1 mei komitee
1 mei komitee logo
koopkracht en loon5

Aan het eind van het geld is er teveel maand over. Wie voelt dat niet?

Toch, ieder jaar schreeuwen ondernemers en regering moord en brand over loonstijgingen.
De vaak veel hogere prijsinflatie wordt verzwegen. En dus niet bestreden. En zeker niet gecompenseerd in het cao loon.

grafiek 05.-1.
bron: 44. koopkracht cao loon tot en met modaalloon

Inflatie = geldontwaarding = koopkrachtverlies.

De cao lonen werden vaker ingehaald door het koopkrachtverlies. (16. veroorzakers inflatie)
Zelfs tijdens de hoogconjunctuur in 2000 ging de koopkracht achteruit.In 2004 en 2005
is heel veel ingeleverd. Door de loonbevriezing, zoals besloten door ondernemers, regering, FNV en CNV. (47. sociaal akkoord 2008)
Dat gebeurde na een heftige propaganda waarin door cpb, VNO en regering getrukeerde voorspellingen werden gebruikt. (29. voorspelling of volksverlakkerij)

Intussen verdubbelde de nettowinst vanaf 2000 tot en met 2008 en bleef daarna op
deze grote hoogte. (11. winst in Nederland) Wat aantoont dat er al die jaren ruimte genoeg was
om de lonen verder te verhogen. Maar loonsverhoging werd de werkenden niet gegund.
Terwijl juist loonsverhoging de koopkracht vergroot. Die verhoogde koopkracht voor de werkenden is noodzakelijk voor èn eerlijker verdeling van de welvaart èn een duurzamere economie. (9. waar komt de groei vandaan)

Vanaf 2010 zijn 4 jaar lang de salarissen in het onderwijs en bij de overheid bevroren. Dat scheelt onderwijzers en leraren mintens 12% koopkracht. De regering heeft tot in 2014 de loonbevriezing voortgezett (36. overheids cao) en doet dan verbaasd dat er minder besteed wordt.
Dat de mensen bij de overheid, in de zorg en het onderwijs in 2014 minder koopkrachtverlies ervaren komt doordat het pensioenfonds ABP werd gedwongen tot lagere premie. De truc is
dat de werkgever daarmee geen loonsverhoging geeft, maar het personeel de pensioenopbouw laat opeten. Met als gevolg dat de huidige jongeren in de toekomst slechts een karig pensioentje overhouden.

conclusie:
looneisen werden te laag gesteld

langjarige cao’s zijn een valkuil
Dat in 2015 en 2016 de koopkracht toenam, kwam niet door loonstrijd. De uitzonderlijk lage inflatie en de lichte inhaaloperatie na de jarenlange loonstop bij de overheid, zorg en onderwijs, is de oorzaak.
Tegelijkertijd is al in 2016 te zien dat er meerjarige cao’s worden afgesloten, die uitgaan van een blijvend lage inflatie voor de komende jaren. Toch, in 2017 is een cao afsluiten voor een langere periode dan een jaar heel gevaarlijk. Vroeg of laat -bijvoorbeeld zodra het opkoop beleid van de Europese Centrale Bank ECB ophoudt- zal de inflatie snel oplopen. Zo’n snel oplopende geldontwaarding wordt met een jaren eerder afgesloten cao nooit meer gecompenseerd. Dat is rond 2001 ook al eens gebeurd.
(58-2. kredietchaos 7 jaar later)

race naar de bodem
Er is in de eurozone sinds 2011 een race naar de laagste loonkosten ontbrand. De lage lonensector groeit. De beide regeringen Rutte -met behulp van de plakbandcoalitie van 2012 en de meest geliefde oppositie van 2013- doen daar enthousiast aan mee, tot schade van de mensen met lage lonen en degenen die afhankelijk zijn van een uitkering.
(62. loonkosten verlaging in Europa)

Volgens deurwaarder Interum Justitia komt 1 op de 5 Nederlanders in 2014 nauwelijks rond. Dat wordt in 2017 met andere onderzoeken bevestigd. Cbs en scp stellen in 2014 dat al meer dan een half miljoen mensen 2 banen heeft om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Het cbs geeft op dat 1 op de tien mensen in Nederland onder de armoedegrens zit.

grafiek 05.-2.
bron: cbs, cpb, Min SZ , AWVN, (34. cao eis en resultaat)

conclusie:
er zijn heel stevige looneisen nodig om dit te repareren

Juist degenen die aansturen op bezuinigingen, kortingen en belastingverhogingen, willen niets meer weten van koopkrachtplaatjes. Maar alleen daarmee is een indruk te geven waar de slechtst betaalde helft van de Nederlandse bevolking aan toe is.

De koopkracht is hier afgemeten aan de cao resultaten. Dat heeft zo zijn beperkingen.

Vaak wordt de cao door het bedrijf niet nageleefd. Onderbetaling is schering en inslag. Uitbuiting van migranten via detachering via buitenlandse constructies is aan de orde van de dag. Denk aan de land- en tuinbouw, wegtransport, bouw, zeevaart, scheepswerven, cruises, schoonmaak, beveiliging, recreatie, horeca.

De lastenverhogingen zijn onder andere afgeleid van cpb voorspellingen in 2013.
Maar in 2017 blijkt dat er inmiddels € 51 miljard is bezuinigd, bijna € 30 miljard meer dan het cpb in 2013 aangaf.

Het werkelijk koopkrachtverlies kan dus best op een veel hoger nivo liggen.

voorbeeld:
De regering heeft de bevolking voor 2014 opgezadeld met lastenverzwaringen ter hoogte van ongeveer € 6.000 miljoen, Zeg € 750,- per werkende, dus 3% inleveren. De huren gaan weer 4,5% omhoog. De cao’s kunnen zomaar alweer 1,3% achterblijven bij de inflatie.
Daar tegenover staat slechts een lichte verlaging van de belasting voor laagste inkomens.
Blijft over een te verwachten 3,9% koopkrachtverlies. Een cao resultaat van 4% zou dus zo gek niet zijn geweest. De cao eis daarvoor had dan op 7% moet liggen. (34. cao eis &resultaat)


Achteraf wordt de achteruitgang in koopkracht wel degelijk bevestigd.

Onderzoek van Salverda UvA , september 2013 komt tot de conclusie dat het reële inkomen van de groep 10% slechtst betaalde werkenden in Nederland (700.000 huishoudens) in 25 jaar met 10% is gedaald.

Een DNB studie uit juli 2013 geeft aan dat vanaf 1992 het inkomen van de bevolking is gedaald en dat bedrijven en overheid een groter deel van de welvaart hebben ingepikt.
(2. verdeling van de welvaart) De studie stelt dat in 15 jaar de koopkracht nauwelijks vooruit is gegaan. Vergeten is dat door lastenverhogingen en terugtredende overheid de koopkracht veel verder is uitgehold.

Het CPB berekent in april 2013 al een lastenverzwaring voor de bevolking van 6¾% voor alleen 2013.
Daar komt het achterblijven van de cao’s op de inflatie nog bovenop. Sinds 2009 tot en met 2013 zal de overheid dan € 12.000 miljoen extra hebben opgehaald aan zwaardere belastingen, hogere heffingen en verlaagde dienstverlening. Lastenverzwaringen in vorige jaren die niet in de inflatie worden meegerekend,
zijn; 2% in 2012; 1¼% in 2011; 1% in 2010; 1% in 2009.

Het reëel beschikbaar inkomen is tussen 2000 en 2013 achteruitgegaan, erkent zelfs de Nederlandse Bank in juni 2012.

Oost-Europese migranten worden gemiddeld 22% onderbetaald (SCP november 2011)

Het loonnivo verslechtert, vooral jongeren en migranten zijn daarvan het slachtoffer: In 1996 kreeg 10% van de werkenden minder dan 130% van het minimumloon betaald; in 2008 is dat al 18% van de beroepsbevolking: 1.400.000 mensen; Ook de arbeidsvoorwaarden gaan achteruit: 1 op de 5 werkenden had in 2008 geen vast contract (FNV-Bondgenoten, november 2008)

Door de loonbevriezing van 2003 tot 2005 zijn de jeugdlonen op 11% achterstand gezet. (FNVjong okt.2010) Tussen 1981 en 2005 is het reële loon in Nederland met -33,4% achteruit gegaan. In dat cijfer is de cao verbetering verrekend met de inflatie. (studie Europese Commissie, november 2007)

Over 2004 en 2005 is het besteedbaar inkomen met 5% achteruit gegaan. (CBS juni 2006)
Koopkracht ging van 2001 naar 2005 volgens CBS achteruit met: –6,6% (CBS juli 2005)

Uit een FNV onderzoek blijkt dat voor werkenden onder de 30 jaar de koopkracht achteruitging
met –15% in de 5 jaar van 2001 tot 2006 (FNV, januari 2006)

Koopkracht vooruitgang in 20 jaar van 1977 tot 1997 volgens CPB:
2,5% voor modaal cao inkomen: (€24.000), -10 % voor minima (CPB, augustus 1997)

Koopkracht voor de gemiddelde cao werkende, volgens CBS: + 1,6% in 15 jaar van 1980 tot 1995
(CBS, augustus 1997)

Koopkracht voor de gemiddelde cao volgens Eurostat: +0,2% in 20 jaar van 1981 op 2000 (Eurostat, 2002)

grafiek 05-3

geldontwaarding + lastenverzwaring
Bij cao onderhandelingen weegt heel zwaar wat de regering verwacht van hoe in het lopend en komend jaar de inflatie zal uitvallen. Deze consumenten prijs index -CPI- verdoezelt de echte prijsinflatie. En buiten deze inflatie zijn er ook nog lastenverzwaringen bovenop de geldontwaarding. Want voor mensen met een cao loon gaat het om het vrij besteedbare bedrag aan de eerste levensbehoeften. Daarvan moet een inschatting worden gemaakt voor koopkracht berekeningen. (43.-1. staatsvakbond of vrije vakbeweging)


Het onbruikbare van de CPI is, dat veel relevante zaken niet worden meegerekend:
geen belastingen; geen accijnzen; geen energie; geen premies op ziekenfondsverzekering geen pensioenpremie; geen woonkosten; weinig eerste levensbehoeften zoals voeding; en nog een heel pak uitzonderingen. Wel veel duurzame artikelen die hooguit om de paar jaar worden aangeschaft.
De werkelijke prijsinflatie is dus veel hoger.
Juist de laagste inkomens merken een veel groter koopkrachtverlies dan de CPI index aangeeft.

De Europese inflatie statistiek HICP komt tot andere uitkomsten, maar heeft ook weer andere beperkingen. Bijvoorbeeld worden de lasten voor koophuizen niet meegerekend.

Vanaf januari 2003 verslechterde het CBS de inflatieberekening nog verder: Voortaan worden de prijsveranderingen met 2000 vergeleken. Sinds die tijd duurder geworden artikelen zoals de eerste levensbehoeften groenten, aardappelen en vlees worden voortaan minder meegerekend. Goedkoper geworden zaken zoals telefonie en vliegreizen gaan zwaarder wegen. Met deze truc daalde de inflatie voor 2001 met 0,3%; in 2002 met 0,1%; in 2003 met 0,2%. Handig, op het moment dat de regering de lonen onder de inflatie wilde houden, werd de berekening van de inflatie in die richting aangepast.

Het CBS klaagde in 2003 veel werk te hebben aan het bestrijden van verkeerd inflatiegevoel. Dat gevoel zou gebaseerd zijn op vooroordeel en nog eens aangewakkerd worden door opruiende artikelen.


Wees eerlijk, wie kan er in de toekomst kijken? Achteraf is de ontwikkeling volgens het CBS ook altijd anders verlopen. (47. sociaal akkoord 2009, cpb ongeloofwaardig) De koopkrachtontwikkeling wordt tevoren doelbewust veel te gunstig voorgesteld, want de regeringsverwachtingen gaan uit van de politieke wens de loonstijging onder de prijsstijgingen te houden. (27. cao ronde 2012) De dubbele bodem is dat bij de gestelde looneisen een te lage CPI voorspelling een hoge koopkracht suggereert en zo de inzet van cao onderhandelingen verzwakt.

werkenden en hun vakorganisaties moeten daarom een looneis berekenen los van wat regering en ondernemers voorspiegelen. juist omdat zij andere belangen hebben bij de economie.

In 2007 ging voor het eerst in jaren de koopkracht weer vooruit, doordat de bondsleiding toen door de leden gedwongen werd de looneisen op te schroeven en doordat de inflatie meeviel. Cao afhankelijken moeten dus hun tanden laten zien, zowel naar de baas als binnen de vakbond, anders gaat altijd koopkracht verloren.

In 2009 leek de koopkracht vooruitgegaan doordat de WWpremie voor loontrekkenden door de regering op 0% was gezet. Op de korte termijn een sigaar uit eigen doos. Het gevolg was wel dat de WWpot eind 2010 leeg liep. Wat op de lange termijn het voorwendsel wordt om in de toekomst de WW verder te beknotten.

Grotere koopkracht in een bepaald jaar betekent daarom niet altijd dat er een goede cao is afgesloten. Zeker niet als de loonsom voor de werkgever hetzelfde blijft, want dan wordt er onvermijdelijk ingeteerd op premies voor pensioen- of andere sociale fondsen en de volksverzekeringen. (52. plundering volksverzekeringen)
Omgekeerd betekent een goed cao resultaat ook niet altijd dat het direkt besteedbaar inkomen evenveel toeneemt. Inflatie blijft de koopkracht altijd verlagen.

De regering is eind 2008 heel grote risico’s aangegaan met volle en gedeeltelijke nationaliseringen van banken en verzekeringsmaatschappijen. (58. krediet chaos)

In 2011 zijn weer nieuwe schulden aangegaan om banken en internationaal opererende speculanten tevreden te stellen. (58.-1. Griekse tragedie)

Daaroverheen zijn door de regering nog veel hogere garanties afgegeven, die voor de staatsschuld rampzalig uitpakken zodra ze moeten worden ingelost.

Hierom worden vanaf 2012 werkenden en uitkeringsgerechtigden gedwongen de buikriem aan te halen. De ontregeling van de kredietverschaffing wordt in alle sektoren door iedere werkgever -ondernemers zowel als regering- als voorwendsel aangegrepen om te snijden in de arbeidsvoorwaarden. Dat noemen ze dan eerlijk delen.

Op die manier dekken ondernemers, beleggers en speculanten met hulp van de regering hun belang af ten koste van de Nederlandse economie. (27. cao ronde 2012)


Belangrijke veranderingen in koopkracht:

2014
De in 2013 afgesloten cao’s zijn minstens 1,4 % achtergebleven bij de inflatie naar de Europese berekening. De inflatie wordt door cpb en regering te laag ingeschat omdat er in maart verkiezingen aankomen. De aangekondigde lastenverzwaringen kunnen zomaar 3% belopen.

2013
De in 2012 afgesloten cao’s zijn 1,9% achtergebleven bij de inflatie naar de Europese berekening. Over het geheel moet er 3,5% koopkrachtverlies of meer zijn geleden door de mensen met een inkomen tot € 25.000 per jaar. Al in april verwachtte het cpb dat de lastenverzwaringen in 2013 op 3,4% zouden uitkomen. De koopkracht achteruitgang lag in 2013 heel wisselend. Het zwaarst getroffen werden de zelfstandigen. Zij hebben tot één-derde aan werk verloren, daarmee dus ook inkomen. Voor hen is er bij geen werk ook geen uitkering. De bijstand voor alleenstaande ouders ging 5% omlaag opdat ze werk zullen zoeken. (61 bestaansminimum) De banen waren er alleen niet. Dus worden deze mensen gedwongen tot verdringing tegen lager loon. Korting op aanvullend pensioen 2% tot 7%. Bij een even hoge niet geïndexeerde AOW uitkering komt dat met inflatie voor gepensioneerden op een koopkrachtverlies van 5%. Vervroegd gepensioneerden verloren zonder meer 7,7%. De uniformering v/h loonbegrip sinds 2013 is een aderlating voor lage inkomens. Totale belastingverhoging voor de laagste inkomens met 3,9%. Verhoging BTW met 2%. Bijstand alleenstaande ouders met 5% omlaag. Pensioenpremie tot aan 2% verhoogd. Het eigen risico in de zorg verhoogd met € 130,-, premie zorgverzekering omhoog, onverzekerde zorg duurder. Accijns op brandstoffen verhoogd. Belasting op verzekeringspremie met 11,3% gestegen. De huurverhoging kostte 1,2% extra koopkrachtverlies. Hypotheek kosten kwamen 1% hoger uit, voor velen is de hypotheek op het huis hoger dan dat het huis nog waard is, bij verkoop blijft er een restschuld.

2012
De loondruk gaat toenemen door het vervangen van vaste contracten door tijdelijke contracten voor slechtere voorwaarden
(40. verslaafd aan loonmatiging) en het vervangen van recht op uitkering door werkplicht (61. bestaansminimum)
Door bezuinigingen, kortingen en loonmaatregelen gaat koopkracht in 2012 achteruit met 3% tot 5%.
CPB sept 2011: alleenverdiener tussen € 28.000 en € 56.000 gaat 2¼% achteruit in koopkracht.
Verhoging van het eigen risico in de zorg leidt tot ½% koopkrachtverlies.
Koopkracht van pensioenen is al een paar jaar achtergebleven bij de loonontwikkeling, pensioenfondsen die niet indexeren veroorzaken met de inflatie tot 5% koopkrachtverlies. (48. pensioenroof)
Nicis &Ecorys: de stapeleffecten kunnen voor uitkeringsgerechtigden uitkomen op koopkrachtverlies tot aan -50%. Alleenstaande moeder met uitkering van € 10.000 komt onder het bestaansminimum terecht.

of ga door naar: (11.netto winst in Nederland)

april 14 / mei 17
kleine logo