1 mei komitee
1 mei komitee logo
loonmatiging is het verdienmodel 40-3

01.  loonontwikkeling, tientallen jaren stagnatie
02.  economie model, ideologie vermomd als wetenschap
03.  lonen &arbeidsvoorwaarden, afhankelijk van machtsverhoudingen
04.  loonruimte in overvloed, geldschieters gingen er mee vandoor
05.  slechte vooruitzichten, misleiding troef
06.  binnenlandse economie, wordt uitgekleed

Als de hoogconjunctuur in 2017 al drie jaar loopt en de werkloosheid daalt, verwacht het CPB als staatsvoorspelburo dat de lonen gaan stijgen. Ook De Nederlandse Bank voorspelt dat de lonen gaan stijgen en stelt dat met de verhoogde koopkracht de binnenlandse consumptie zal aantrekken. Waarmee de economische groei minder afhankelijk gaat worden van de export. Zelfs ministers doen eind 2017 een -kort- beroep op de bedrijven en vakbonden om de lonen
te verhogen.

En toch blijft de loonvorming stagneren en daarmee de koopkracht van de mensen. Volgens sommigen nu al 30 jaar, anderen hebben het over 40 jaar. In de groeiende welvaart neemt
het aandeel voor de werkenden al zeker 20 jaar af.

Zodra het om voorspellingen gaat, leven CPB, DNB, de door hen aangestuurde ministers en vele economen in de papieren schijnwereld van economische modellen. Maar, een model is nooit de werkelijkheid. Dit model gaat er aan voorbij dat alleen de machtsverhouding tussen
de politiek-economisch tegengestelde belangen zal bepalen wat er met de lonen gaat gebeuren.

Binnen onze maatschappijordening moeten de meeste mensen met werk in loondienst in hun levensonderhoud voorzien. Daardoor is voor werkenden een fatsoenlijk loon van levensbelang. Niet alleen voor dit moment, maar ook om de binnenlandse economie voor de toekomst op een leefbaar peil te houden.

Daarentegen zetten bedrijven en hun geldschieters uit eigen belang altijd in op verlaging van
de loonkosten. Daarin staat de overheid steevast aan hun kant. De overheid zelf dwong het eigen personeel wel vaker tot inleveren op de arbeidsvoorwaarden. Erger nog, is dat zowel regering als overheidsinstanties onder alle omstandigheden overdreven sombere toekomst perspektieven schetsen, om loonmatiging door te voeren.

Uitspraken van theoretici, ambtenaren of politici leveren nooit hoger loon op.
Lonen gaan alleen vooruit als de werkenden daarvoor zelf de politieke strijd aangaan.


01.   loonontwikkeling

Zomaar wat berichten tot aan de zomer van 2018:
Al in 2017 vindt de OESO dat de loonontwikkeling in Nederland te laag blijft.

grafiek 40-3.01

In mei 2018 rapporteert het IMF dat de reële loonontwikkeling in Nederland
dichtbij NUL ligt. Dat Nederland ten opzichte van vergelijkbare landen ook nog eens
de laagste loongroei heeft.

DNB stelt dat de afgelopen 15 jaar de beschikbare lonen met gemiddeld slechts
0,3% per jaar omhoog zijn gegaan. Bovendien daalt de laatste 20 jaar het aandeel voor de werkenden bij de verdeling van de welvaart. (30. opbrengst voor arbeid en kapitaal)

FNV stelt dat de reële koopkracht van de laatste 30 jaar op NUL is blijven hangen.

Barbara Baarsma (Rabobank, kroonlid SER) becijfert dat al 40 jaar het reëel
besteedbaar inkomen nauwelijks is toegenomen en achter blijft bij de groei van de economie. Zelfs na correctie voor kwaliteitsverbeteringen zijn de eerste levensbehoeften zoals voedsel, energie en water sterk in prijs gestegen, de huren bijna vervijfvoudigd.

grafiek 40-3.02.gif
bron: fd 090518 / cbs

CPB rekende uit dat alleen al tussen 2002 en 2017 het beschikbaar inkomen
van de bevolking in Nederland 12,9% achterbleef bij de groei van de economie.


conclusie:
loonmatiging heeft de werkenden al tientallen jaren te kort gehouden

02.   economie model

Vanuit hun dominant aangehangen economische model suggereren beleidsmakers dat de lonen vanzelf gaan stijgen, omdat de werkloosheid daalt en omdat bedrijven klagen dat er niet voldoende personeel te krijgen is. Klaas Knot (DNB), Laura Van der Geest (CPB), Jeroen Dijsselbloem (destijds minister van Financiën) en teveel spraakmakende economen hanteren dit model.

Hun fout is dat een model nooit overeenkomt met de politiek-economische realiteit. Zij hanteren een simplistisch maatschappij model gebaseerd op louter financiële belangen. Daarmee sla je nogal wat over van hoe een samenleving functioneert. Vanuit die papieren werkelijkheid houden ze ons voor de gek.

Uit een model kan nooit meer rollen dan wat er is ingestopt. Rationeel handelen om het eigen financieel belang te maximaliseren, is als uitgangspunt genomen. Daarbij dat het gedrag van mensen voorspelbaar zou zijn. Vanuit deze beperkte uitgangspunten lijkt het alsof iedereen onder alle omstandigheden hetzelfde nastreeft. Erger nog, het suggereert dat er nooit tegenstellingen of belangenconflicten zullen voorkomen.

De werkelijkheid is anders en veel gecompliceerder. In dit mechanistisch model worden belangentegenstellingen binnen de economie ontkend. En dus genegeerd dat alleen de machtsverhouding tussen de verschillende belangen zal bepalen wat daarmee gebeurt.
Uit de geschiedenis kan je allang weten dat uitgerekend belangen tegenstellingen steeds
weer de aanleiding waren tot grote veranderingen op politiek-economisch gebied.

Onze maatschappij structuur zit zo in elkaar dat om in het levensonderhoud te voorzien, verreweg de meeste mensen afhankelijk zijn van werken in loondienst. Niet meer dan logisch dat daar dan ook een menswaardige, respektvolle vergoeding voor wordt verlangd. Maar voor managers, ondernemers en geldschieters is die uit te betalen loonsom een kostenpost die ten koste gaat van het rendement op ingebracht kapitaal.

Dus, als het gaat over de loonontwikkeling, hebben we te maken met de fundamentele belangen tegenstelling van geldschieters tegenover de werkenden. Een hogere vergoeding voor de kapitaalverschaffers staat altijd tegenover een hogere vergoeding van de werkenden. Het één gaat ten koste van het ander. Dat kan niet anders. Bij de verdeling van de bedrijfsopbrengst staat rendement of winst steeds tegenover het loon voor geleverd werk.

Alleen in de politieke strijd over die verdeling van de verdiensten wordt uitgemaakt hoe de loonontwikkeling zal zijn. Dit gaat net zo op bij (semi-)publieke instellingen, ook al zijn die niet altijd op winst gericht. Toch staat daar een zo efficiënt mogelijke bedrijfsvoering even zo goed tegenover het loon voor geleverde inzet van het personeel. (14. rendement)
Voor zelfstandigen is het niet wezenlijk anders, zij verhuren zich en moeten hun verdiensten bevechten door daar goede contracten voor af te sluiten.

De DNB voorspelling in 2017 van een met bijna 3% verhoogd loon in 2018 en 2019, is niets meer dan waarzeggerij die thuishoort op de kermis. Voor de 3,2% verhoging die het CPB
heeft voorzien, geldt precies hetzelfde. Want loonhoogte is afhankelijk van onderhandelingen, de naleving van afspraken en niet te vergeten: regeringsdecreten.

De machtsverhouding tussen ondernemers -met hun bedrijfsmanagers en geldschieters- of portefeuillehouders ‘human relations’ aan de ene kant en aan de andere kant de personeelsleden -met hun vakbonden-, die bepaalt de loonhoogte. Niet een mechanisch automatisme binnen een kunstmatig theoretisch model.


conclusie:
alleen een sterke vakbeweging in dienst van de werkenden
zal voor hogere lonen strijden


grafiek 40-3.03.gif
bron: fd 090518, (30. opbrengst voor arbeid en kapitaal)

Het dominante economie model is misleidend, omdat het de realiteit negeert dat er permanent een politieke strijd gevoerd moet worden om tot een rechtvaardige verdeling van de verdiensten binnen de economie te komen. En er voor te zorgen dat gemaakte afspraken ook worden nagekomen.

Dit wereldvreemd economisch model wordt gebruikt om het regeringsbeleid te verkopen.
Voor instanties zoals CPB, OESO, IMF, ECB en DNB is het de basis voor hun beleidsstukken.
Op universiteiten en hogescholen wordt het al enkele generaties verkondigd als de enig juiste opvatting. Uiteraard nemen veel studenten het dan over, want het klakkeloos napraten van de dominante leer zorgt immers voor een goed cijfer en verruimt de kans op een goede baan.

Niet dat dit model erg bruikbaar is om maatschappelijke processen te begrijpen. De beperkte uitgangspunten leggen op voorhand de mogelijke uitkomsten vast en rechtvaardigen zowaar het bestaande sociaal-economisch stelsel. En daar gaat het ook om. Door dit model te gebruiken en te onderwijzen, krijgen we een wereldbeeld ingemasseerd, waarin het vergaren van rijkdom verheerlijkt wordt als een vanzelfsprekend doel. Daarmee is het gedrag goedgepraat van geldschieters en zo kunnen hun belangen de hele samenleving beheersen. Het is een politiek, ideologisch model.


conclusie:
het dominant economie model is ideologie,
heeft niets te maken met onafhankelijke wetenschap

03.   lonen &arbeidsvoorwaarden

De politieke realiteit is dat fatsoenlijke lonen en arbeidsvoorwaarden lijnrecht staan tegenover het eigenbelang van ondernemers, geldschieters, overheid en hun managers. Daarom zetten bedrijven altijd in op zo laag mogelijke loonkosten. En als het even kan een verlaging daarvan.

Vanuit het MKB, dat de kleinere bedrijven vertegenwoordigt, klaagt men steevast over onhoudbare personeelskosten. Een deel van de achterban is er zelfs van overtuigd dat personeel alleen maar last met zich meebrengt. Toch kunnen ze niet zonder.
AWVN, de grootste cao onderhandelaar in opdracht van bedrijven, is blijkens haar jaarprogramma’s altijd uit op het nog verder benadelen van de werkenden op hun arbeidsvoorwaarden. (64. de kloof)
VNO, de organisatie van grote ondernemingen en MNO’s is openlijk gericht op het vergroten van de export van nu 32% naar 40% van de totale Nederlandse economie. Daarmee kiest het VNO voor internationale concurrentie op loon en arbeidsvoorwaarden.


race naar de bodem

Het loonnivo in Duitsland wordt sinds 2003 systematisch verlaagd. Allereerst door verdringing met de invoering van verplichte minibanen voor uitkeringsgerechtigden. Bovendien zijn de lonen voor arbeidsmigranten naar het laagste nivo in Noord Europa gebracht. Zo’n leger van minstens 5 miljoen onderbetaalde mensen verlaagt uiteraard de loonkosten.

Daar bovenop zijn de kapitaalkosten in Duitsland sinds 2008 voor industriële economieën op bijna de laagste ter wereld gekomen. Nog eens versterkt door het vluchtkapitaal dat vanaf 2011 binnenstroomde. (58-2. kredietchaos 7 jaar later)
Deze lagere loonkosten en lagere kapitaalkosten tesamen maken dat bedrijven in Duitsland al jaren de laagste produktiekosten kennen binnen West Europa.

De Europese Commissie voert de eis door dat het concurrentie vermogen van de EU landen opgetrokken moet worden naar het Duitse nivo. De zogeheten Lissabon agenda. Dat kan voor andere EU landen dus alleen door de lonen buiten Duitsland nog onder het Duitse loonnivo te drukken. Daarmee staat de EU 2020 strategie voor doorgezette verarming van de bevolking in de andere EU landen. (62. loonkostenverlaging in Europa)

Precies dat is waar zowel de regering in Nederland als de ondernemerslobby VNO mee bezig zijn. (61. bestaansminimum) En daarvoor wordt geen leugentje geschuwd.


Bij de overheid is het niet anders. in het kader van bezuinigingen, uitbestedingen en het programma naar een kleinere overheid beknibbelt men daar op zowel de beloning als op de omvang van het uitvoerend personeel in vaste dienst. Dit gebeurt bij alle diensten en bij alle lagen van de overheid.

Het gevolg van dit beleid bij bedrijven en overheid, is dat de Nederlandse arbeidsverhoudingen gestadig afglijden naar die van een derde wereld land. Zelfs tweeverdieners krijgen moeite het hoofd boven water te houden. Steeds vaker zijn er meerdere banen nodig om rond te komen. De lage lonen sector van achtergestelde jongeren, migranten, uitkeringsgerechtigden en vrouwen groeit stelselmatig. Gemiddelde koopkrachtplaatjes zijn op hen niet meer van toepassing, daarvoor komt hun beloning al te laag uit. (64. de kloof)

cao’s
Ook al pleitten overheidsinstellingen en zelfs ministers in 2017 voor hogere lonen, de overheid zelf behoort -zeker na Bestek ’81- tot de slechtste werkgevers. In datzelfde 2017 is personeel bij het Rijk -bij de start van de onderhandelingen- botweg iedere vooruitgang in de arbeidsvoorwaarden ontzegd,. Eerder werd al eens na een loonstop van een dikke 4 jaar hun koopkrachtverhoging bekostigd uit verlaging van hun eigen pensioenopbouw. (36. cao overheid).

De professionele onderhandelaars namens bedrijven zetten bij cao onderhandelingen steevast in op maximaal resultaat voor hun opdrachtgever: zo laag mogelijke loonkosten. Daarvoor wordt geen enkele truc geschuwd.


machtsspel wie de langste adem heeft
Het begint met dat er geen ruimte zou zijn voor loonsverhogingen; dat er ingeleverd moet worden vanwege
de concurrentie of specifieke marktomstandigheden; dat precies dit bedrijf of deze bedrijfstak het nou net niet aankan; dat de lonen alleen afhankelijk mogen zijn van de financiële uitkomsten van ieder bedrijf apart; dat centrale looneisen achterhaald zijn, tot aan dat een cao niet meer van deze tijd is. Of er wordt op voorhand geëist in te leveren om aan het werk te mogen blijven. Zo wordt door de bedrijfsonderhandelaars van het AWVN het belang van de financiers altijd boven de beloning voor het personeel geplaatst.
Vervolgens worden de onderhandelingen gerekt met onbelangrijke bijzaken om het personeel en onderhandelaars murw te maken; voorstellen namens het personeel worden als onrealistisch afgewezen; onderhandelingen opgeschort; de positie van de personeelsvertegenwoordiger ter diskussie gesteld; een bindend eindbod gedaan en maanden of jarenlang geweigerd verder te onderhandelen.

Dit laatste is vaste prik bij de onderhandelingen in het winkelbedrijf en de grootmetaal. Het enige dat het personeel dan kan doen is over te gaan tot akties om de bedrijfsonderhandelaar weer aan tafel te krijgen.
De industriebedrijven hebben er rustig maandenlang estafettestakingen voor over om het personeel toch op de knieën te krijgen: kijken wie de langste adem heeft. In 2018 herhaalt zich dit ritueel van de laatste 60 jaar alweer. De metaal bedrijven houden er een speciaal onderling steunfonds op na om elkaar bij te staan om zulke werkstakingen uit te zingen. (27-3. cao ronde 2016)

En dan nog, reken je na loononderhandelingen nooit te vroeg rijk.
De geldontwaarding is bij de te maken loonafspraken nog onbekend,
maar gaat wel van de reële loonstijging af.
Pas achteraf, na afloop van het jaar is in te schatten wat er voor de koopkracht
overbleef.

Zonder het te beseffen kan je dan zomaar loon hebben ingeleverd.
Precies dat is velen vaak overkomen in de afgelopen tientallen jaren.

inleveren
Er worden meer trucs gebruikt om verbetering van de arbeidsvoorwaarden tegen te gaan. Bijvoorbeeld helemaal weigeren een cao af te sluiten, zoals de grote winkelketens dat jarenlang volhielden, zodat nieuw en jong personeel zwaar onderbetaald aangenomen kon worden voor € 7 tot maximaal € 9 per uur. Zelfstandig wonende jongeren hebben dan bijstand nodig om rond te komen. De Rijksoverheid deed het al vaker nog brutaler: domweg een jarenlange loonstop afkondigen. Ondertussen wel de werkdruk opvoeren door minder personeel in te zetten, op een nog groter takenpakket.

vakbond uitsluiten
Supermarkten zijn een paar jaar geleden de strijd tegen de vakbonden aangegaan. Alleen hielen likkende onderhandelaars worden nog toegelaten. Jumbo verbood de vakbond al op haar terrein te komen, sloot voor haar distributiecentra een arbeidsvoorwaardenregeling af met de wel heel zwakke eigen OR. Onder druk hebben vele personeelsleden getekend voor 5 jaar lang loon inleveren. Ahold en het uitzendwezen overwegen onder aanvoering van de AWVN dezelfde truc uit te halen. In de natte waterbouw kwam het voor dat de directie in zo’n geval eerst zelf de OR aanwees.

Er zijn de laatste tijd door bedrijven meer achteruit ploegende cao’s afgesloten met behulp van ingehuurde marginale bondjes of individuen die zich daarvoor lieten doorgaan, bij uitsluiting van de bond met het grootste aantal leden. Zo ging dat de laatste keer bij de cao dakbedekkers en glas&schilders. Inleveren bij de grote mode en sport winkels. Een loonstop in het garagebedrijf. Er is in 3 jaar 10% tot 30% loon ingeleverd bij de thuiszorg
en pas op de plaats gemaakt voor de verzorging en verpleging. Supermarkten die voor ⅔ van het personeel op jeugdloners drijven, zetten die jongeren al met 20 jaar op pensioen. Het rijkspersoneel moet nu een deel van de eigen pensioenopbouw opeten. Ook in de horeca en bij uitzendburo’s zijn de werkenden bestolen met akkoorden door eerst de bond uit te sluiten die voor de rechten van het personeel opkomt.

flexibiliseren
Voor nog maar 61% van de banen gold een vast contract in 2017. En dan voornamelijk in de beter betaalde functies. Bedrijven houden een steeds groter deel van het uitvoerend personeel op tijdelijke contracten, om ook weer snel van ze af te kunnen komen. En tegen het vast personeel uit te kunnen spelen. ‘Voor jou vijf anderen’ zoals waar Nedcar en IHC goed in zijn.

Zo’n flexibele schil varieert van 20% tot soms meer dan 65% op het totaal bestand, zoals bij logistieke centra.
Deze flex werkers vallen vaak niet eens onder de bedrijfs-cao, in ieder geval onder andere, slechtere voorwaarden. In 2017 kreeg al de helft van de werkenden onder 35 jaar geen vast contract meer. Zelfs in het onderwijs groeit niet alleen het aantal tijdelijke contracten, ook de oproepcontracten. (61. bestaansminimum)

En de overheid wil de maximale duur van een tijdelijk contract oprekken van 2 naar 3 jaar. Daarbij de proeftijd verlengen naar 5 maanden en ontslagversoepeling doorvoeren voor het bedrijf. Om personeel kort en afhankelijk te houden, krijgt het overgrote deel in het uitvoerend werk in de schoonmaak en thuiszorg nu al niet meer dan een nul-uren contract.

onderbetalen
De overheid zelf is de grootste aanjager van flexibilisering, onderbetaling en het uithollen van arbeidsvoorwaarden. Overheidsaanbestedingen hebben hetzelfde gevolg. Aanbestedingen hebben concurrentie op arbeidsvoorwaarden uitgelokt, zoals in het openbaar vervoer en de taxi branche. (59. concurrentie op arbeidsvoorwaarden)
De regeringscoalitie weigert benadeling via payrolling aan te pakken. Heeft zelf veel personeel via die constructie in dienst. Bij bouwwerken in overheidsopdracht maken buitenlandse gedetacheerden via Nederlandse koppelbazen werkweken van 60 uur. Voor ⅓ en soms nog minder, van het loon volgens de Nederlandse cao.
Ook nog onder onterende arbeidsomstandigheden.

Wegtransport, zeevaart, tuinbouw, riviercruise, grote bouwprojecten en grote scheepswerven huren een groot deel van het uitvoerend personeel in op detacheringsbasis bijvoorbeeld onder Cypriotische of Maltese condities.
Laag loon, voorgegeven naar de cao of het minimumloon in het thuisland -als dat daar al bestaat- en in ieder geval zonder afdracht van sociale premies in Nederland. Midden-Europese chauffeurs in dienst van Nederlandse bedrijven mogen blij zijn als ze € 300 per maand krijgen om 6 weken achterelkaar in hun cabine te kamperen.
Op de riviercruises is het 7x24 uur paraat zijn, 2 of 3 weken lang, geen vrije dagen, de fooien moeten het lage loon aanvullen. Uitzendburo’s adverteren met Aziatische bemanningen voor € 92,50 per etmaal.
Op grote bouwprojecten worden maar al te vaak via Nederlandse koppelbazen buitenlanders ingezet op basis van werkweken tot aan 70 uur, zoals gebeurde bij de bouw van centrales in de Eemshaven en de A2 tunnel in Maastricht. Op werven worden buitenlanders zonder arbeidsvergunning ingezet voor € 1,- per dag met daarnaast stukloon, alles onder de noemer ‘grensoverschrijdende dienstverlening’. Sociale dumping is wettelijk toegestaan.
(17. stelen van het personeel)

PostNL heeft personeel in vaste dienst vervangen door deeltijdwerkers onder een overeenkomst van opdracht voor nog geen € 8.50 per uur. Ook worden uitkeringsgerechtigden jarenlang ingezet op sorteercentra: zonder loon, met behoud van uitkering. Dat gaat onder het mom van een werkervaringsplaats, die echter nooit wordt omgezet in vast werk. Wel in ontslag en het prompt aan laten rukken van de volgende ploeg uitkeringsgerechtigden. Zo heeft PostNL zijn postbodes en een groot deel van de sorteerders in vaste dienst weggewerkt.
Voor de pakketpost zijn onderaannemers ingehuurd, onder steeds scherper opgelegde tarieven, waardoor er geen cao loon meer kan worden uitbetaald. Dat is alle betrokkenen duidelijk, maar de angst het werk te verliezen is groter. Daarmee heeft PostNL het bedrijfsrisico afgewenteld op extern personeel, dat arbeidsrechtelijk tegenover PostNL geen poot heeft om op te staan.
Op de management opleidingen wordt onderwezen dat personeel niet meer betekent dan een kostenpost . Vandaar het absoluut gebrek aan respekt voor werkenden. Vandaar ook het gemak waarmee problemen in de bedrijfsvoering worden afgewenteld op het personeel.

Bijvoorbeeld winkelbedrijven stellen dat ze het al een jaar of tien ontzettend moeilijk hebben. Dat ze daarom zwaar moeten snijden in lonen en arbeidsvoorwaarden. Veel winkels draaien grotendeels op jeugdloon, onder de € 10,- per uur.

Toch is het zo dat als de financiële uitkomst voor deze winkels anders is dan gehoopt, dat dan het bewijs is dat het bedrijfsplan niet deugt. Dat kan niet de schuld van het personeel zijn, het ligt aan de te grote dromen van de ondernemer of het management. Zulke beslissers zijn niet meer van deze tijd. Het zijn mislukte ondernemingen. Zo’n bedrijf heeft geen bestaansrecht meer.

Onderkruipers die tekenen opdat de werkenden opdraaien voor zo’n mislukte onderneming, staan politiek aan de verkeerde kant.

zelfstandigen
Voorgaande jaren is vooral bij de bouwbedrijven veel vast personeel ontslagen en prompt als zelfstandige teruggenomen op 20% tot 35% lagere contractkosten. Deze zzp constructie betekende voor de meesten armoede op termijn. Na het instorten van de bouwvolumes in 2013, is dan ook nog geen 1 op de 5 teruggekomen in 2018.

Degenen die worden ingezet door de innovatief genoemde platform bedrijven -zoals Uber, Temper of de maaltijdbezorgers-, zijn moderne slaven. Opgejaagd voor een habbekrats, geen enkele invloed op het systeem
dat hun leven beheerst. Niks vrije keuzes, ze hebben zich alleen te schikken, terwijl het bedrijf aan hen verdient.
De platform bedrijven romen zo’n kwart van de omzet af, maar dragen geen sociale premies of belastingen af.
En passant hollen deze techplatforms zo het sociaal stelsel uit. En de regering? Die laat dat gebeuren.
(65. zzp misbruikt)

Nieuwe wetgeving om zzp’ers meer zekerheid en een beter loon te garanderen wordt steeds weer uitgesteld.
De bestaande DBA wet van 2016 wordt zeker tot 2020 niet gehandhaafd. Een vervangende wet wordt door de bedrijven gesaboteerd, een minimumtarief is volgens de regering onmogelijk. Zo weigert de regering deze vorm van uitbuiting te bestrijden.

AWVN stelt weliswaar voor zzp’ers meer zekerheid te geven, maar dan wel ten koste van de arbeidsvoorwaarden van de mensen met een vast contract. Opdat voor de bedrijven de loonkosten hetzelfde blijven en op termijn nog verder afnemen.

ontduiken
Cao afspraken zijn één ding, ze naleven is iets anders. Kleine en grote bedrijven zitten er niet mee de gemaakte afspraken toch te ontduiken. Ook niet als die verbindend zijn verklaard voor een hele bedrijfstak. Lang niet altijd durft het personeel daarover aan de bel te trekken uit angst het werk te verliezen. Die cultuur heerst onder andere bij Hanos en VDL. Voor gedetacheerden is het zonder meer onmogelijk om te protesteren, omdat ze dan meteen weggestuurd worden. Hetzelfde geldt voor jongeren zodra die verplicht onbetaald overwerk weigeren in schema’s waarbij hun schoolrooster in het gedrang komt. Vrouwen in de schoonmaak en thuiszorg -die vaak slecht Nederlands spreken-, kijken helemaal wel uit hun manager op fouten of onderbetaling te wijzen.

Overtreden van de minimumloon bepalingen en arbeidswetten is schering en inslag. Zo is bij de nieuwbouw van Yara in Sas van Gent is maandenlang geen loon uitbetaald. Maar de overheid grijpt zelden in. Heeft zelfs zwaar bezuinigd op toezicht en handhaving. Handhaving treedt pas op als ze daartoe gedwongen wordt. Maar kondigt haar bezoek eerst aan bij het bedrijf. Bij fraude met dubbele contracten voor Filippijns personeel door een Nederlandse uitzender heeft het 12 jaar geduurd voordat er iets werd ondernomen.
Sterker nog, de huidige regering was zelf van plan betaling onder het minimumloon toe te laten via een loondispensatie regeling voor eenieder die iemand met een uitkeringsverleden in dienst neemt.

werkloosheid
Sommige bedrijven jammeren nu dat er te weinig goed personeel te krijgen is. Dat hebben ze zelf veroorzaakt:
in het verleden hebben ze niet geïnvesteerd in vakmensen. Het leerlingenstelsel vonden ze te duur.
Vaak wordt gesteld dat de arbeidsparticipatie omhoog moet. Bedoeld wordt: er moeten zich meer mensen ter exploitatie aanbieden, of daartoe aangezet worden. Niet bedoeld voor grotere zelfstandigheid van vrouwen, zoals voorgegeven. Wel voor een vergroot arbeidsaanbod en de daarmee verlaagde loonkosten.
Volledige werkgelegenheid is ook niet de bedoeling. In ieder economie boekje staat dat er altijd een deel van de beroepsbevolking werkloos moet zijn, om te voorkomen dat er hogere lonen geëist gaan worden. Het IMF merkt op dat de werkloosheid in Nederland in 2018 op 5,2% ligt en dat er daarmee een goed evenwicht is bereikt. Draai dit om, dan krijg je het volgende: Het is beleid om minstens 5% van de beroepsbevolking werkloos te houden opdat de loonmatiging voortgezet kan worden.

conclusie:
de politieke realiteit is:
loonsverhogingen en meer werkzekerheid voor loonafhankelijken?
bedrijven en overheid houden dat systematisch tegen,
gaan altijd voor nog lagere loonkosten
en verslechtering van arbeidsvoorwaarden

lastenverzwaring
De koopkracht blijft ook achter doordat de overheid langzaam maar zeker de lasten voor
de bevolking blijft verhogen. Deze verhogingen worden niet meegenomen in de gebruikelijke indicaties voor de geldontwaarding. Evengoed gaan deze hogere belastingen en premies
voor de sociale wetten wel ten koste van het vrij besteedbaar inkomen.


grafiek 40-3.04.gif
bron: cbs, Eurostat

Regeringsplan is vanaf 2021 de belasting op bedrijfswinsten te verlagen. Bij het huidig hoge winstnivo is dat een jaarlijkse gift van € 4.400 miljoen aan aandeelhouders. Daarbij nog wat andere belastingvoordeeltjes voor kleine ondernemers, geldschieters en duur betaalde expats. Een extra presentje van minstens € 1.200 miljoen. We moeten geloven dat dit nodig is voor het vestigingsklimaat. Dus om Nederland aantrekkelijk te maken voor buitenlandse multinationals. In feite is het belastingconcurrentie met bovenal Groot Brittannië. (63. belastingparadijs)


grafiek 40-3.05.gif
bron: cbs

Daar tegenover komen er al in 2019 hogere lasten voor de bevolking: verhoging met de helft van de lage btw: opbrengst € 2.600 miljoen per jaar. Vooral voor mensen met de laagste inkomens een groot offer. Met de nieuwe belasting op huurwoningen, gaan de huren in de sociale sector omhoog met € 1.700 tot € 2.000 miljoen om die belasting op te brengen.
Hier bovenop komen nog de belasting verhogingen van gemeenten en andere lagere overheden.


grafiek 40-3.06.gif

grafiek 40-3.07.gif

conclusie:
lastenverlaging is er voor geldschieters,
lastenverhoging voor de bevolking

04.   loonruimte in overvloed

Er wordt iedere keer weer vreselijk moeilijk gedaan over loonsverhoging. Dus, gaat het nou
zo slecht met de bedrijven? Welnee, het tegendeel is waar.
Voor de geldschieters draait de economie als een zonnetje.
Maar ja, het is ze nooit genoeg. Altijd willen ze meer groei en vooral: meer winst om het rendement op hun investering te vergroten.


grafiek 40-3.08.gif
bron: (11. winst in Nederland), cbs

In de laatste twintig jaar is de winst meer dan vervijfvoudigd.
De geldschieters zijn er dus vandoor gegaan met de opbrengst van onze inspanningen.
Dan biedt onze economie toch ruimte genoeg voor een veel hogere beloning voor iedereen. Voor werkenden, net zo goed als alle anderen in Nederland.

De verhouding van gemaakte winst tot de Nederlandse economie, zegt iets over hoe hoog het rendement is van de bedrijven in Nederland.


grafiek 40-3.09.gif
bron: (14. rendement Ned economie), cbs

Hier blijkt dat het rendement de laatste 14 jaar tot grote hoogte is gestegen. Dat er al 5 jaar zelfs meer dan 30 cent verdiend is op iedere euro omzet. Daar kan best wat vanaf voor hogere lonen. (35. loon 1982-2016) En toch is het daar niet van gekomen.


grafiek 40-3.10.gif
bron: (30. opbrengst voor arbeid en kapitaal), DNB

De Nederlandse Bank gaf eind 2016 aan dat het deel van de verdiensten dat naar de werkenden gaat, de afgelopen 20 jaar steeds verder achterbleef bij het deel dat naar de geldschieters ging. (30. opbrengst voor arbeid en kapitaal)

Dit is nu het resultaat van het machtsverschil tussen degenen die opkomen voor het belang van geldverschaffers, tegenover het belang van de werkenden. De vele chicanes tonen het gebrek aan respekt en minachting voor hun personeel bij de beslissers in bedrijven en binnen de overheid. Nooit zullen zij uit eigener beweging de lonen voor het personeel verhogen.


conclusie:
rechtvaardiger loon en arbeidsvoorwaarden komen er niet vanzelf
dat moeten we zelf afdwingen, met de vakbond


Natuurlijk is het niet zo dat geld alles bepalend is voor een waardevol leven. Maar dat is nog lang geen reden om de geldschieters te laten uitmaken hoeveel geld zij over laten voor de werkenden.


05.   slechte vooruitzichten

Met sombere toekomstverhalen worden nieuwe bezuinigingen, extra belastingen en alweer loonmatiging ingemasseerd. Rutte I en II hebben daarmee naar eigen zeggen een slordige
€ 51.000 miljoen weggesneden uit de Nederlandse samenleving. Aan geliquideerde voorzieningen en de waarde van het publieke domein.

manipulatie
Zelfs in economisch bloeiende tijden worden ons angstvisioenen aangesmeerd. Daarvoor zijn er semiwetenschappelijke modellen en formules bedacht die de stand van de economie moeten aangeven. Met als onvermijdelijke uitkomst een zorgelijke vooruitzicht.
Zo moet het ‘houdbaarheidssaldo’, aangeven of voorzieningen in de toekomst nog betaalbaar zijn. Natuurlijk, ook voor 2019 is de uitkomst negatief voorspeld, dus heet het ambtelijk dat er geen ruimte is voor grote uitgaven door de overheid. Ondanks de hoogconjunctuur houdt de regering ons voor dat er opnieuw veel onzekerheden zijn in 2019, zodat er nu al extra buffers aangelegd moeten worden voor de komende moeilijke tijden. Daarom moet dan de begroting verder omlaag. (51.macht)

Met vergelijkbare propaganda wordt voortgezet op het ontmantelen van het aanvullend pensioenstelsel. En het verhogen van de AOW leeftijd. We moeten geloven dat pensioen onbetaalbaar gaat worden. Dat er nauwelijks banen bestaan die met 67 jaar zijn vol te houden, doet er niet toe. (48-4. pensioenroof)

Op eenzelfde manier heeft de regering zich al een vrijgeleide verschaft om zorg en onderwijs
uit te hollen. Dat gebeurt door de budgetten te verlagen, plus de kosten te verschuiven naar de gebruikers. Allereerst naar de zorg- en onderwijsinstellingen zelf, die dat weer verhalen op het personeel, wat zich vertaalt in loonstops en een hogere werkdruk. Zorgvragers en studenten krijgen hogere eigenbijdragen voor de kiezen.

Net zo’n truc is het om de gewenste geldontwaarding van tegen de 2% niet op de gebruikelijke manier te berekenen, maar met een ‘kerninflatie’, zolang die lager ligt, doordat voor lage inkomens belangrijke onderdelen zoals voedsel en energie zijn weggelaten. (33. geldontwaarding)
En ja hoor: het door ECB gewenste doel wordt niet gehaald, dus mag de monetaire geldverruiming nog niet gestopt worden. (58-2. 7 jaar later)

crisis


grafiek 40-3.11.gif

Crisis verhalen doen het ook goed om de publieke opinie rijp te maken voor bezuinigingen
en loonstops. Vanaf 2008 is het onderling wantrouwen tussen banken en andere geldschieters gepresenteerd als een economische crisis. Maar die heeft nooit bestaan. Door onzekere financiering kreeg in 2009 de groei van de Nederlandse economie een deukje van 3,5%.
Dat is uitvergroot naar de grootste crisis sinds de 30er jaren van de vorige eeuw.
Deze overdrijving was heel effectief om de loonontwikkeling 10 jaar lang te stagneren, wat resulteerde in aanmerkelijke groei van de winsten.

Tot in 2016 -dus al tijdens de huidige hoogcojunctuur- is er nog de propaganda verspreid
dat de economische groei veel te slap zou zijn en de produktiviteit te laag. Bedoeld om de arbeidsvoorwaarden en wetgeving op de arbeid -zoals het ontslagregiem- verder te flexibiliseren.
Intussen is stil gehouden dat de overheid al drie jaar lang ruim € 10.000 miljoen per jaar
meer binnenhaalt dan geraamd in de begrotingen.


Vanuit de dominante ideologie presteren hoogleraren het om bijvoorbeeld te beweren:
“Soms moet je wijze besluiten nemen en de wil van het volk negeren”.
(Barbara Baarsma, lid SER, vast contract bij Rabobank en UvA, FD 180918)

Dit soort technocratische economen stellen zich uitsluitend in dienst van de
geldschieters en ontkennen daarmee dat de bevolking ook rechten heeft.
Inderdaad, iedere economie uitleg is politiek gedreven, geen waardevrije wetenschap.

Deze misleidende verhalen zijn bedoeld om te snijden in de loonkosten. Echt niet omdat het niet anders kan, maar omdat bij bedrijfsmanagement, geldschieters, neo-liberale denktanks en overheid domweg de politieke wil ontbreekt om de kosten voor het welzijn van de bevolking van Nederland in stand te houden.
Alles alleen in het eigenbelang van aandeelhouders en andere geldschieters. Beleggers eisen steeds hoger rendement voor zichzelf. De regering geeft ze daartoe alle ruimte. Dat is een politieke keuze, en heeft niets te maken met een gesuggereerde onafwendbaar noodzaak.
Het is onwil om de levensomstandigheden van de bevolking op peil te houden en al helemaal niet te verbeteren.


Als voorbeeld het overhevelen van de uitvoering in thuiszorg en jeugdzorg van centrale overheid naar gemeenten in 2016. Daarvoor is overhaast een wet ingevoerd, gepresenteerd als een verbetering in de uitvoering.
De mensen in die sectoren en andere betrokkenen maakten weliswaar al snel duidelijk dat de onzorgvuldige, haastige uitvoering veel problemen en veel ongelijkheid oplevert. Helaas, maar daar ging het ook helemaal niet om: snijden was het enige doel waar de beslissers op uit waren. Hetzelfde speelde bij de eerdere opeenvolging van onderwijshervormingen. Evenals het sleutelen aan de financiering van ziekenhuizen. En nog eerder de bruteringsoperatie in de sociale woningbouw, die 25 jaar geleden is ingezet en uitnodigde voor fraude op bestuursnivo.

staatsschuld
Dan is er nog het misleidend ideologisch verhaal dat de staatsschuld altijd zo laag mogelijk moet zijn. Modieuze economen leggen dit dwaalspoor onder de belofte dat daarmee de economische groei vanzelf zal aantrekken, Dat valt weliswaar niet te bewijzen, maar is bruikbaar als voorwendsel om alvast bezuinigingen door te drukken op overheidsinvesteringen en de uitgaven voor uitkeringen en sociale voorzieningen.


De druk om de staatsschuld zo ver mogelijk terug te dringen, komt uit een heel andere hoek. Namelijk de wild-west opvatting dat een overheid zich eigenlijk nergens mee moet bemoeien, of anders zo min mogelijk kosten mag maken. Verwant hieraan is dat bedrijven zo min mogelijk belasting willen betalen aan de overheid. Zo stelt AWVN dat belasting op bedrijven niet gebruikt mag worden voor uitkeringen of sociale voorzieningen, omdat ondernemers geen filantropische instelling zijn. Hiervandaan komt de kleinere -daarmee terugtredende- overheid als stokpaardje.

Voor uitvoerend personeel -ook op ministeries- betekent dit meer flexwerk: tijdelijke contracten of werken op detacheringsbasis, dus op slechtere arbeidsvoorwaarden.

Aanvullend zijn er zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) ingesteld. Die ZBO’s zijn op afstand gezet, zodat de rijksdienst op papier al kleiner lijkt. Alleen is toen vergeten de verantwoording te regelen, maar een ZBO blijft uiteindelijk te manipuleren op het budget.

Tegelijkertijd zijn inspectiediensten ingekrompen. Op den duur houd je zo een overheid over die nog wel regelgeving instelt, maar nauwelijks wil en kan handhaven.

Ondernemerslobby VNO is verzot op dit opheffen van de regeldruk: lekker je gang gaan, zonder dat iemand je nog kan dwarsbomen. Hiervoor wordt het deel van de overheid ontmanteld dat nog enigszins een beschaafde samenleving kan waarborgen, of -zoals dat heet- de burger te beschermen.

grafiek 40-3.12.gif
bron: MEV 2014 t/m 2018

Om druk te zetten op het terugdringen van de staatsschuld, voorspelt het cpb stelselmatig
een veel hogere staatsschuld dan waarschijnlijk is. Dit werd ieder volgend jaar weer afgezwakt, maar zo werd wel ‘de politiek’ iedere keer weer de door het cpb gewenste richting ingeduwd.

Voor 2017 werd een staatsschuld van € 481 miljard voorspeld,
terwijl het 13,5% lager uitkwam op € 416 miljard.

Het is altijd oppassen met cijfers, ook van de diverse algemeen betrouwbaar geachte bronnen. Zo meldt het CPB in 2018 dat de staatsschuld in 2014 op 68% lag, maar het Ministerie van Financiën meldde in dat jaar een staatsschuld van 75%.
Zulk verschil in opgave over hetzelfde jaar is afhankelijk van het moment van publiceren en welk politiek effect men vanuit zo’n instantie wil bereiken met de voorstelling van zaken zoals
zij die geeft.


grafiek 40-3.13.gif
bron: cpb

En dan, bij de kosten van staatsschuld ligt het er maar aan hoe hoog de rente is. Al vanaf 2011 zijn beleggers bereid geld toe te leggen om hun geld in Nederland te mogen stallen. Dus wat is het probleem? Voor investeringen om de infrastructuur, het onderwijs en de zorg te verbeteren is er al jarenlang gratis tot heel goedkoop geld op te halen!

Maar de regering vindt dat niet nodig, weigert het zelfs. Het beleid bij de uitgifte aan staatsleningen is alleen op de wensen van beleggers af gestemd, helemaal niet op wat er voor de toekomst van de Nederlandse bevolking nodig is.


grafiek 40-3.14.gif
bron: FD

Vergeet overigens niet dat in 2014 de hoge staatsschuld van 75% veroorzaakt was door de regering zelf. Die was in 2008 wel bereid om binnen 48 uur een failliete bank met miljarden voor omvallen te behoeden, maar heeft er nooit iets voor over gehad om sociale voorzieningen op peil te houden. Alweer, dit is een politieke keuze vóór de geldschieters, en daarmee tegen de bevolking. (58-0. kredietchaos)

verdeling
Een ander door het CPB gelegd dwaalspoor is de hoogte van het aandeel dat werkenden hebben in de nationale verdiensten. Steevast is dat veel te hoog opgegeven om de eis tot loonmatiging te onderstrepen. Dat die voorspellingen in later jaren altijd bijgesteld moesten worden, maakt weinig uit, het ging om het resultaat: dat de loonmatiging werd voortgezet.


grafiek 40-3.15.gif
bron: (30. opbrengst voor arbeid en kapitaal)

Op initiatief van DNB is het CPB in 2017 overgegaan op een ander rekeningmodel om het deel te berekenen dat de werkenden overhouden bij verdeling van de nationale koek. Dat kwam een heel stuk lager uit dan in de afgelopen tientallen jaren is gesuggereerd.
Dit geeft alweer aan hoe betrekkelijk de waarde is van gepresenteerde cijfers door rekenmeesters in overheidsdienst. Hoe makkelijk is het toch om daarmee te manipuleren.


conclusie:
voorspellingen van het cpb kunnen en mogen
geen uitgangspunt zijn voor een vakbond


En dan bestaan er nog academisch opgeleide komedianten die volhouden dat een steeds hoger rendement voor geldschieters juist goed is, omdat die rijkdom vanzelf doorsijpelt naar
de -verarmende- bevolking. Een romantische verheerlijking van de filantropie: sommige armen krijgen een fooi, afhankelijk van de grillen en voorkeuren van de rijke gever. Andere armen moeten blijven bedelen voor een aalmoes.

In een beschaafd land daarentegen, hebben werkenden recht op een fatsoenlijk inkomen.
Om een menswaardig bestaan te voeren en daar staat de overheid dan garant voor.
Mocht het ooit zo geweest zijn, op zo’n beschaafd land gaat Nederland nu steeds minder lijken.



06.   binnenlandse economie

Juist voor bedrijven die gericht zijn op afzet binnen Nederland, is het belangrijk dat de mensen genoeg inkomen hebben om hun koopwaar en diensten te betalen. Anders gezegd, er moet genoeg koopkracht zijn onder de bevolking voor het bestaansrecht van deze bedrijven.
Die koopkracht zit hem in het reëel beschikbaar inkomen van werkenden en uitkeringsgerechtigden. Dus de hoogte van de lonen en ook de uitkeringen.
Neemt die koopkracht af, dan gaat het slecht met de op het binnenland gerichte bedrijven,
waar nu ongeveer ⅔ van de beroepsbevolking bij werkt.


grafiek 40-3.16.gif

koopkracht
Uitgerekend die koopkracht blijft in Nederland achter bij de economische groei. Dat voelen
de bedrijven die gericht zijn op afzet van consumenten produkten binnen Nederland.
Vreemd genoeg zitten juist daar de ondernemers en managers die het hardst klagen over loonkosten en waar mogelijk het personeel benadelen in hun rechten. Supermarkten en winkelketens zijn hier berucht om.


Gezeur over personeelstekort?
Gezeur over slecht gemotiveerde jongeren?

Hogere lonen, betere arbeidsvoorwaarden, een bedrijfsopleiding
en vooral meer respekt voor personeel, dat is de oplossing.
Een echte ondernemer doet moeite om gekwalificeerd personeel
aan te trekken, op te leiden en te behouden.
Wentelt hij zijn problemen af op het personeel, dan is hij mislukt
als ondernemer, een profiteur over de rug van het personeel.

Het IMF stelt niet alleen dat Nederland ten opzichte van vergelijkbare andere landen de laagste loongroei heeft. Sinds 2001 is het aandeel van de binnenlandse economie binnen het totaal al gekrompen van 51% naar 48%. Daarmee steunt de Nederlandse economie steeds zwaarder op de export. Dat is ook te zien aan het forse overschot van ruim 10% op de lopende rekening van de betalingsbalans in 2017.


grafiek 40-3.17.gif
bron: Eurostat, CPB

investeringen
De krimp van de binnenlandse economie en het extreem grote overschot aan inkomsten uit het buitenland, geven aan dat vanuit Nederland steeds meer geïnvesteerd wordt in het buitenland en dat investeringen in de reële economie in Nederland achterblijven. Dit geeft weer aan dat de Nederland financieel gestript wordt onder het huidig politiek bestel.
(7. lager loon = meer winst = minder investering etc)

De teruggang in investeringen door bedrijven plus het achterblijven daarin door de overheid, plus de relatief lage beloning, dus achterblijvende koopkracht zijn een regelrechte bedreigingen voor de houdbaarheid van het levenspeil in Nederland. De duurzaamheid van de Nederlandse economie is hiermee in gevaar.

Om de toekomst van de jongste generaties te waarborgen moet er meer geïnvesteerd worden in de Nederlandse infrastructuur, het onderwijs, de zorg, het sociaal stelsel en het openbaar vervoer. Daarbij hoort verhoging van de koopkracht om de binnenlandse economie op een hoger plan te brengen. Precies alles wat nu net afgebroken wordt onder het aanroepen van
de dictatuur van de neo-liberale ideologie.


conclusie:
strijd voor verhoging van de koopkracht en arbeidsvoorwaarden nu,
is strijd voor een betere toekomst voor de komende generaties

Meer over het doorvoeren van loonmatiging, zie: (40.-1. loonmatiging als verslaving)
of ga door naar (15. winst &loon)
okt.18
kleine logo 00-1