negen jaar vanaf 1995 tot en met 2003 zijn de toegezegde pensioenen in waarde toegenomen met €113 miljard.
De indexatie en 4% rekenrente zijn niet eens meegenomen in dit sommetje.

Oorzaak van deze toegenomen verplichting ligt vooral bij de langere levensverwachting van pensioengerechtigden. Voor die verzwaarde verplichting is door de 60 grootste pensioenfondsen premie geïnd ter waarde van slechts €70 miljard.
(Berekening door Laurens Blom op basis van jaarverslagen, HFD 260304)

€43 miljard te weinig dus.

Kan het management in de pensioenbranche dan niet rekenen?
òf durfde het de werkgevers -bedrijven èn overheid-
geen korting op hun premie verplichting te weigeren?

beleggen
Pensioenfondsen leggen hun vermogen vast. Uitzetten voor rente in Nederland levert de laatste jaren minder op door de inflatie. Staatsleningen, beleggingen tegen vaste rente en onroerend goed -winkelcentra, kantoren, complexen huurwoningen- worden als zeer degelijke belegging gezien -omdat de kans op verlies niet groot is -. Maar het rendement van respectievelijk 9% en 5% is laag vergeleken met de stijgende beurskoersen. Dus toen vanaf 1995 de beurskoersen gestaag omhoog gingen, werd het wettelijk verbod op aandelen belegging opgerekt. Dat in navolging van de verzekeringssector. Eerst een steeds hoger percentage alleen Nederlandse aandelen en later ook buitenlandse. En zo werd steeds meer in aandelen belegd. Eind 2001 voor 50%, in eind 2002 nog steeds voor 43%. En uiteindelijk geen beleggingen om het dividend, maar om de beurskoers.

Bij dit koersbeleggen is rendement op het vermogen het gemakkelijkst af te lezen aan de beursindex. Lijkt geniaal. Maar ja, het werkt alleen op papier en op korte termijn.
Deze beleggingsstrategie betekent namelijk ook, dat nog voordat die beurskoers gaat zakken,
het pensioenfonds direkt uit de onderliggende aandelen moet stappen. En dat kan niet altijd zonder te verliezen. Bovendien, als iedereen verkoopt, krijgt niemand er wat voor. Het verbazende is, dat toch dit korte termijn beleid blind werd gevolgd, zonder te bedenken wat te doen zodra de koersen gaan zakken.

ANP berekent op 30 december 2002 dat alleen in dat jaar op de Amsterdamse aandelenbeurs voor € 156 miljard in rook is op gegaan. AEX index heeft vanaf januari tot september 2002 40% van de aandeelwaarde verloren.
Enkele vuistregels:

De neergang voor de pensioenfondsen was al in 2000 te ontdekken:


grafiek 48-1-05

De jarenlange waardevermeerdering hield in 2000 op

wanbeleid
Dat nagelaten is een strategie te ontwikkelen voor het moment dat zo'n ontwikkeling inzet;
dat niet eens bedacht is dat zoiets zou kunnen;
en dat het feit zelf pas na 2 jaar herkend werd, dat is het verantwoordelijk management en bestuur zwaar aan te rekenen. Het rendement op beleggingen van de pensioenfondsen is 135 miljard euro achtergebleven bij de verwachtingen. De verwachtingen van een management dat zijn baan niet waard is.

Er zijn wel degelijk -buitenlandse- pensioenfondsen die wèl tijdig uit de aandelen zijn gestapt.
Waarom de Nederlandse niet?

Kortom, roekeloos wanbeleid.

Hoe groot de onderdekking van de pensioenfondsen is, is afhankelijk van hoe de beleggingen gewaardeerd worden. Zodra de maatstaf anders genomen wordt, verandert ook de dekkingsgraad. Aandelen zijn moeilijk te waarderen, doordat bij verkoop van grote pakketten de koers helemaal weg zakt. Uiteraard hebben bestuurders van de fondsen er alle belang bij de zaken rooskleurig voor te stellen. Daarom is de opgave van de fondsen zelf onbruikbaar.

Al in oktober 2001 was duidelijk dat sommige pensioenfondsen te krap gefinancierd waren.

Onrust ontstond pas in september 2002, omdat toen de AEX index met 40% gezakt was ten opzichte van januari. En daarmee de waarde van de fondsen verdampt volgens onderstaande tabel.


tabel 48-1-04

Half december 2002 werd weer verteld dat het allemaal wel mee viel.
Logisch: de AEX index was even opgekrabbeld.
Maar het risico van beleggen in aandelen is nog steeds hetzelfde.
Half maart 2003 zakte de AEX zelfs 60% weg vergeleken met januari 2002.

verzekeraars azen op pensioenen
Verzekeringsmaatschappijen beheren in 2002 een kwart van de bedrijfspensioenfondsen.
Na 2005 verwachten zij het hele beheer over te kunnen nemen, omdat de boekhoudregels
voor bedrijven dan veranderen. Het gaat om ruim € 12 miljard per jaar!

Los daarvan azen de verzekeraars op € 8,5 mrd per jaar extra aan premie inkomen voor het vrijwillig bijverzekeren van pensioengaten.


tabel 48-1-03

Voor kleinere bedrijven zijn in 2001 de pensioenvoorzieningen ondergebracht bij 65 bedrijfstak pensioenfondsen. Dat is dan in de cao overeengekomen en nog eens bekrachtigd door een algemeen verbindend verklaring (avv) van het Ministerie van Sociale Zaken.

Sinds 1998 mag een ondernemer uit een bedrijfstak pensioenfonds stappen zodra het beleggingsresultaat over 4 jaar volgens de z-score slechter dan -1,28 uitpakte -een andere norm dan de dekkingsgraad-. In 2003 mogen op grond hiervan bedrijven uitstappen in de banden- en wielenbranche en de agrarische en voedselvoorzieninghandel. Verder mogen alleen bedrijven met een eigen bedrijfscao de pensioenvoorziening ergens anders onderbrengen.

Hoe kan je als verzekeringsmaatschappij daar tussen komen en concurrenten voor zijn? Truc:
Je biedt een kleine ondernemer een pensioenregeling aan met een lagere werkgevers premie. Daarna stuur je een gehuurde bond -die vooral geen leden in het bedrijf heeft- om met die ondernemer de noodzakelijke eigen cao af te sluiten.

AXA Verzekeringen en de voormalige Limburgse mijnwerkersbond ABW verkopen zo ‘eigen’ pensioenregelingen met een bedrijfs cao als toegift.

om wat voor bedragen gaat het?

tabel 48-1-02

Voor 2001 geldt:

Het totale pensioenvermogen in Nederland is ongeveer anderhalf
keer de economie op jaarbasis. òf ruim drie keer de staatsbegroting.
Ongelooflijk dat met die rijkdom zo aangeklooid kan worden.
Bedenk eens hoeveel herrie er geschopt wordt over vennootschapbelasting,
terwijl die op jaarbasis 55 keer kleiner is!

Dirk Witteveen, voorzitter van de Pensioen en Verzekeringskamer PVK, stelt in oktober 2004
dat bij een koopkrachtcompensatie van 2% per jaar, en afgezien van toekomstige loonstijgingen,
de dekkingsgraad van de pensioenfondsen op 80% ligt.
Dat komt op een tekort van €90.000 miljoen.
Eind 2002 schatte het CPB de reële dekkingsgraad met salariscomponent op 71%.
(HFD 061004-11)


rendement pensioenfondsen 2005
vermogen
€ mrd
% totaal
rendement
dekkingsgraad
2004

2005
ABP 191 12,8 121,3 120,2
PGGM 71,5 16,3 117 119
PMT 28,1 18,3 125
PME 19,2 19 119 121
Shell 16,2 21
Spoorweg 11,2 15,2 172 168
TNT 4,1 12,7
KPN 3,8 12,1
totaal pfen 635

Intussen is de premie van 2001 op 2006 verdubbeld. De Nederlandse Bank -opvolger van de PVK-
stelt in maart 2006 dat het totale vermogen nog €125 miljard te laag ligt.
Dat betekent dat het premienivo voorlopig niet veel omlaag gaat en dat indexering meestal achterblijft. Ondanks de overgang naar middelloonpensioen.

In 005 bedraagt het vermogen van pensioenfondsen € 635 miljard.
Bij verzekeringsmaatschappijen ligt ook nog € 345 miljard aan pensioengelden.
Samen € 980 miljard. Dat is ongeveer 2 keer de totale economie in Nederland.
Daar bovenop de AOW, betaald uit een omslagstelsel, reservepot in 2005:
€ 26 miljard.

Pensioenen onbetaalbaar ? Onzin.
Er is stevig voor gespaard en er wordt minder uitgekeerd dan velen gedacht hebben.

pensioenfonds als melkkoe
stupiditeiten in pensioenland

boekhoudtruc met pensioenfondsen
Onder USA boekhoudregels worden beleggingsresultaten van pensioenvermogens bij het moederbedrijf opgeteld. Maar dat hoeft niet persé op hetzelfde jaar te slaan en het mogen ook verwachtingen zijn. Zo kan je de winst van het moederbedrijf leuk oppompen.

n 2001 schreven 13 ‘Nederlandse’ multinationals met notering in de USA
-Aegon, ABN, Unilever, Shell, Philips, Ahold, KLM, ING, VNU, Akzo Nobel, Reed Elsevier, GMC, Getronics- te samen een winst van hun pesioenfondsen bij van €2 mrd.
Terwijl ze daarop eigenlijk €18mrd verlies leden.
Ook in 2000 en 1999 schreven ze op grond van deze boekhoudregel €2 mrd extra bij.
Bij elkaar werd hun winst zo 5% per jaar opgekrikt.

Een vergelijkbare boekhoudregel wordt in 2005 ook in de EU ingevoerd. (HFD080702)

Daarbij zou het pensioenvermogen bij het vermogen van het moederbedrijf opgeteld worden.
Wat voor een bedrijfsbalans een groot probleem kan zijn.
Daarom hebben de ondernemers met de vakcentrales en Raad voor Jaarverslaggeving
in maart 2003 besloten dat dat niet hoeft als er geen waardevast pensioen wordt gegarandeerd.

afwentelen wanbeleid
a. Verhogen van de premies voor alleen werkgevers. -Rabo-; of voor werknemers.
ABP, PGGM, PFBanden & Wielen, PCM en BPMT met 2% van het loon, PME met 3% zodat 25% van het loonsom aan premie pensioenfonds betaald moet worden, de premie voor een PGGM pensioen was in 2001 nog 7,6%,
in 2005 al 15,5% en dat gaat 17,5% worden.

tabel 48-01-01

b.  Indexering verlagen.
Dat willen de Stichting van de Arbeid en de ondernemers.
Want, zeggen ze: pensioen op waarde handhaven gaat ten koste van het concurrentievermogen van de bedrijven. Indexering is al stilzwijgend geschrapt door Laurus, Sappi, Whirlpool, Hero, IFF, bouwmaterialenhandel, levensmiddelengroothandel, KPN, Wegener, Wilma, PCM; kleinmetaal en grootmetaal voor de helft. In 2005 geeft ook PGGM geen indexatie meer.


c. Grondslag voor pensioenberekening verleggen.
PCM neemt het jaar vóór de pensionering.

d. Middelloon-pensioen uitbetalen: ipv een pensioen op basis van het laatst verdiende loon,
wordt het pensioen berekend over wat gemiddeld over het hele werkzame leven werd verdiend.
Dit betekent het pensioen verlagen met 30%.
PME doet dat al sinds 2001. Vanaf 2004 gaan ABP en PGGM ook over op middelloon pensioen: dat scheelt ABP 30% aan uitgaven. Ook Philips koerst hierop.

e.  Pensioenleeftijd verhogen. Stokpaardje van EZ topambtenaar Oosterwijk: de mensen worden ouder, dus scheelt het onkosten om pensioenrechten naar 67 jaar uit te stellen.
Philips stelt hetzelfde voor: 65 jaar ipv 62-en-een-half.

f.  Aan moederbedrijf bijstorting vragen, Maar tja, dat moederbedrijf heeft vaak een dikke vinger in het pensioenfonds bestuur, dus komt het er vaak niet van.
HBG heeft in 2002 € 14 miljoen apart gezet; Geveke € 6,2 miljoen; CSM reserveert € 10,9 miljoen; Akzo betaalt de indexering vanaf 2003 à € 5 miljoen per jaar, Nutreco legt € 13,8 mln opzij; KPN moet in 7 jaar €385 mln bijpassen. Echte terugstortingen worden niet gedaan, wel leningen gegeven of reserveringen gedaan voor het geval het echt nodig is om bij te passen.

g.  Inhuren van dure professionele beleggers,
die zijn duur en ze moeten wel een werkbare opdracht krijgen, anders wordt het weer niets. In juni 2003: 135 ondernemingspensioenfondsen van de 926 stoppen ermee.


beheerd vermogen pensioenbeheerders maart 2004
miljard E
Barclays GI 35,5
State Street GA 26,4
ING IME 22,9
MN Service 21,5
F&C Netherlands 20,9
Aegon AM 20,8
Interpolis 20
Merril Lynch 19,5
Robeco 18,6
SFB 14,7
totaal 220,8

h.  Proberen met rijkere pensioenfondsen te fuseren.
BPMT gaat al samen met SFB; PME
(de directeur is ook pensioenspecialist van het VNO) is al jaren op zoektocht.

i.  Verlagen van de norm waar pensioenfondsen aan moeten voldoen.
De PVK heeft in maart 2003 een solvabiliteitsplan ter vervanging van de dekkingsgraad gelanceerd en de dekkingsgraad zelf in augustus 2003 verlaagd van 130% naar 120%.

j.  Uitstellen van de datum waarop de fondsen moeten voldoen aan de PVK norm,
dat scheelt de regering 800 miljoen euro in de begroting 2004, want zij is het die het werkgeverdeel aan het ABP betaalt. Dat éénderde van de pensioenfondsen half 2003 zijn aandelenrisico nog steeds niet kan dekken, wordt daar aan ondergeschikt gemaakt.

k.  Premievrijstelling voor het personeel laten vervallen:
dat is het spelletje dat banken en verzekeraars spelen bij de cao onderhandelingen in 2003, resultaat is dat het direkt besteedbaar inkomen van het personeel achteruit gaat. Ook bij het spoorwegpensioenfonds vervalt de premievrijstelling.

l. In plaats van in de toekomst de hoogte van het pensioen te garanderen, willen de bedrijven alleen nog een vaste premie betalen. Het pensioenfonds doet maar met die premie, de uitgekeerde pensioenen zijn daarna afhankelijk van wat er in kas zit.

Eind 2004 blijkt dit de inzet van veel bedrijven te zijn, mede beïnvloed door de nieuwe boekhoudregels IFRS. Na de cao onderhandelingen in 2005 is dit de uitkomst bij SNS, AKZO en DSM. Het pensioenrisico ligt voortaan bij de pensioengerechtigden. Voor het bedrijf is er nog een voordeel: onder de IFRS boekhoudeis heeft de vermogenspositie van het pensioenfonds zo geen invloed meer op het bedrijfsresultaat. Vanaf 2006 gaat zelfs de NS daartoe over.

indexering
Inflatie, dus waardevermindering van het geld is normaal. Het gevolg is dat voor hetzelfde geldbedrag na 40 jaar veel minder gekocht kan worden.
Voor pensioengerechtigden is dit een groot probleem.

Stel een 25 jarige heeft in 1963 ƒ1000,- ingelegd in een pensioenfonds. Zonder indexering ziet hij daar na 40 jaar op z’n 65ste maar €138,- van terug als er geen indexering zou zijn. In dit voorbeeld is uitgegaan van 3% inflatie per jaar. Is er wel indexering, dan is weer het probleem hoe de inflatie berekend wordt. Meestal is de toegepaste indexering lager dan het werkelijk koopkrachtverlies.
(5. loon en koopkracht) en (33. inflatie)

tabel 48-01-00

Onvolledige indexering is een groot voordeel voor het pensioenfonds.
En diefstal van de verzekerde, want die verzekerde zichzelf niet om van zijn geld afgeholpen
te worden.

De belangrijkste oorzaak van de pensioencrisis is dat de ondernemers
onvoldoende hebben afgedragen aan de pensioenfondsen.
Bovendien plunderden zij de kas.

Dus ligt de oplossing ook bij de ondernemers:
terugstorten van wat zij zich onterecht hebben toegeëigend.

Op grond van de in 2005 verplichte nieuwe boekhoudvoorschriften onder de IFRS,
hebben de 17 grootste internationaal opererende AEX fondsen op 1 januari 2004 een tekort
in hun pensioenfondsen van € 15 miljard. (Mercer Human Resources Consulting, HFD 050105-1)

conclusie:
Als vanaf 2006 bij berekening van de dekkingsgraad inplaats van de fictieve 4%
een lagere marktrente gebruikt moet worden,
zullen veel pensioenfondsen de premies weer verhogen
of de indexering verder opschorten.

En dan nog, geen illusies. Het lijkt zwartgallig, maar altijd blijft fraude met en misbruik van pensioenfondsen mogelijk. In de USA hebben rond de laatste eeuwwisseling de pensioengerechtigden in de staalindustrie, bij verschillende luchtvaartmaatschappijen en bij het energiebedrijf Enron hun pensioen verloren. In Engeland overkwam dat eerder het personeel van de Maxwell bedrijven.

Pensioengeld is uitgesteld loon. Dus:
is de beheerder wel te vertrouwen?

ga door naar: (34. cao eisen & resultaat)
april-06

kleine logo