1 mei komitee
1 mei komitee logo
kredietchaos, 7 jaar later
niets veranderd, geldschieters houden alle macht 58-2

September 2015 is het 7 jaar na het stilvallen van de financiële dienstverlening- in USA en Europa. De oorzaak was het in eerdere jaren roekeloos verhogen van krediet. Omdat dat
tot dan toe heel winstgevend was voor kapitaalverschaffers. Grote paniek ineens bij banken, verzekeraars, beleggers, pensioenfondsen en regeringen. Alles werd uit de kast gehaald om failliete financiële instellingen op de been te houden. Daartoe is ons voorgehouden dat wij
in een diepe crisis zaten. Dus moesten wij bloeden. Zo kregen we loonmatiging, bezuinigen
en ontslagen over ons heen.Terwijl wij nooit verantwoordelijk zijn geweest voor die financiële hoogstandjes. Er zelfs geen weet van hadden. (58. krediet chaos)

Een typisch geval van misbruik, want in 2008 ging het om een financiële crisis, geen economische. Net zoals dat het in 2001 een aandelen crisis betrof en ook geen economische. In beide gevallen draaide immers de economie gewoon door.

Is de kans op een herhaling van een krediet chaos in 2015 nu kleiner geworden?
Nee. Een nieuwe financiële crisis is zelfs ieder moment weer mogelijk,
want de oorzaken zijn nog steeds niet weggenomen.
Wanneer die volgende chaos komt?
Onbekend. Maar het kan zomaar weer gebeuren. Bijvoorbeeld zodra de rente
snel gaat stijgen.

hebzucht en angst

Nu ECB, FED en andere centrale banken op grote schaal obligaties opkopen en daarmee een ongekende geldverruiming veroorzaken, is de rente gedaald tot bij de 0%.

In de voortdurende jacht op hoger rendement dan 0%, lokt dit bij beleggers speculatief gedrag uit. Zowel particulieren als heel grote fondsen nemen steeds hogere risico’s. Vroeg of laat zal blijken dat enkele hoge schulden niet meer terugbetaald kunnen worden. Pas dan realiseren beleggers zich dat er teveel risico zijn genomen. Dan kan zomaar paniek uitbreken.

Hebzucht slaat dan om in angst, beleggers klappen dicht, worden ineens extra voorzichtig, eisen overal hun geld terug en potten dat voorlopig op. Daarmee is de volgende financiële crisis geboren.

Europese politici -waaronder de Nederlandse regering- offeren met het grootste gemak de bestaanszekerheid van een landsbevolking op voor financiële belangen. Dat demonstreren
ze in het koloniale pokerspel met de Griekse bevolking. De Grieken moet opdraaien voor het knappen van de financiële zeepbel nadat het land was volgepompt met schulden aan buitenlandse banken die de bedrijven in Griekenland en de Griekse overheid niet meer konden terugbetalen.

Vervolgens de onbezonnen opkoop van het restje ABN en het zware verlies bij de aanstaande verkoop. Wie zijn daar wijzer van geworden? Niet de inwoners van Nederland die per persoon een dikke duizend euro het schip ingaan. Veel meer dan het overnemen van de Griekse schulden kost. Maar dat wordt verzwegen.

Alle drie keren ook een bewijs dat verkondigers van de vrije markt ideologie een schijnvertoning ophangen. Zodra het rendement van geldschieters omslaat in verlies, eisen ze uit armoede
toch weer staatsinterventie. Dit betekent dat de bevolking moet opdraaien voor ontspoorde avonturen binnen de financiële sector.

01. het financieel stelsel
02. Europa en Griekenland
03. ABN en bankensteun

1 mei komitee logo

01.   het financieel stelsel

Ons financieel systeem is in zichzelf instabiel. Hogere kapitaalbuffers alleen voorkomen
dus geen crisis.Want altijd zullen er bedrijven zijn die steeds meer geld lenen om de eigen winst
te maximaliseren. Ook zijn er altijd individuen die geld willen lenen om van dingen te genieten
die ze nog niet kunnen betalen. In tijden van optimisme lenen banken en andere financiële instellingen graag geld uit om aan dergelijke wensen te verdienen. Dat gaat goed totdat de schuldenberg veel te groot wordt en ineens als een zeepbel uit elkaar spat. De waarde van bezittingen en de gegeven onderpanden wordt dan van de één op andere dag lager ingeschat. Daarmee gaat dan abrupt de kredietkraan dicht.

Tekenend is dat een IMF rapport meldt dat medio 2016 de totale schuld van overheden, particulieren en bedrijven tesamen $ 152.000.000 miljoen beloopt . Dat is 225% van het bbp van de hele wereld. Dat is dus nooit binnen een paar maanden terug te betalen.
Daarom hoeft er maar ergens een hoge wanbetaling op te treden, of de paniek breekt weer uit, de volgende financiële chaos.

Het aangaan van dit hoge nivo van schulden is veroorzaakt door de belasting wetgeving in de meeste westerse landen: de rente op geleend kapitaal is aftrekbaar voordat er belasting wordt vastgesteld.

De ingebakken instabiliteit is ook op een andere manier te begrijpen. Gezonde bedrijven in de reële economie werken met 25% tot 30% eigen kapitaal. Financiële instellingen werken met nog niet eens een tiende daarvan: 2,5% tot 3%. Voor de rest wordt met geleend geld gewerkt, dat vroeg of laat terugbetaald moet worden. Financiële instellingen werken dus met een hefboom.

Deze hefboom van 97% vormt het risico bij wanbetaling. Want zodra een substantieel aantal leningen -boven de 3% eigen kapitaal- niet meer terugbetaald kan worden, zit de uitlenende instelling in de problemen. Zeker als ook de eigen reserves te laag zijn om daaruit de schuld aan geldschieters -beleggingsfondsen, hedgefunds, pensioenfondsen- terug te betalen.
(53. zwerfkapitaal) Helemaal als de trucs om aan nieuw geld te komen zijn uitgeput.

Het omvallen van één financiële instelling is op zich geen ramp, maar zodra beleggers in korte tijd veel meer van zulke klanten zien spartelen, treedt er een domino effect op. Want de instellingen lenen ook over en weer aan elkaar. Dus wordt de één na de andere instelling verdacht. Geldschieters houden dan hun geld vast. In ieder geval lenen ze voorlopig niet meer uit aan instellingen die ze niet vertrouwen. Dan stort het hele kaartenhuis in, stopt de geldmarkt. Zo’n ontregeling is onvermijdelijk en komt sneller bij het gebruik van hefbomen.

Hals over kop gingen regeringen in USA en Europa er in 2008 en 2009 toe over het ontbrekend kapitaal beschikbaar te stellen uit de staatskas. Daarmee zijn toen de aandeelhouders en schuldeisers van banken en verzekeraars grotendeels uit de brand geholpen. Op kosten van de bevolking.

De in Nederland opererende banken werden in oktober 2008 hard geraakt door de krapte
op de geldmarkt.
Dat kwam doordat zij wel structureel veel lang lopende leningen hadden uitstaan,
zoals hypotheken, maar die voor de helft financierden met op veel kortere periode geleend geld. Dit verdienmodel had jarenlang gewerkt. Maar dat loopt fout bij snel stijgende rentes
op de geldmarkt.

regulering
Er zijn veel maatregelen nodig om het financieel stelsel in het gareel te houden.
De afgelopen 7 jaar is daar door regeringen en toezichthouders weinig aan gedaan.
Aan voorstellen heeft het niet ontbroken. Veel meer dan opwinding over bonussen is er niet uitgekomen.

Het is waar, inmiddels moeten de kapitaalbuffers worden opgehoogd. Ondanks massief verzet van de banken daartegen. Maar de hoogte van de buffers wordt bij uitgerekend de grootste instellingen vooralsnog overgelaten aan de risico beoordeling bij de financiële instelling zelf. Verhoogde buffers verminderen dus voorlopig voor geldschieters het risico op wanbetaling enigszins. Maar valt de tent toch nog om, dan blijft de bevolking voor de schade opdraaien.

Bizar is dat onder de huidige IFRS boekhoudregel een bank geen stroppenpot mag aanleggen voor slechte kredieten, tenzij daarvoor verantwoording wordt afgelegd. Dat brak lelijk op toen eind 2007 de eerste banken omvielen. In de nieuwe IFRS 9 -die op z’n vroegst pas in 2018 verplicht wordt- moet op jaarbasis het risico in de hele krediet portefeuille gewaardeerd worden en bijpassende buffers daarvoor aangelegd worden. Dat wordt veel werk en groter kapitaalbeslag. Dus werken de banken tegen.

Een nog groter probleem zit aan de andere kant van de bankenbalans: de dekking met staatsobligaties. Staatspapier wordt volgens de regelgeving absoluut veilig gewaardeerd. En toen bleek dat in 2011 ineens helemaal niet altijd veilig te zijn. Want ja, ook staatspapier kan ineens waardeloos worden. Dus ook de voorschriften hoe bezittingen gewaardeerd moeten worden, deugden niet.

Een scheiding van zakenbank activiteiten van de nutsbank functies zoals spaar- en betaalrekeningen, is de laatste tijd door de bankenlobby effectief gesaboteerd.
Ook in Nederland. Een zakenbank ook wel investment bank genoemd, speculeert voor eigen rekening in valuta (49. valuta), aandelen (54. beurskoers), grondstofopties (56. grondstoffen) en handel in bedrijven.
Zo'n zakenbank is nooit gericht op dienstverlening aan klanten, maar op louter rendement behalen voor het bankbedrijf zelf. De handelaren en bankiers worden daarvoor beloond met bonussen.
Deze tak van bankieren is de laatste 30, 40 jaar sterk opgekomen in Europa, maar de risico’s daarvan zijn al die tijd niet tot de toezichthouders doorgedrongen. Het bleeft absurd dat in Nederland nog steeds de overheid -en dus de bevolking- ervoor moet opdraaien zodra met zulke eigenhandel onverantwoord hoge ondernemersrisico’s zijn genomen.

Daarentegen hebben het onderhouden van het betalingsverkeer en het bewaren van spaargeld een groot maatschappelijk nut. Daarom is een staatsgarantie voor die activiteiten wel te verdedigen.

In de USA is de Volcker rule aangenomen. Onder die wet moet de handel voor eigen rekening worden afgesplitst. Toch is deze wet nog steeds niet van kracht. Oorzaak is tegenwerking van een leger van 3.000 lobbyisten.

Ook in de eurozone zijn er weinig vorderingen gemaakt bij het reguleren van het financiële stelsel. In Brussel worden daar 2.200 lobbyisten voor verantwoordelijk gesteld.

Met dat ze meer krediet verlenen dan dat ze ooit kunnen dekken, zijn banken geldscheppend. Toezicht houden alleen, is dan onvoldoende en niet effectief gebleken. Alleen klein houden helpt, om een machtspositie te voorkomen tegenover concurrenten, toezichthouder of de overheid. Want met een machtspositie dwingt zo’n bank af dat ze altijd gered zal worden.

Het opknippen van banken om de bankbalansen te verkleinen is hard nodig. Zeker zodra de omvang van een enkele bank groter is dan laten we zeggen een kwart van de economie van het gebruikte thuisland. Want zo’n instelling zal door ministers te makkelijk als onmisbaar voor de samenleving bestempeld worden. Bij een kleinere balans is ook de maatschappelijke schade bij omvallen kleiner. Bovendien zijn er in dat geval allang andere banken actief die het wegvallen van zo’n mislukt bedrijf kunnen opvullen.

In Engeland en USA zijn na 2008 veel financiële instellingen die op instorten stonden door concurrenten overgenomen. Of genationaliseerd, zoals in Nederland de ABN Amro en SNS. Hierdoor zijn de onderlinge concurrentieverhoudingen sterk gewijzigd.
Maar daarmee is niet het stelsel anders gaan functioneren.

Dat de ING in bank, verzekeraar NN en het voormalige ING Direct is opgesplitst, ging niet vrijwillig. De tent stond in 2009 op omvallen. De Nederlandse Staat nam de onverzekerbare risico’s over. De Europese voorwaarde daarvoor was opsplitsing van het bedrijf.
Nog steeds geldt de omvang van ING Bank voor Nederland als te groot om te laten omvallen.

Veel wet- en regelgeving zoals ontworpen in de USA (Volcker rule en Dodd-Frank), Engeland en EU, is maar zeer gedeeltelijk ingevoerd door de massieve lobby en tegenwerking vanuit de financiële sector en de daarmee sympathiserende politici. Al was het maar om de eigen herverkiezing -waarvoor miljoenen aan giften nodig zijn- veilig te stellen. Voorzover er na 2008 strengere regelgeving is ingevoerd, wordt die nu al weer afgezwakt.

De USA Dodd-Frank wetgeving van 2010 heeft tot doel afnemers te beschermen
tegen het voldouwen met ondoorzichtige en risicovolle financiële produkten.
In 2015 is deze wetgeving nog slechts ten dele omgezet in regels.

geldmarkt laat zich niet controleren
Het verdienmodel van financiële instellingen is altijd handel op de geldmarkt, advisering en verhandelen van bedrijven, het wegzetten van zoveel mogelijk leningen en van financiële constructies, eenvoudige en complexe. Dat blijft ook zo. Anders heeft het voor aandeelhouders en andere belanghebbenden immers geen zin om in zo´n bedrijf te investeren.

Voor grote financiële instellingen is uitwijken van het hoofdkantoor naar een buitenland met soepeler regelgeving de voor de hand liggende weg om ongewenste beperking te ontlopen. Bijvoorbeeld HSBC doet dit. Hong Kong, Dubai of Singapore zijn gewilde vestigingsplaatsen. Daarmee ontlopen bankbedrijven regulering van het moederbedrijf door overheden in Europa en de USA.

In Europa neemt schaduwbankieren een steeds hogere vlucht. Dit soort onderhands kredietverschaffen kent geen enkele regulering. Uiteraard beperkt dat het zicht op de geldmarkten. Bij schaduwbankieren worden er wel investeringen gedaan, maar geen openbaar verhandelbare aandelen uitgegeven. Zulk onderhands financieren door vermogensbeheerders en beleggingsinstellingen -bijvoorbeeld van rijke families- is niet nieuw. Maar dan gaat het meestal om deelnemingen. De omvang van krediet verschaffing door beleggingsfondsen en hedge funds is in de USA met zo’n 80% de dominante manier van kredietverschaffing. Dit in tegenstelling tot Europa, waar banken tot nog toe veruit de belangrijkste kredietverschaffers zijn met zo’n 75%.

onderinvestering
Door de opkoopprogramma’s van FED en ECB is er een enorme hoeveelheid geld vrij gekomen. Als bij effect is de rentestand op een ongekend laag nivo gekomen. T och leidde dat niet tot verhoogde kredietverlening en daarmee investeringen in Europa. Na 2011 versterken banken in Europa allereerst hun kapitaalbuffers, liever dan krediet te verlenen. Toch is dat niet de enige reden dat er minder wordt geïnvesteerd in de economie.

Zowel financiële instellingen als andere bedrijven trekken het goedkope geld vooral aan om zichzelf te herfinancieren. Lopende, duurdere leningen worden versneld vervangen door goedkopere. Aansluitend wordt ooit uitgegeven schuldpapier teruggekocht. Daarmee nemen de kapitaalkosten af en komt er dus ruimte om hogere dividenden aan de aandeelhouders uit te keren. En op hun beurt zoeken zij hoger rendement, zeker niet alleen in Europa, maar over de hele wereld en ook niet noodzakelijkerwijs in de reële economie.

zeepbellen blazen
De Europese Centrale Bank (ECB) kondigde een opkoopprogramma aan van € 1.140.000 miljoen in anderhalf jaar. Dat komt neer op een geldverruiming met € 3.300,- per inwoner binnen de eurozone. Beweerd wordt dat met dit reusachtige bedrag de economie in de eurozone zal gaan groeien. Maar dat is heel onwaarschijnlijk. Hooguit betreft het een valuta oorlog tegen de anders veel goedkoper wordende USA dollar. (XLIV. koopkracht en echte banen)

Vanaf april 2016 is het ECB opkoopprogramma verhoogd met € 20.000 miljoen extra per maand. Vanaf juni 2016 worden zelfs bedrijfsobligaties opgekocht.

Regeringen en bedrijven klagen dat de economie te weinig groeit naar hun zin. Hun eigen schuld. Bezuinigingen en loonstops hebben de koopkracht uitgehold. De vraag blijft achter omdat de mensen te weinig geld hebben. (1. loonmatiging)

helikoptergeld

Beter kan het ECB de voor dit opkoopprogramma uitgetrokken € 1.500.000 miljoen verdelen onder alle bewoners binnen de eurozone. Dat verhoogt de koopkracht.
Met € 4.400,- per inwoner. Want niet bezuinigen, maar investeren, stimuleert de economie en dus de welvaart. Desnoods door de vraag op te voeren.

Vooraanstaande Europese economen stellen dit herhaaldelijk voor. Al jaren.

De kredietchaos van 2008 vond zijn oorzaak in uitbundige kredietverlening.
Heel curieus is dat de ECB de gevolgen van die krediet chaos beweert te kunnen bestrijden
met de oorzaak daarvan: goedkoop geld. Dit stimuleert opnieuw uitbundige kredietverlening.

De geldschepping vanaf maart 2015 door de ECB maakt kapitaal in de eurozone ongekend goedkoop. Staatsleningen in enkele Europese landen worden al sinds 2014 rente vrij afgesloten, er wordt voor kort lopende leningen zelfs betaald om geld te mogen stallen. Koploper zijn de Duitse staatsleningen.

grafiek 58.2.08.
Bron: Bloomberg

Bij de sinds begin 2014 dalende rente op een staatsobligatie of -lening, is de verkoopwaarde
of koers van zo’n obligatie gestegen. Helemaal nu er staatsleningen voor een negatieve rente gaan -de Zwitserse en Duitse staatsleningen voorop- waarbij in feite de uitlener van geld later minder zal terugkrijgen. Anders gezegd: er worden stallingskosten betaald, inplaats van geld verdiend. Zodra de rente in de toekomst gaat stijgen, daalt automatisch weer de koers van die obligaties. Dat betekent voor beleggers dat de waarde van hun belegging in obligaties achteruit zal gaan. Voor institutionele beleggers zoals pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen -die onder omstandigheden verplicht zijn in obligaties te beleggen- wordt dat een gevoelige kapitaalvernietiging.

Half 2016 staat er wereldwijd al zo’n $ 10.000.000 miljoen aan leningen uit tegen een negatieve rente. Vooral als die rentestijging snel gaat, kan dit een nieuwe periode van chaos bij de financiële bedrijven inluiden.

staatsleningen Nederland

juni 2016 is € 4.800 miljoen toegewezen op een Nederlandse vijfjaarslening tegen 0% rente
mei 2015 op 10jaarslening tegen 0,387% rendement, in 7 minuten € 2.405 miljoen opgehaald
maart 2015 voor 10jaarslening tegen rendement van 0,848%, € 6.700 miljoen
maart 2015 voor 4maandslening -0,2% ; 3 maanden -0,18%; samen € 2.090 miljoen
februari 2015 een 5jaarslening Nederland op 0,01%, € 2.300 miljoen
februari 2015 een lening met aflossing in 2047 op 0,997%, € 1.150 miljoen
november 2014 € 1.800 miljoen opgehaald voor 10 jaar voor 0,895%
oktober 2014 € 2.700 miljoen voor 3 jaar op 0,015%
€ 1,01 mrd voor 3 maanden rente -0,09%; 4 keer overtekend; € 6,09 mrd uitstaand
€ 1,04 mrd voor 9 maanden rente -0,077%; 3 keer overtekend; € 2,15 mrd uistaand
september 2014 € 1,19 mrd voor 3 maanden – 0,025%
€ 1.220 miljoen voor 7 maanden – 0,02%
juli 2014 € 1.210 miljoen voor 3 maanden, rente -0,01%
1 jaarslening € 1,100 miljoen, rente 0,0%

Ook bedrijfsobligaties gaan tegen ongekend lage tarieven. Ook met negatieve rente. Natuurlijk worden zo zeepbellen geblazen. Naast obligaties ook in vastgoed en aandelen. Dat die zeepbellen straks zullen inklappen is zeker, wanneer is afwachten. Zoals het onvermijdelijk instorten van de onhoudbare ict-hype van 2001 / 2002. (III. loonuitval)

De lage rente versterkt dat het beleggen of direct investeren in de reële economie minder rendabel wordt als winstbron voor vermogensbeheerders, dan het speculeren op het ECB beleid. Al vóór 2008 is er teveel geïnvesteerd in financiële produkten in plaats van in materiële activa. Zulk speculeren om met geld nog meer geld te verdienen, heeft daarna een steeds hogere vlucht genomen.

op oude voet verder
Als internationaal voorschrift in de geÏndustrialiseerde wereld is in 2004 (Bazel II) een scheiding ingevoerd tussen het handelsboek en het bankenboek van een financieel bedrijf. Voor het bankenboek gelden veel strengere eisen dan voor het handelsboek.

Dus verkocht de ene bank zijn uitstaande leningen vanuit het bankenboek in bundeltjes aan een andere bank, die dat bundeltje dan opneemt in zijn handelsboek. Door dit zogeheten securitiseren hoefden de bankbedrijven minder kapitaal aan te houden en kunnen daardoor een hogere winst uitkering doen.

Dit mechanisme van rondpompen van geld terwijl de onderliggende waarde achterblijft, veroorzaakte de kredietchaos van 2008. In 2015 is hier nog niets aan veranderd.
Deze constructie wordt alweer toegepast. Er wordt weer gesecuritiseerd en er worden weer nieuwe trucs uitgehaald om risico’s buiten de balans te plaatsen. Dus kan zo’n financiële crisis ieder moment opnieuw losbreken.

De interne cultuur van handelaren en bankiers is niets veranderd. Ze worden tenslotte betaald om rendement te behalen, niet om de dienstverlener uit te hangen. Binnen 5 jaar na 2018 waren de winsten bij wereldwijd opererende financiële instellingen weer terug op het oude nivo.

Veel Europese banken -zoals HSBC, Deutsche Bank en RBS- hebben de laatste jaren de zakenbank afdelingen verkleind of deels gesloten. Niet omdat het verboden werd, maar omdat er sinds 2009 veel minder mee te verdienen valt. Onder deze zogeheten investment banking valt geldmakelaardij, handel of anders gezegd speculatie in valuta, effecten en derivaten, handel en makelaardij in bedrijven, advisering van overheden en bedrijven op alle mogelijke financiële terreinen, waaronder belastingontwijking (63. belastingparadijs).

potentiele tijdbom
Vanaf begin 80er jaren van de vorige eeuw kwamen contracten in de mode die de rente
voor de ene partij behoeden tegen stijging, tegelijkertijd de tegenpartij tegen rente daling.
Deze rente swaps zijn door banken verkocht als een verzekering tegen rente stijging.
Maar de kopers begrepen meestal niet dat er nog bijbetaald moet worden zodra de rente daalt.
En dat zette in 2011 in. Bijvoorbeeld is In Nederland de woningcorporatie Vestia met veel
te veel van dit soort contracten de vernieling in geholpen.

De deregulering plus de snelle ontwikkeling in de IT maakte de markt voor deze financiële derivaten tot een geautomatiseerde elektronische handel. Deze handel groeide de laatste
15 jaar explosief. Met ook nog eens eindeloos van deze oorspronkelijke contracten afgeleide financiële produkten, die ook voor vele bankiers en toezichthouders niet meer te doorgronden zijn.

Handel in zulke financiële produkten is sinds de 70er jaren van de vorige eeuw gaan domineren en los komen staan van de reële economie. Er wordt steeds meer geld verdiend met geld, met financial engineering. Niet meer met kredietverschaffing voor het produceren of leveren van machines, voedsel, diensten of andere zaken. Maar met handel in financiële derivaten.

Halverwege 2015 beliepen deze contracten wereldwijd een nominale waarde van
€ 400.000.000 miljoen. Echt waar, 14 nullen, naar opgave van de bank voor internationale verrekening BIS. De marktwaarde van deze contracten was op het moment van afsluiten weliswaar slechts €11.000.000 miljoen. Maar zodra de rente sterk gaat bewegen, moet een van beide partijen in dit soort contracten gaan bijstorten. Als de verplichte bijstortingen dicht bij de nominale waarde komen, is dat uiteraard niet meer op te brengen. Op dat moment zullen deze derivaten een tijdbom blijken voor het hele financiële systeem.

O ja, er zijn zeker wel maatregelen genomen.

Financiële instellingen bestaan uitsluitend om zichzelf te verrijken en terloops hun aandeelhouders. Niet om de economie draaiend te houden. Sterker nog, zij parasiteren op de reële economie. (53. zwerfkapitaal)
De miljoenen maal miljoen aan dollars en ponden die sinds 2009 in de financiële wereld worden gepompt, gevolgd door yens in 2013 en euro’s vanaf 2014, stimuleren daardoor op geen enkele manier de respectievelijke economieën. Maar voeden slechts grove internationale speculatie in obligaties, grondstoffen, vastgoed en vooral valuta. (49. valuta)

De bevolking wordt daar niets wijzer van. (XLIV. koopkracht en echte banen)
Erger nog, de enorme geldschepping kan op termijn ook leiden tot een hyperinflatie, die spaargeld en pensioenen wegvreet. Bovendien de koopkracht van cao lonen uitholt omdat werkgevers compensatie altijd principieel tegenwerken. Daarnaast worden ook de uitkeringen vast niet gelijkmatig verhoogd.

falend toezicht
En dan, waarom zag haast niemand in de aanloop naar 2008 het instorten van de onhoudbare schuldcreatie aankomen?

Ten eerste was de regelgeving juist in de USA -waar de chaos ontstond- in de loop der jaren systematisch uitgehold onder zware druk van de bankenlobby. Toezicht door centrale banken slaat namelijk zo af en toe om in belangenbehartiging van het bankwezen, tegen de wetgevende overheid in. De FED in de USA leende zich daartoe, Bank of England dereguleerde eind 1986 expliciet om de positie van de Londense City ten opzichte van New York te versterken. Ook toezichthouder DNB in Nederland was gericht op een grotere omvang van de ‘eigen’ Nederlandse banksector.

Het is al veelzeggend dat personen in de USA makkelijk heen en weer hopten van bestuursfuncties bij banken naar politieke posten tot in de regering. Aanvullend worden functies bij toezichthouders op het geldwezen makkelijk ingeruild voor leerstoelen bij gerenommeerde universiteiten. Dat heeft het universitair onderwijs ondergeschikt gemaakt aan de belangen
van de gevestigde orde. Want zo is kritisch onderzoek institutioneel ontmoedigd. Dus ook de ontwikkeling van andere modellen dan passend binnen de dominante opvattingen hoe een gezonde economie moet draaien. In Nederland ligt dit niet veel anders.

Ten tweede zagen de toezichthouders op het geldwezen de ineenstorting niet aankomen doordat ze -en nog steeds- theoretische modellen gebruiken waarin het verdienmodel van zakenbanken helemaal niet voorkomt. Als gevolg daarvan bleef het risico van de gedurende tien jaar sterk opgevoerde verkoop van derivaten -afgeleide financiële produkten- en securitisaties veronachtzaamd. Dat zulk parasiteren op de reële economie gevolgen kan hebben, is pas herkend nadat het mis ging.

Ten derde lijkt regelgeving wel indrukwekkend, maar iedere regelgeving wordt op den duur altijd ondermijnd. Altijd worden de mazen van de wet opgezocht en zeer zeker als daar veel geld mee valt te verdienen.

Buiten dat, financiële bedrijven zijn ook nooit te beroerd om regelgeving te negeren. Liever betalen ze achteraf boetes en schikkingen dan dat hun handelaren en bankiers winstgevende buitenkansjes laten liggen. De laatste jaren zijn er miljarden aan boetes en schikkingen betaald voor het verkopen van onvoldoend gedekte beleggingsportefeuilles en het manipuleren van rentetarieven en wisselkoersen door banken. Afgezet tegen de gemaakte winsten zijn deze schikkingen en boetes slechts wat hoog uitgevallen verwervingskosten.

aardig geprobeerd, maar niet gelukt

Onder dat motto worden door internationaal opererende bedrijven allerlei boetes en schikkingen betaald, vooral in de USA. Niet zozeer omdat de proceskosten er hoog zijn
en de uitkomst ongewis. Maar omdat er door een handelaar op korte termijn goed viel
te verdienen. Dat daar later in een enkel geval een probleem over wordt gemaakt,
zie je dan wel weer. Dat koopt de bank dan af.

Vanaf 2010 tot eind 2014 bedroegen de juridische kosten van procesvoering tegen 16 mondiale banken al minstens € 280.000 miljoen.

Enkele boetes en schikkingen vanaf 2010 tot aan half 2015 -voorzover gepubliceerd- voor onterechte huisuitzettingen; benadeling en misleiding van beleggers; verzwijgen van witwas praktijken; verkoop van rommelhypotheken; manipuleren van valuta, libor- en euribortarieven; verkoop van effecten waar het bedrijf zelf tegen speculeert; faciliteren van belastingontduiking.

JP Morgan Chase $ 20.600 miljoen
Citi Group $ 9.300 miljoen
Bank of America $ 36.700 miljoen
Deutsche Bank $ 10.200 miljoen
UBS $ 2.800 miljoen
Credit Suisse $ 2.600 miljoen
Rabo € 774 miljoen
ING € 619 miljoen

Schikkingen en boetes voor eenzijdig opgelegd internationaal handelsbeleid zijn een nieuw verdienmodel geworden voor justitie en toezichthouders in de USA. Niet alleen bij financiële instellingen, ook voor multinationals met activiteiten in door de USA verketterde landen. Bijvoorbeeld:

BNP Paribas         $ 9.000 miljoen

$ 56.000 miljoen aan in 2014 opgelegde boetes en schikkingen (Financial Times)
conclusies:
regelgeving voor financiële instellingen
gaat voorbij aan de praktijk

een nieuwe kredietchaos kan zo weer toeslaan

1 mei komitee logo

02.   Europa en Griekenland

Niet Griekenland is het probleem. Maar het voortbestaan van de twee grootste banken in Duitsland, de Deutsche Bank en Commerzbank was het probleem. Vandaar de starre houding van de Duitse regering om het Griekse volk vol te douwen met schuld die nooit meer is terug te betalen. De Grieken moeten opdraaien voor opportunistisch bankiersgedrag in het verleden. Van kredietverschaffers buiten Griekenland,
elders in Europa en ook ver daarbuiten.

Voor Ieren, Portugezen en Spanjaarden ligt dat net zo. Niet zij zijn de schulden aangegaan die terugbetaald moeten worden met hun opofferingen. De schulden zijn veroorzaakt door bankiers, ondernemers, reders, invloedrijke families, grote investeerders en regenten, die ook nog eens hals over kop hun geld in het buitenland parkeerden toen hun kaartenhuis instortte. 40 tot 45 jaar geleden waren Griekenland, Spanje en Portugal nog dictaturen. De bijbehorende corruptie is in één generatie echt niet zomaar verdwenen. Trouwens ook in Ierland tiert die welig.

ondraaglijke schulden
In 2011 en 2012 dreigden banken met hoofdkantoren in Ierland, Griekenland, Portugal en Spanje door risicovol wanbeleid over de kop te gaan. Omdat iedere Europese staat
toen nog nationaal garant stond voor de zogenaamd ‘eigen’ banken, moest de overheid dan het ontbrekend kapitaal aanvullen. In eerste instantie door het op de geldmarkt te lenen. Natuurlijk gaat de gevraagde rente dan omhoog. Totdat het onbetaalbaar wordt. Om te beginnen Ierland en Griekenland -met toch al een hoge staatsschuld- moesten wel failliet gaan.

een rente van 7% per jaar
betekent in 10 jaar een verdubbeling van de staatsschuld
daarom wordt een hogere rente als onbetaalbaar beschouwd
in maart 2012 kwam de 10jaars rente voor Griekenland op 39% uit

Het was maar de vraag of de diverse landen binnen de eurozone elkaar toch nog als blok te hulp zouden schieten of niet. Dat lokte de internationale speculatie tegen het voortbestaan van de euro uit.

In 2014 was de economie van Griekenland € 179.081 miljoen groot.

Met € 4.336.000 miljoen beheert alleen al het hedge fonds BlackRock in hetzelfde jaar een vermogen dat 24 keer groter is dan de Griekse economie.

Zo’n verhouding geeft al aan hoe onbelangrijk het lot van de Griekse bevolking is voor internationaal opererende geldschieters.

Daardoor dreigden weer banken meegesleept te worden -en andere geldschieters overal ter wereld- die in die vier landen staatsleningen hadden uitstaan. Daaronder enkele grote banken uit vooral Groot Brittannië, Frankrijk en Duitsland. Geldschieters die tot dan toe goed verdiend hadden aan diezelfde uitstaande leningen.


grafiek 58.-2-.01
bron: Bloomberg

Op politiek nivo zijn toen binnen de EU de in problemen geraakte euro overheden gedwongen om hun schulden aan alle buitenlandse geldschieters af te betalen. Om dat te kunnen doen,
zijn die landen nieuwe staatsleningen opgedrongen door de andere eurolanden, de ECB
en het Internationaal Monetair Fonds (IMF). (58.-1. Griekse tragedie)

Die nieuwe staatsleningen moeten met rente worden terugbetaald. Jan Kees de Jager pochte als minister van Financiën nog trots dat Nederland royaal zou verdienen aan deze deals.
Als bijkomende voorwaarde wordt er contractueel ingegrepen in de nationale arbeidsverhoudingen van de onder curatele gestelde landen. Dit is een harde eis van
met name de Duitse regering. Een verlengde van het loonsverlaging programma Harz IV
dat in 2003 onder Gerhard Schröder is ingevoerd. De ministers van de hulpverlenende landen noemen deze Europese gelijkschakeling een noodzakelijke hervorming om de concurrentiekracht te versterken.

jij moet pijnlijke maatregelen nemen
opdat ik jou geld leen
waarmee jij me kan terug betalen

Hoe de getroffen Europese economieën na de kapitaalvlucht en desinvesteringen weer opgebouwd kunnen worden, daar besteden de schuldeisers geen aandacht aan.
De gelijkschakeling binnen Europa door hervormingen is het verplichte recept. Voor de bevolking van de getroffen landen betekent dit een scherpe verarming en sociale ontwrichting. In feite is het een koloniale vernedering van tientallen miljoenen Europeanen uit naam van een verenigd Europa.

Onder deze constructie zijn de aanvankelijk oninbare vorderingen van geldschieters -overal ter wereld- met een royaal gebaar door de overheden binnen de eurozone overgenomen. Vervolgens is die schade voor het veel geroemde particulier initiatief afgewenteld op Grieken, Ieren, Portugezen Cyprioten en Spanjaarden. (62. loonkostenverlaging in Europa)

Tussen 2008 en 2013 is binnen de hele EU € 5.058.900 miljoen
aan overheidssteun en garanties verleend.

Daarvan is € 1.600.000 miljoen in banken gestopt.


grafiek 58.-2-.02
bron: ABN Amro

Griekenland
Onder dwang is de zogenaamde financiële hulp van € 232.800 miljoen aan Griekenland in de eerste 5 jaar voor 90% aan buitenlandse financiële bedrijven overgedragen. Slechts 10% bleef in Griekenland achter om de verplichtingen aan de bevolking na te komen. Veel te weinig om
de Griekse economie weer op poten te kunnen zetten na het wanbeleid van de machthebbers van vóór 2011. Zelfs te weinig om de boel in stand te houden.

Had Griekenland dan nooit in de eurozone opgenomen moeten worden? Misschien niet.
Maar die toetreding was niet op verzoek van de Grieken. De Europese ministers namen destijds een besluit op politieke gronden, zonder ooit naar de stand van de Griekse economie te kijken.
Dat deden ze touwens ook niet ten aanzien van de andere landen, om onderlinge ruzie te voorkomen. Een zo groot mogelijke eurozone was het enige doel. Dat kan je niet achteraf
de Griekse bevolking verwijten.

het egoïsme van geldschieters:

de Griekse economie is met een kwart geknot
kapitaalvlucht maakt wederopbouw onmogelijk
werkloosheid voor 1 op de 3 mensen
loonsverlagingen met wel 40%
uitbetaling blijft maanden achter
1 op de 2 jongeren geen werk
halvering en vervallen van pensioen
belastingen verdrievoudigd
huren en rekeningen kunnen niet betaald worden
massale huisuitzettingen
sociale voorzieningen opgedroogd
gezondheidszorg naar de knoppen
explosie van faillissementen
lege winkelstraten
lange, zwaar onderbetaalde werkdagen
vernedering, wanhoop, uitzichtloze toekomst
toenemende emigratie
veel echtscheidingen
meer zelfdodingen dan ooit

Iedereen in Europa wist in 2011 heel goed dat de Griekse bevolking de opgedrongen schuld nooit kon ophoesten. Nog niet in 40 jaar. Maar de EU ministers en IMF weigeren dat publiekelijk te erkennen en blijven in 2015 steeds zwaardere offers op korte termijn eisen.

Het eind juni 2015 op de spits gedreven onderhandelingsspel met de Griekse regering toont
dat de Europese regeringen bereid zijn een ander Europees volk in het ongeluk te storten in het belang van beleggers in banken. Als dekking voor deze eisen wordt de Duitse en Nederlandse publieke opinie via de media met halve waarheden tegen de Griekse regering en Grieken in het algemeen gemobiliseerd.

Nu de eurolanden in feite Griekenland hebben opgekocht, tellen alleen financiële verplichtingen. De Grieken mogen het afsterven.

Voor wie hierin meegaat:
in een echte vrije markt economie vallen overmoedige banken om,
wordt niet de bevolking gedwongen hun het verlies te vergoeden

nu het zo makkelijk is om toch 10 miljoen Grieken af te schrijven,
kan dat jou ook zomaar gebeuren

grafiek 58.-2.-03
bron: eurostat

tegenspraken
Ten opzichte van de hele economie van de eurozone, is die van Griekenland slechts 1,8% groot. Een peuleschil binnen de Eurozone. De tweede economie ter wereld is sterk genoeg om deze onevenwichtigheid te dragen. Maar de politieke wil ontbreekt. Allereerst bij de Duitse regering. Klakkeloos gevolgd door de Nederlandse. (XLI. loonkosten verlaging)

Waarom de Grieken moeten bloeden voor een doorgeschoten a-sociaal model.

Alleen Duitsland was voorstander van de verplichte hervormingscontracten.

Het knellende stabiliteits- en groei pact is het middel om die hervormingen af te dwingen:
arbeidsmarkt,
woningmarkt,
belastingen,
begrotingen,
afbouwen werkloosheidvoorzieningen,
afbouwen sociale voorzieningen.
Met als eindresultaat lagere lonen.
Duitsland begon deze loonkostenverlaging door loondruk met Harz IV.
Overig Europa moet volgen. Vrijwillig, zoals de Nederlandse regering voorstaat.
Anders onder dwang.

De weigering van de trojka om de Griekse bevolking tegemoet te komen na de al gebrachte zware opofferingen, is onderdeel van een pokerspel. Want desastreus voor de internationale politieke en economische ambities binnen diezelfde EU, Navo en de eurolanden. USA en daarmee de Navo dringen aan op een vergelijk tussen de eurolanden en Griekenland.

Mocht Europa Griekenland failliet laten gaan, dan moeten de omstreden leningen geheel afgeschreven worden. Wordt Griekenland uit de euro gezet, dan komen die leningen ook niet terug. Iedere andere oplossing is dus goedkoper.

Bovendien is bij het kapot laten gaan van de Griekse economie ook de euro mislukt, terwijl die euro in 2011 nog heel kostbaar door dik en dun verdedigd werd tegen speculanten. Ook door de ECB.
Interne tegenstellingen binnen de eurozone, met name tussen Frankrijk en Italië aan de ene kant, Duitsland aan de andere, verlammen een politieke besluitvorming op het hoogste nivo. Met als gevolg dat de technokratische ECB eind juni 2015 voortijdig weigert de Griekse eurobanken nog langer van geld te voorzien. Waarop de Griekse banken moeten sluiten. Daarmee gijzelt ook de ECB de Griekse regering -speelt dus buiten bevoegdheid een politieke kaart- en lokt een nieuwe speculatie ronde tegen de euro uit.

Maar voor de internationale positie van de Eurozone nog belangrijker, is dat met een uit de euro verdwijnen van Griekenland, de gewenste positie van de euro als reserve munt naast de USA dollar voor lange tijd is uitgesloten. Met Griekenland uit de euro verliest de euro ook geopolitiek haar aantrekkingskracht naar Oost Europa toe. Polen, de Balkan, Tsjechië, Hongarije, Bulgarije zijn nu al niet happig. In verder perspektief mislukt ook de gewenste uitbreiding naar de Oekraïne.

De in 25 jaar opgebouwde positie van Europa -gedomineerd door Duitsland- als lonkend alternatief voor het staatkundig ingestort Oost Europa gaat daarmee de mist in.
De aanhoudende Britse -en ook Deense- eisen om op steeds meer terreinen de EU los te laten, zijn al een gevoelige politieke verzwakking.

Vanuit deze doelen van de tot nog toe gevolgde Europese politiek zal het eurogebied dus zo lang mogelijk heel worden gehouden. Met inbegrip van Griekenland. Tenzij vooral de Duitse superioriteitswaan sterker blijkt te zijn dan de ambitie om van 19 eurolanden een Europese supermacht te bouwen.

Een te verwachten gevolg van het wel binnenboord houden van Griekenland is verontwaardiging en mogelijk politieke omslag in Ierland, Spanje en Portugal.
De bevolking daar zal zich verraden voelen, met dat zij wel tot het uiterste moet toegeven
aan wurgende EU eisen.

Hoe dan ook verscherpt de koloniale schuldslavernij binnen de eurozone de tegenstelling tussen financiële belangen en de tot paria’s uitgeknepen bevolking van de onder curatele gestelde landen.

grafiek 58.-02.-04
bron: eurostat / dnb

Een nog verder uiteenvallen van het eurogebied gaat voor de Duitse en Nederlandse economie betekenen dat er inplaats van de huidige euro, een sterk opgewaardeerde D-mark overblijft.
Die munt vaagt in één keer het in afgelopen jaren absurd hoge handelsoverschot van de exportbedrijven in deze landen weg. Een nachtmerrie voor de ondernemerslobby’s.

conclusies:
Griekenland buiten de euro is strijdig met de Europese politiek
de Grieken zijn speelbal van tegengestelde buitenlandse krachten

wegwerken onevenwichtigheden
De ministers van Financiën van de eurozone en IMF zetten zwaar in op gelijkschakeling van
de diverse euro economieën. Daartoe dwongen ze de regeringen van Ierland, Portugal, Spanje, Griekenland en Cyprus tot zware ingrepen in de arbeidsverhoudingen en de sociale voorzieningen. Het onvermijdelijke gevolg is sociale ontwrichting en armoede voor de bevolking. Maar de euroministers beweren glashard -als autistische technocraten- dat zo de aangepakte landseconomie zal groeien. Kunst, als je die eerst zwaar hebt geknot.

grafiek 58.-02.-05
bron: eurostat

De onevenwichtigheden blijken uit de hoge handelsoverschotten van Duitsland en Nederland. Het overschot van Nederland ligt bij de 11% van de hele economie. Voor Duitsland is dit 7,5%. Het hoge overschot geeft aan dat de produktiekosten in Nederland lager liggen dan in de andere eurolanden, waar bijna 80% van de export heen gaat. Het wegwerken van die onevenwichtigheid hoeft niet te gaan door de lonen in de tekortlanden te verlagen. Hetzelfde effect wordt bereikt door de lonen in overschotlanden Nederland en Duitsland te verhogen.

Dat maakt de gedwongen verarming van Ieren, Grieken, Portugezen, Spanjaarden en Cyprioten overbodig. Dit versterkt de koopkracht in Nederland. Daarmee gaan ook de binnenlandse bestedingen omhoog, waar de kleine bedrijven in Nederland luidkeels om roepen.
De onevenwichtigheden blijken uit de hoge handelsoverschotten van Duitsland en Nederland.
Het overschot van Nederland ligt bij de 11% van de hele economie. Voor Duitsland is dit 7,5%.
Het hoge overschot geeft aan dat de produktiekosten in Nederland lager liggen dan in de andere eurolanden, waar bijna 80% van de export heen gaat. Het wegwerken van die onevenwichtigheid hoeft niet te gaan door de lonen in de tekortlanden te verlagen.
Hetzelfde effect wordt bereikt door de lonen in overschotlanden Nederland en Duitsland
te verhogen.

Dat maakt de gedwongen verarming van Ieren, Grieken, Portugezen, Spanjaarden en Cyprioten overbodig. Dit versterkt de koopkracht in Nederland. Daarmee gaan ook de binnenlandse bestedingen omhoog, waar de kleine bedrijven in Nederland luidkeels om roepen.
(XLIV. meer koopkracht en echte banen)

Dit alternatief is een welbekend thema in de diskussies onder economen.
De Europese Commissie, zelfs OESO en IMF hebben voorzichtig de aanbeveling gedaan dat Nederland en Duitsland meer moeten inzetten op consumptie in plaats van export. Expliciet om de onevenwichtigheden in de eurozone gelijk te trekken. Het gebeurt niet, omdat deze regeringen zich door de bedrijven met exportbelangen laten aansturen.
Daarom worden nu ook de Grieken gepakt.

conclusie:
snelle loonsverhoging is goed voor Nederland,
is goed voor Europa, want lost de onevenwichtigheden op

De ellende met economisch beleidsmakers is dat zij een uitleg van economie modellen toepassen,
waarna ze met groot bravour volhouden niet anders te kunnen.

Dat heb je zo met de euro ministers van Financiën die zware hervormingen afdwingen
met het verhaal dat zo de economie zal opkrabbelen.

Terwijl ze het macro-economisch model kennelijk niet eens begrepen hebben.
Of alleen die uitleg van cijfers gebruiken zoals die hun achterban het best uitkomt.

Ze passen hun versie klakkeloos toe en zien wel waar het schip strandt.
Geen enkel benul van de sociale konsekwenties.
Erger nog, absoluut geen interesse daarvoor.

(XXXVII. loonsverhoging redt de economie)

schuldsanering weigeren
Hopeloos hoge staatsschulden, die nooit meer zijn terug te betalen komen wel vaker voor. Thailand, Argentinië, Turkije, Brazilië, Zuid Korea. Maar de financiële spraakmakers in Europa zwijgen dood hoe zoiets in het verleden is opgelost. (58. kredietchaos /07.)

In de periode 1989 tot 1997 zijn na 17 schuldencrises in voornamelijk Latijns Amerika,
de oninbare schulden aan beleggers deels afgeschreven, deels omgezet in verhandelbare zogeheten Brady Bonds. In de loop der jaren zijn daarna bijna alle schulden alsnog afgelost. Waarom zou er voor Griekenland niet een vergelijkbare oplossing kunnen komen?

Dit toont dat de media opvoering van de Europese scherpslijpers in juni 2015 bovenal een toneelspel is voor de buitenwereld. Om geen gezichtsverlies te leiden. Een pokerspel wie
als eerste door de hoeven gaat of een fout maakt: de EU ministers of de Griekse.


sprinkhanen

Griekenland is vol schulden gestopt door de andere landen binnen de eurozone. Om de banken met in Griekenland oninbare vorderingen uit te kopen. Anders zouden in ieder geval Deutsche Bank en Credit Agricole omvallen. Feitelijk is daarmee Griekenland door de andere eurolanden opgekocht.
De Griekse bevolking wordt gedwongen deze opgedrongen schuld terug te betalen, onder de voorwaarden die de schuldeiser stelt. Voor Ieren, Spanjaarden, Cyprioten en Portugezen ligt het net zo.

Bestond kolonialisme alleen in de 18e eeuw?
Nee hoor, in de 21e eeuw gaat het nog net zo.

Het is dezelfde strategie die hedgefunds toepassen bij opkoop van een bedrijf.
Zo’n bedrijf wordt volgestopt met alle schulden die de opkoper heeft gemaakt,
waaronder de koopsom.
Vervolgens moet het personeel loonoffers brengen, ontslagen aanvaarden, arbeidsvoorwaarden inleveren en ervoor zorgen dat er weer winst gemaakt wordt
voor de eigenaar. Anders gaat de tent alsnog dicht. (53. zwerfkapitaal)


Met de starre opstelling zet de trojka tot het uiterste druk op de onderhandelingen. Om een machtswisseling te forceren. De eurolanden verlangen de oude, volgzamere regenten van Griekenland terug, die verantwoordelijk zijn voor de verspillingen in het verleden. Daartoe worden onderhandelingen met de democratisch gekozen nieuwe Griekse regering geweigerd. Onder de falsificatie dat de zittende regering de euro zou willen verlaten. Het Griekse referendum over het gevolgde beleid van begin juli 2015 is de tegenzet om weer op een betere onderhandelingspositie voor de Griekse bevolking uit te komen.

grafiek 58.-02.-06
bron: eurostat

bankenunie
Als maatregel om een nieuwe wanbetaling binnen de EU te voorkomen, kwamen 130 Europese banken vanaf de herfst 2014 onder toezicht van de ECB te staan, inplaats van de nationale toezichthouders. Wel anders, maar waarom dit nieuwe toezicht beter zou zijn blijft duister.
Het geplande noodfonds van € 55.000 miljoen -op te brengen door de financiële sector zelf- is alvast veel te mager om een kredietchaos in de hele eurozone te pareren zoals in 2008 of 2011.

1 mei komitee logo

03.   ABN en bankensteun

In Nederland is veel ophef gemaakt over de onmogelijke afbetaling door Griekenland van de opgedrongen leningen. Bizar vergeleken met het doodgezwegen zekere en veel grotere verlies van minstens € 22.000 miljoen -het dubbele- op de nationalisatie van het restje ABN Amro uit de failliete Fortis boedel. Heel gemakzuchtig laten de media zich gebruiken om de aandacht hiervan af te leiden.

Het koopbesluit werd overhaast binnen 2 dagen genomen, zonder enig zicht op de risico’s die het bedrijfsdeel liep. Zonder te beseffen dat de tent onder gekapitaliseerd was. Geheel buiten
de bevoegdheid binnen de parlementaire democratie om. In de blind op deeladviezen afgegaan van zakenbank Lazard. En met groot wantrouwen tegen de koper van het andere deel van Fortis. Aanvankelijk is nog per ongeluk de hele verzekeringstak van Fortis gekocht.

Opwinding over ‘Griekse’ schulden?
In Nederland wordt aan bedrijven veel en veel meer steun verleend.

april 2009
direkte deelneming in alle banken april 2009  €   44.000 miljoen
deelneming en garanties tbv alle bedrijven     € 134.000 miljoen

maart 2015 Nederlandse blootstelling
aan Griekenland                            € 11.900 miljoen
aan Fortis/ ABN / ASR meer dan € 37.000 miljoen (cbs)

De noodzaak van deze opkoop ontbrak, het was puur misleiding, gedekt door emotie.
(55. Hollands Glorie)
Want de eerdere overname en opdeling in 2007 van ABN Amro door Fortis, RBS en Santander werd nog afgedaan als de logica van marktwerking. Op zich al vreemd, nadat even daarvoor
de toezichthouder DNB nog geprobeerd had ING en ABN Amro aan elkaar te koppelen.
Zo’n financiële reus van wereldformaat zou immers ook afstralen op de persoon van de hoofdtoezichthouder. Kortom een zwalkend, aarzelend beleid bij regering en toezichthouder.

In Nederland hebben 4 van de 5 grootste banken er welbewust een rotsooi van gemaakt.
Om vooral niet achter te blijven bij de concurrentie zijn er naar 2008 toe onverantwoord hoge risico’s genomen. Daarop dreigden ING, Aegon, Fortis, SNS, NIBC en Achmea om te vallen. Drie opeenvolgende regeringen vonden het toen nodig de belanghebbenden het acute ondernemersrisico kwijt te schelden. LeasePlan -met grootaandeelhouder Volkswagen- deed als eerste beroep op de aangeboden Nederlandse kapitaalversterkingen. Daardoor is de staatsschuld toen zo hoog opgelopen.
Die nog niet eens zo zorgelijke staatsschuld is daarna weer als voorwendsel gebruikt om ons loonstops en bezuinigingen af te dwingen.


grafiek 58.-2.-07

De banken en verzekeraars hebben -op ABN en SNS na- in 2014 het laatste restje van hun steun terugbetaald. Maar dat wil nog niet zeggen dat de prijs voor die steun marktconform is afgerekend. Marktconform zou er minstens een 7% tot 15% hogere jaarlijkse rentevergoeding nodig zijn als dekking voor het door de Staat gelopen risico. De zonder onderpand afgegeven garanties zijn dan nog niet eens meegerekend. Kortom, het avonturisme van Wouter Bos en zijn toenmalige entourage blijft ook achteraf een onverantwoord kostbaar avontuur. En nog is het niet afgelopen.

Verkoop van ABN zal minstens een verliespost opleveren van € 1.350 per inwoner. Nadat er
€ 37.000 miljoen of meer in dit financiële vergiet is gestopt, verwacht de regering een verkoopopbrengst van € 15.000 miljoen. Door de beschermingsconstructies tegen ongewenste investeerders nog steeds 10% tot 15% aan de te hoge kant.

Deze bank had moeten omvallen, precies zoals gesteld wordt in de economische modellen die bestuurders, bankiers, managers en ministers in andere omstandigheden altijd toepassen.
Maar ja, dat komt heel anders te liggen zodra je ministers onder druk zet vanuit het netwerk waarin zij zich lekker voelen.

bankenredding (zonder ABNAmro) 2008 – 2014
stand eind 2014, Algemene Rekenkamer

€ 82.700 miljoen kapitaal ter beschikking gesteld = bijna € 5.000 per inwoner
in 2015 staat er nog € 35.500 miljoen uit, er is pas € 47.200 miljoen terugbetaald
vergoeding in 6 jaar € 5.700 miljoen = ±1,2% per jaar
€ 79.700 miljoen aan staatsgaranties in 2009, er staat nog € 4.200 miljoen uit.
geen vergoeding

De banken waren zonder deze interventies failliet gegaan. Het geboden steunprogramma heeft de banken haast niets gekost. Een vriendenprijsje . Desondanks bond ING een rechtszaak aan om de voorwaarden verder te versoepelen.

De schamele vergoeding aan de Staat, staat in wanverhouding tot de door de regering genomen risico’s. Dit weer in schril contrast tot de onwil van de regering om de sociale voorzieningen van de bevolking in stand te houden, zelfs af te bouwen.

Onze regeringen verkondigen te pas en te onpas marktconform optreden.
Dan lijkt deze bankensteun nergens op.
Een marktconforme vergoeding voor alleen al de kapitaalsteun had boven de10% moeten liggen. Dan ligt de vergoeding voor de tot nu gedane terugbetaling al minstens
€ 20.000 miljoen te laag.

De gehele rente over het restant moet nog betaald worden. Met de bankenredding
in Nederland is grofweg een € 40.000 miljoen weggegeven. Kwijtgescholden aan de belanghebbenden om hun bedrijven te herkapitaliseren.

conclusie:
de zogeheten bankensteun en nationalisaties eindigen in zwaar verlies

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de nationalisatie van SNS Reaal begin 2013.
Een bedrijf dat zich liet gebruiken door frauderende vastgoed handelaren.

De bereidwilligheid, het gemak, de snelheid en de omvang waarmee de financiële sector tegemoet is getreden staat in schril kontrast tot de politieke onwil om een leefbaar Nederland
in stand te houden. Sterker nog, de bereidheid om de verworvenheden van beschaving verder de nek om te draaien ten behoeve van hogere winsten. Onder het voorwendsel de staatsbegroting gezond te moeten maken zijn tientallen miljarden overgeheveld naar eigenaars en geldschieters van banken en verzekeraars. (XLV. het verdienmodel van Nederland)

conclusies:
altijd kan er geld worden vrijgemaakt,
in de politieke strijd gaat het erom wiens belang prioriteit krijgt

alle regeringscoalities gingen voor de financiële belangen,
ten koste van een menswaardig bestaan voor de bevolking

de vrije markt ideologie is een vervalsing:
vrije markt ontaardt makkelijk in chaos, die ze zelf niet kan oplossen
missers worden met staatssteun op de bevolking verhaald

ga door naar: (62. loonkostenverlaging in europa)
juli 2015

kleine logo