1 mei komitee
1 mei komitee logo
inflatie 33

inflatie = geldontwaarding = koopkrachtverlies


Een rekenvoorbeeld om te beseffen wat geldontwaarding op termijn betekent.
Neem in gedachten dat grootmoeder in 1900 een trommeltje met € 100,- apart had gelegd
als reserve voor moeilijke tijden.
Wat zou zij daar in 2011 aan gehad hebben, naar de koopkracht van 1900? Nog maar € 2,72.

In 1900 bestonden er nog geen euro’s.
In guldens gerekend komt dit voorbeeld overeen met het opzij leggen van ƒ 220,37.
Naar de koopkracht van 1900 bleef daarvan in 2011 niet meer dan ƒ 6,- over.
Hoe hard geldontwaarding doortikt, nog eens afgebeeld in een grafiek:

inflatie
bron: FD research

Binnen de Europese Unie lag de inflatie in 2001 op 2,4% in 2002 op 2,2%.
In Nederland kwam de inflatie in 2001 volgens Eurostat veel hoger op 5,2%.
Uiteindelijk gaf het CBS toe dat de Nederlandse winkelprijsverhoging in 2001 op 5,2%
uitkwam - pas in februari 2002 -.
In 2002 was de inflatie in Nederland volgens de Eurostat methode 3,9%

CPB en CBS hanteren een consumenten prijs index CPI, weer lager dan het inflatiecijfer.
De prijscompensatie in cao's is afgeleid van deze CPI.
Het malle van die index is dat niet alle relevante zaken worden meegerekend:
geen belastingen of accijnzen;
geen energie; geen premies op ziekenfondsverzekering of pensioen;
wel veel duurzame artikelen die hooguit om de paar jaar worden aangeschaft;
weinig voedsel en drank;
en nog een heel pakketje uitzonderingen. ( 5. loon en koopkracht)
Juist de laagste inkomens merken een veel groter koopkrachtverlies dan deze CPI index aangeeft.
De cijfers van Eurostat geven voor de periode 2001-2003 een beter beeld.

grafiek 33.-02

De vier vette jaren hoogconjunctuur zijn al aan de cao afhankelijken voorbij gegaan.
( 02. verdeling van de groei) of (37. economische groei EU landen)

In de cao’s 2002 is stevig ingeleverd op loon. (44. -06. cao’s en eerder)

Kleine en grote managers hebben zichzelf wel tussen 7% tot 25%
per jaar meer uitbetaald in de laatste 8 jaar. (20. moeilijk doen over meer loon)

conclusie:
een maximale looneis van 2,5% voor 2003 betekent alweer domweg inleveren daarbovenop is een forse inhaalslag op het loonfront gerechtvaardigd en betaalbaar
(11. nettowinst in Nederland)
(15. winst en loon)
(13. de schade vh Akkoord van Wassenaar)

Het domme bij loononderhandelingen is dat niet alleen ondernemers en regering,
maar ook de vakbeweging voor het grootste deel uitgaat van voorspellingen.
Wat die voorspellingen voor Nederland in 2001 waard waren, is hieronder te zien.

grafiek 33-3
Het CPB hield als enige vol dat het koopkrachtverlies in 2002 wel naar 2% zou teruglopen.
Dat moest ook wel: want anders gaf het CPB zelf aan dat de prijzen sneller stegen dan de cao lonen.
Wat weer bewijs zou zijn dat de cao lonen hard omhoog moesten.
Maar dat gaat in tegen ieder regeringsbeleid. Daar wordt het CPB niet voor betaald.
Dus moesten de vakcentrales geloven dat het koopkrachtverlies in 2001 en 2002 best mee zou vallen.
Niemand dus die de inflatie bestrijden wilde. Want door koopkrachtverlies gaan de lonen achteruit en dus de loonkosten omlaag. Dat zien ondernemers best graag.
Het koopkrachtverlies is door alle voorspellers veel te laag gesteld.
Een cao eis baseer je toch niet op voorspellingen ? (16. veroorzakers inflatie)

In het Eurostat cijfer HICP, berekend naar de maatstaf van de Europese Commissie zijn andere zaken meegenomen dan in de CPI en weer andere weggelaten, zoals de kosten van koopwoningen. Daardoor verschillen de beide cijfers over dezelfde periode nogal eens.
Voor inschatting van de koopkrachtontwikkeling -zeker van de lage inkomens- zullen deze statistische cijfers daardoor altijd aan de lage kant zijn.
Voorspellingen van de inflatie door het CPB moeten altijd met een korrel zout worden genomen, want het CPB produceert beleidnotities voor regering en ondernemers en doet geen onafhankelijk onderzoek.

De hoge HICP in 2001 bleek gebaseerd op een berekening die uitging van het prijspeil in 1996.
Maar vanaf 2006 hanteert het CBS voor de CPI en HICP berekeningen als maatstaf het prijspeil van 2005.
En kijk eens, dan wijkt de HICP plotseling niet meer af van de CPI berekening.

De hoge inflatie van 2001 is daarmee zomaar weggepoetst.
Cijferreeksen zijn dus niet zondermeer objectief.
Zoals altijd: cijfers en cijferreeksen worden alleen gebruikt als ze bruikbaar zijn.

grafiek 33-4

Voor de volledigheid: van 1996 tot 2006 is de inflatie volgens HICP 1996 22,5% geweest.

De volgende grafiek uit het verleden toont dat:

grafiek 33-5

verklaring:

CPB Centraal Planbureau, economische voorspeldienst van de Nederlandse regering
OESO Economisch plan- en studieburo van economische grootmachten
EuroCie Europese Commissie, een door Europese regeringen aangesteld centraal comitee
IMF Int. Monetair Fonds, door USA gedomibeerd wereldwijd financieel waarborgfonds
DNB De Nederlandse Bank, onafhankelijk van regering opererende centrale bank
ga verder naar: (41. inflatiebestrijding)
mei-12

kleine logo