1 mei komitee
1 mei komitee logo
concurrentie positie 32

‘de concurrentie positie van de export is in gevaar’

En daarom moet en zal steeds weer loon gematigd worden. (25. loonmatiging propaganda)
Een eeuwig terugkerend stokpaardje van de AWVN, de organisatie die bij driekwart
van alle cao’s namens de ondernemers onderhandelt.
Toch, het is een drogreden.
Voorbeelden die aantonen dat de werkelijkheid anders is

01. bedreigingen voor de exportpositie
02. ranglijstjes van vestigingslanden
03. loonkosten Nederland zijn lager dan bij de concurrentie
04. lonen bedreigen de export? simplisme
05. ondernemers: Nederland goed produktieland
06. gulden te laag de euro ingeloodst
07. verplaatste produktie duurder dan gedacht
08. export bepaald door wereldhandel, niet door lonen
09. in lagelonen landen produceren is een zwaktebod
10. export groeit niet door loonmatiging
11. Nederland op 1 na grootste exporteur in Europa
12. onrustbaar stijgende lonen? klopt echt niet
13. verplaatste produktie komt terug
14. loonontwikkeling Nederland blijft achter bij Europa

1 mei komitee logo

14.

In november 2013 constateert de Europese Commissie voor de zoveelste keer dat in Nederland
te sterk wordt ingezet op loonmatiging. Terwijl dat voor de concurrentiepositie helemaal niet nodig is. Want, zegt de Europese Commissie, de loonontwikkeling in Nederland blijft achter bij
die van de andere Eurolanden.

grafiek 32-15
bron: Europese Commisssie

13.

Te pas en te onpas wordt het verhaal opgehangen dat bedrijven net zo makkelijk hun produktie verplaatsen naar het buitenland. Vooral bedoeld om het personeel angst aan te jagen opdat het zich dienstbaar opstelt. Voor grote produktie eenheden van multinationals, georiënteerd op de wereldmarkt kan zo’n verplaatsing aan de orde komen zodra een fabriek is afgeschreven.

Voor bedrijven die gebaseerd zijn op de Nederlandse markt, de Nederlandse omgangsvormen
en het Nederlands vakmanschap pakt zo’n verplaatsing maar al te vaak rampzalig uit.

Volgens een CPB studie van augustus 2013 leidt het verplaatsen van kernactiviteiten van een bedrijf tot wel 10% produktiviteitsverlies. Vooral omdat verschillen in cultuur,
in wet -en regelgeving en helemaal de complexere coördinatie onderschat wordt.
Zo kwam alleen al in 2010 17% van de bedrijven die hun produktie verplaatst hadden daar weer op terug.

Vooral kleinere bedrijven halen produktie terug naar Nederland.
De volgende redenen worden daarvoor opgegeven.

  1. Bij het besluit tot verplaatsen van produktie is alleen gekeken naar de pure loonkosten
    in Nederland, vergeleken met die in het buitenland. Typische managementfout om andere konsekwenties te veronachtzamen.
  2. Niet aan gedacht dat de produktiekosten ook in het gekozen buitenland vroeg of laat stijgen.
  3. De transportkosten naar Nederland zijn harder opgelopen dan gedacht.
    Zij het door andere tariefstelling van containerrederijen, zij het door een hogere olieprijs.
  4. Te lange levertijden, door het transport zelf van minstens een maand, danwel het wachten op groupage.
  5. Tegenvallend produktiviteitstempo in het gekozen buitenland.
  6. Miskenning van culturele verschillen en de taal barriere.
  7. Lichte veranderingen in de wisselkoersen haalden het hele bedrijfsplan onderuit. (49. valuta)
  8. Onderschatting van de omvang en noodzaak van een complexere coördinatie, bij produktie op afstand.
  9. Voor personeel gedetacheerd vanuit sociale werkplaatsen wordt in Nederland door gemeenten een aanmerkelijke loonsubsidie verstrekt. (61. bestaansminimum)

12.

Regelmatig klaagt het bedrijfsleven over onhoudbaar stijgende lonen in Nederland,
waardoor hun export positie in gevaar komt.

Kijk dan eens naar de arbeidskosten in Nederland -per eenheid produkt- en vergelijk dat met het concurrerend buitenland. Het CPB geeft zulke cijfers voor de periode 1999 tot en met 2011.

grafiek 31-14
bron: cpb mev 2013

conclusie:

En ach, managers en ondernemers hebben er alle belang bij om hoe dan ook de lonen laag
te houden.


11.

Volgens opgaven van Eurostat was Nederland in 2011 de op 1 na grootste exporteur binnen
de eurozone. Nog vóór Frankrijk, Italië en Spanje. Dat geeft aan dat de exportpositie van Nederland veel sterker is dan wordt toegegeven.

grafiek 32-13
bron: Eurostat

Binnen de eurozone wordt stevig geëxporteerd van Noord Europa naar Zuid Europa.
Vergeleken met de grootte van de economie, slaat een uitzonderlijk grote export opbrengst neer in uitgerekend Nederland. Veel meer dan in andere landen in de eurozone.

grafiek 32-12
bron: DNB / Eurostat


grafiek 32-11
bron: Eurostat

Dramatische verhalen dat loonmatiging in Nederland noodzakelijk is om deze concurrentiepositie verder te versterken, het is slechts machtspolitiek gericht tegen loontrekkenden in Nederland. Welk winstnivo er ook gehaald wordt, het zal toch nooit genoeg zijn. (11. nettowinst in Nederland)


10.

Regelmatig verkondigt de ondernemerslobby VNO dat loonmatiging noodzakelijk is om de Nederlandse concurrentiepositie te beschermen.
Voor een duurzame economie is het tegendeel waar.

grafiek 32-10
bron: cbs

De waarde van de Nederlandse export is van 1990 naar 2009 toegenomen.
Vooral de bijdrage van de doorvoer aan de Nederlandse economie is gegroeid.
Sinds de eeuwwisseling beloopt deze handel ongeveer 40% van de economie.
Het vervelende van de verhoogde doorvoer is dat het alleen overslag en transport inhoudt.
Geldschieters van haven- en transportbedrijven verdienen daaraan, zeker.
Maar door de toenemende mechanisatie in die bedrijfstak levert het weinig tot geen extra werkgelegenheid op.

grafiek 32-09
bron: cbs

Extra werkgelegenheid die een beetje aantikt, komt er pas zodra er eerst bewerking in Nederland van de geïmporteerde ertsen en andere halfprodukten plaatsvindt, voordat er weer geëxporteerd wordt. Die toegevoegde waarde vanuit werk dat in Nederland is verricht, is belangrijk voor de houdbaarheid van de Nederlandse economie.

De volgende grafiek toont echter dat de toegevoegde waarde in de export juist afneemt.
De Nederlandse export wordt steeds meer doorvoerhandel zonder dat de bevolking van Nederland daar iets aan heeft.

grafiek 32-08
bron: cbs

Groei of afname van de Nederlandse export is bovenal afhankelijk van het nivo van de wereldhandel. Loonmatiging zal de export echt niet vergroten.
Wel de winst die op deze handel wordt gemaakt.

het loonnivo in Nederland is nauwelijks van invloed op de exportpositie

Voor de helft zit de exportgroei vanaf 1999 in ertsen, chemische en agrarische produkten.
Nederland wordt gebruikt als een draaischijf voor de handel in allerhande chemie,
ruwe olie en bijbehorende raffinageprodukten, cacao en veevoer.

Uitgezonderd 1980 boekt Nederland een alle jaren aanhoudend groot handelsoverschot.

grafiek 32-07
bron: DNB

Dat kan alleen als het loonnivo in Nederland relatief laag is ten opzichte van de landen waarheen geëxporteerd wordt. Voor meer dan 70% zijn dat landen binnen de Eurozone.

kennelijk is Nederland een lage lonen land binnen de Eurozone

Dit geeft aan dat hogere lonen in Nederland best mogelijk zijn zonder de concurrentiepositie te schaden. Sterker nog, hogere lonen versterken de binnenlandse consumptie en maken daarmee de economie van Nederland juist duurzamer.

Aan de andere kant betekent het alle jaren hoge handelsoverschot dat Nederlandse banken en andere financiële instellingen stevig verdienen aan de leningen die bedrijven in andere Eurolanden bij hen zijn aangegaan om hun importen uit Nederland te kunnen betalen.

Vanaf 2010 hebben de Nederlandse geldschieters zoveel mogelijk hun risico’s in de zuidelijke Eurolanden aan de Nederlandse Staat overgedaan en hun resterend kapitaal daar met behulp van ECB leningen weggehaald. (58.-1.Grieksetragedie)

9.

Uit een interview met Jos Linssen, jachtbouwer die zijn produktie rationaliseert en niet verplaatst (Hiswa Magazine jan2006):

Laat je niet gek maken door ‘lage-lonenlanden’. Produktie verplaatsen is doorgaans symptoombestrijding. Je innoveert niet, maar verplaatst een verouderde produktiemethode naar een ander land. De ervaring leert bovendien dat landen die nu goedkoop zijn, dat op termijn niet meer zijn. Het is een heilloze weg en absolute kapitaalvernietiging. Want: alleen op de korte termijn worden de variabele kosten omlaag gebracht. Op langere termijn zullen de loonkosten in de nieuwe produktielanden onvermijdelijk stijgen, door valuta aanpassingen en door de zich bewust wordende loonafhankelijken.

Voor een produktie waarbij de loonkosten zeg maar slechts 20% van de totale kosten bedragen, wegen de lagere loonkosten niet zo gauw op tegen de extra transportkosten, andere logistieke problemen en culturele verschillen. Voor grote investeringen zijn het politieke klimaat –inclusief smeergelden-, de produktiviteit en de juridische bescherming van eigendom doorslaggevend.

8.

Zodra de export in omvang afneemt wordt door ondernemers beweerd dat hoge lonen
in Nederland daar schuldig aan zijn. Ook in 2003 kregen we dat vaak te horen.

Toch, het is gewoon onzin.

Export gaat in omvang gelijk op en neer met het nivo van de wereldhandel.

ranglijst van exporterende landen
2003 2002 omvang miljard in $
1 2 Duitsland 748,4
2 1 USA 724,0
3 3 Japan 471,9
4 5 China 438,4
5 4 Frankrijk 384,7
6 6 Engeland 303,9
7 9 Nederland 293,4
8 8 Italië 290,2
9 7 Canada 272,1
10 10 België 254,6

bron: Wereld Handelsorganisatie WTO 050404

Vergeleken bij andere Eurolanden is de export vanuit Nederland zelfs relatief toegenomen.
Tegen alle ondernemers propaganda in. Zo zie je maar wat hun kreten waard zijn.

grafiek 32-06
bron: Eurostat

7.

Onderzoekje van Erasmus concurrentie & innovatie monitor, juni 2008 Van de Nederlandse bedrijven is 85% ontevreden over naar het buitenland brengen van delen van hun produktie. Waarom?
- de cultuurverschillen zijn groter dan verwacht
- kennisoverdracht is lastig
- de kwaliteit van de samenwerking is laag
- de extra kosten werden zwaar onderschat
- te vaak werd al op korte termijn kosten voordeel verwacht

“de banen verdwijnen naar landen met lagere lonen”
Bangmakerij.
Altijd proberen bedrijven om de arbeid goedkoper in te kopen. Dat is niets nieuws.

Er worden banen geëxporteerd, zeker.
Maar het financieel voordeel op korte termijn voor het bedrijf, heeft tegelijkertijd ook een kwalitatief nadeel.
Èn organisatorisch èn om het klanten bestand op lange termijn vast te houden.

Jacques van de Vall,
voorzitter Kamer van Koophandel Oost-Brabant, op de nieuwjaarsborrel 2004:
‘Eén vijfde van de Nederlandse toeleveranciers voor industrie haalt produktiebanen weer terug uit landen met goedkope valuta.’

Waarom?

lage kwaliteit van het produkt;
problemen met de logistiek;
lage betrouwbaarheid van levering;
veel communicatie problemen.

En wat zijn de voordelen voor produktie in- en serviceverlening vanuit Nederland?

- efficiency hier is hoog
- produktie lijnen zijn kort
- distributie lijnen zijn kort
- geen cultuur problemen
- geen taal problemen

Zo zullen ook de grote banken er nog achter komen dat een klant in Nederland niet altijd vanuit India bediend kan worden.

Scheidend voorzitter Linse van VNCI stelt op 16 augustus 2004:
‘Bulkchemie verplaatsen naar China? Welnee, het is een regionale activiteit, transport over meer dan 1000 kilometer komt niet voor.’


6.

macro economen vertelden pas een paar jaar later dat bij de invoering
van de Euro, de gulden eigenlijk te laag werd gewaardeerd.

Door 6% tot 10% teveel aan guldens in de nieuwe euro te doen -dan dat die euro waard was- werden de loonkosten in Nederland ten opzichte van het buitenland evenveel verlaagd.
Zo werd de concurrentie kracht van de Nederlandse export gesubsidieerd zonder dat het de regering iets kostte.

1997 instapkoers ƒ in €1 ƒ2,20371
had moeten zijn ƒ2,07 tot 2,00
subsidie per € 0,13 tot 0,20 ct
gesubsidieerde exportpositie 6% tot 10%
bron: H FD 240503-9

Pas op 1 mei 2005 erkent minister Gerrit Zalm dat in de aanloop naar de omwisseling in 1999 bewust op deze truc is aangestuurd.
Zijn er nog ondernemers die blijven klagen over te weinig concurrentiekracht? Aan de lonen ligt het niet, die zijn verlaagd ten opzichte van het buitenland. Met klagen toont de ondernemer zijn gebrek aan innovatie.

5.

Nederland is nog altijd een goed produktieland

Belangrijke industriële exporteurs werd gevraagd wat hun problemen in Nederland zijn
(Het Financieele Dagblad 200902).
Aanleiding was de bewering van het Centraal Plan Buro dat vergeleken met de rest van Europa de groei van de export uit Nederland achteruit zou gaan. Ook de arbeidsproduktiviteit zou afnemen en de loonkosten zouden hier sneller stijgen (MEV 2003 p 27 ev).

de exporteurs: regering kan export steunen door:
enkele uitspraken:
Het zit niet in de lonen of loonmatiging.
Lastenverlichting? Maak maar een lijstje, aan kreten hebben we niks.

Jan Aalberts, Aalberts Industries (hoogwaardige technische toelevering)

Onze marktpositie ten opzichte van de concurrenten is verbeterd.
Over de arbeidsproduktiviteit hebben we niet te klagen.

woordvoerder Océ (kopieer machines) Venlo

Lonen zijn niet alles bepalend voor de concurrentie positie.
Bert Hofstee, Smit Transformatoren, Nijmegen

In algemene zin zijn we beslist niet duurder dan het buitenland.
We zien de arbeidsproduktiviteit almaar toenemen.

Kommer Damen, eigenaar Damen Shipyards, Gorkum

Onze achterban haalt juist steeds meer business uit het buitenland.
Hans van der Spek, Nevat (toeleverende industrie)

Van de arbeidskosten bestaat 70% uit loonkosten, dat is al jaren zo.
Duitsland stijgt veel harder en Engeland doet ook lekker mee.

Wim van der Leegte, VDL Groep (transportsystemen) Eindhoven

Loonmatiging ter versterking van exportpositie? Loonkosten belopen nog geen 10%.
De exportpositie verbetert voortdurend, net als de arbeidsproduktiviteit.

Joop Reintjes, Nefit Nederland (hoog rendementsketels)

conclusie:
Dat de export door het loonnivo in Nederland genekt wordt,
is een sprookje.

4.

lonen bedreigen de export positie?
een simplistisch verhaal, want:

conclusie:
Export is heel verscheiden naar produkt, prijsmechanisme en markten. Om in zijn algemeenheid de loonkosten als belangrijkste bedreiging voor de export af te schilderen is kortzichtig, dom en heeft alleen propagandistische waarde.

dat export alleen mogelijk is door de lonen laag te houden, is wartaal.

3.

opmerkelijk is dat de loonkosten in Nederland zelfs lager liggen
       dan in de landen die als concurrent worden genoemd!

conclusie:
Dat de concurrentiepositie van de export in gevaar komt door de loonontwikkeling, is een domme leugen.

voor CPB cijfers, kijk eens bij,
(39. winstgevendheid industrie)
en
(45. loonsom stijging)


2.

Hoezo afnemende concurrentiekracht?

Het International Institute for Management Development in Lausanne publiceert jaarlijks een lijst van landen op basis van meer dan honderd criteria, waarbij de USA als norm wordt gehanteerd.

meest concurrerende economieën 2016
01.    Hong Kong
02.    Zwitserland
03.    USA
04.    Singapore
05.    Zweden
06.    Denemarken
07.    Ierland
08.    Nederland
09.    Noorwegen
10.    Canada

meest concurrerende economieën 2012
01.    Hong Kong
02.    USA
03.    Zwitserland
04.    Singapore
05.    Zweden
06.    Canada
07.    Taiwan
05.    Denemarken
08.    Noorwegen
07.    Australië
09.    Duitsland
10.    Qatar
11.    Nederland
18.    Engeland

meest concurrerende economieën 2009
01.    USA
02.    Hong Kong
03.    Singapore
04.    Zwitserland
05.    Denemarken
06.    Zweden
07.    Australië
08.    Canada
09   . Finland
10.    Nederland

grafiek 32.-05.

opmerkingen IMD in 2002: conclusie:
de Nederlandse export wordt hooguit bedreigd door een gebrek aan investeringen


opmerking IMD in 2004:
opmerkingen IMD in 2009:

opmerkingen bij IMD 2011:

Hong Kong, USA en Singapore staan bovenaan. In Europa komen Zweden, Zwitserland, Denemarken en Noorwegen voor Nederland.
Dat de USA met haar sociale discriminatie en tientallen miljoenen werklozen, armen en daklozen op de IMD lijst altijd op nummer 1 staat, zegt veel over de bevolkingvijandige waarde van deze beoordeling.

Ook al flippen beleidsmakers op dit soort lijstjes, de waarde blijft betrekkelijk.

De USA staat bijvoorbeeld altijd zeer hoog genoteerd,
terwijl dat het land is met een jarenlang zeer hoge staatsschuld;
een onwaarschijnlijk groot handelstekort;
grote armoede onder een fors deel van de bevolking;
een sappelende industrie;
zwaar gesubsidieerde landbouw en gebrekkig financieel toezicht.

opmerkingen van het IMD bij 2016:

Nog zo'n staatje.
Nu de index van het World Economic Forum. Helemaal niet slecht waar het gaat om gunstig concurentie vermogen.
Maar ook hier, de kenmerken van de USA economie zijn maatgevend. Zware ingrepen op arbeidsvoorwaarden, massale steun aan de financiële sector en bezuinigingen op de zorg deden Nederland in 2015 stijgen op deze ranglijst. Voor verdere stijging in de ranglijst eist
het WEF een nog lagere ontslagvergoeding en loonvorming zonder inmenging van vakbonden.

grafiek 32.-04.

Deze staatjes zijn voor de positie van Nederland gebaseerd op cijferwerk afkomstig van Henk Volberda, Erasmus Universiteit.

1.

De concurrentiepositie van de Nederlandse export bestaat bij gratie van:

Dit open handelssysteem heet vrijhandel. Een gegeven van de Nederlandse economie. Dat betekent dat ook binnen Nederland internationaal geconcurreerd moet worden,
zeker bij het aantrekken van kapitaal.

De binnenlands geproduceerde industriële en agrarische export van Nederland belopen in 2001 samen iets meer dan de helft van de totale export.

Als de concurrentiepositie van deze export in Nederland wordt bedreigd, komt dat niet door de loonkosten, maar door:

maar bovenal door:

ga verder naar: (45. loomsom stijging)
juni-16

kleine logo