1 mei komitee logo
lonen matigen als maatschappelijke opdracht 40-2

01.   verkiezingen, dus zonnige voorspellingen

Vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2006 voorspelt het CPB dat de economische groei snel zal toenemen naar 2,75% in 2006 en 3% in 2007. Een paar weken later komt het verhaal dat het deel van het nationaal inkomen dat naar het kapitaal gaat, onverwacht sterk vooruit is gegaan en dat het nog verder zal stijgen (30 AIQ en KIQ):

grafiek 40-2-1

Dat begin 2006 de investeringen door bedrijven toenemen, zegt niet veel meer dan dat er in eerdere jaren nog meer werd onttrokken aan de Nederlandse economie. (8. winst en kapitaalexport)

Waarom dit soort voorspellingen?
Omdat er Tweede Kamer verkiezingen aankomen. En de huidige regeringspartijen CDA en VVD willen graag goede sier maken met economische ontwikkelingen waar ze nauwelijks vat op hebben. Op de loonhoogte wel natuurlijk. Als een van de slechtste werkgevers houden ze actief de lonen laag van het Rijkspersoneel. (36. overheids cao's)

En via het overleg in de Stichting van de Arbeid en met voorjaars- en najaarsoverleggen en tussendoortjes wordt er druk op de vakcentrales uitgeoefend om dat na te volgen.
(47. sociaal akkoord)
Voor 2006 belooft men daarmee de loonkosten met 1¾% te verlagen.

Als toegift worden de lasten door de regering verlaagd:
De winstbelasting gaat verder omlaag via 29,6% naar 25,5% in 2007 voor het grootbedrijf

-dus effectief onder 20%-

Het kleinbedrijf betaalt over de eerste € 25.000 winst voortaan slechts 20% belasting.
Over royalties hoeft nog maar 15% worden afgedragen.
Over rente bij multinationals 5% inplaats van de huidige 10%.
En de dividendbelasting gaat van 25% naar 15%.
En ondernemers die inkomstenbelasting betalen, krijgen 10% vrijstelling.

Nederland wordt steeds sterker een internationaal belastingparadijs. (63. belastingparadijs)
Daar wordt onder andere een meevaller in de gasbaten voor aangesproken.
In alle media is de conclusie dan: het gaat dus goed met de economie. Fout.
Het gaat goed voor de ondernemers en andere lieden die er personeel op na houden.

Maar het werkvolk zelf? De koopkracht zal vooruitgaan, voorspelt het CPB.
In 2006 gaan de cao afhankelijken er 1½% op vooruit en in 2007 wordt 1¾% beloofd.
Maar wel moeten er in beide jaren door de geldontwaarding minstens 1¼% worden ingeleverd.
En dan worden de stijgende energiekosten niet eens meegerekend.
Hoe kan de koopkracht dan veel vooruitgaan? Dat kan dus gewoon niet waar zijn.
(5. loon & koopkracht)

De voorstelling van zaken door het CPB in de lente van 2006 gaat uit van een politieke wenselijkheid. De werkelijkheid voor cao afhankelijken is anders. Nu al is duidelijk dat de waarde van de dollar op € 0,83 hoogst onzeker is en de verwachting dat de ruwe olieprijs in 2007 weer zal dalen -tot onder $55 per vat- ach, het is zeer onwaarschijnlijk.
Pas in de zomer van 2007, na de verkiezingen, worden deze schattingen realistischer bijgesteld.
En op dat moment is dat weer een reden om op te roepen tot loonmatiging. (25. loonmatiging)

In maart 2006 wordt bij de banken gesteld dat er voor cao afhankelijken geen verhoging in zal zitten, maar wel meer werkgelegenheid. Ondernemersvoorzitter Wientjes vond bij het voorjaarsoverleg 2006 een koopkrachtdiscussie al ongewenst, maar verlangt wel een groter consumentenvertrouwen.
In Nederlands: meer loon betaal ik je niet, maar je moet wel meer kopen. Verzwegen wordt dat de schuldpositie van Nederlanders erg hoog is -vergeleken met andere EU landen- en dat de stijgende hypotheekrente de koopkracht sterk zal verminderen.

kleine logo

02.   kwaliteit van de overheid
Jaarverslag 2005 Raad van State, april 2006
opgesteld door vice-voorzitter Herman Tjeenk Willink

25 jaar verzelfstandiging, privatisering en beëindigen van publieke taken.
Dat heeft geleid tot:
1. terugtreden van politiek bestuur en
2. verschraling van inhoudelijke deskundigheid binnen het bestuur.
3. de continuïteit is zoek geraakt.
Anders gezegd: het beleid is zwalkend.

Binnen de overheid heerst een groeiende nadruk op management, beheer, toezicht.
Dus regelzucht en repressie.

Het evenwicht binnen het bestuur tussen bestuurders, beleidsambtenaren en uitvoerders is verstoord.
Deze gescheiden terreinen lopen steeds meer door elkaar.

De overheidsburokratie hoort dienend te zijn, geen eigen produkt te leveren, geen eigen waarden te kennen.
De overheid moet geen doel in zich zijn.

Produkten, kosten toedeling, prestatiemeting en afrekenen, het zijn begrippen in de huidige burokratisch-bedrijfsmatige logica, waarmee de scheiding tussen uitvoerend bestuur, wetgeving en rechtspraak is aangetast. Dat is strijdig met de professionele eisen. En komt steeds minder overeen met de maatschappelijke werkelijkheid van de burgers, de professionele werkelijkheid van de uitvoerders en de politieke werkelijkheid van politieke partijen.

Het politieke primaat verliest terrein bij gebrek aan -verschil in- visie op de maatschappij, de rol van de overheid daarin en de politieke verantwoordelijkheid daarvoor.

De rechtsvormende taak van de wetgever en het bestuur nemen af. Daarmee neemt de legitimatie voor de overheid af.

De huidige overheidspraktijk staat haaks op de eigen verantwoordelijkheid van de burger
en de pretentie van maatwerk door de uitvoerders
.
Dat is de groeiende kloof tussen overheid en burger.
En dat moet worden doorbroken. Die kloof moet worden teruggedrongen.

De prijs - kwaliteit verhouding van de overheid is een groot politiek probleem. Het openbaar bestuur lijdt al jaren aan verlaging van zorgvuldigheid en in kwaliteit. Natuurlijk is dat een opmerking van mopperige zuurpruimen. Maar ook een constatering van een projectontwikkelaar. Ed Nozeman, werkzaam geweest bij ING Real Estate, constateert een toenemend gebrek aan deskundig tegenspel. Ziet dat zijn beroepsgroep steeds meer mogelijkheden krijgt door een toenemende onprofessionaliteit binnen het overheidsapparaat. (HFD 200505)

Het politiek verantwoordelijk bestuur is vaak onbekwaam. Veel bombarie over nieuwe plannen, weinig aandacht voor onvolkomenheden in de uitvoering van bestaand beleid, of niet gehaalde doelstellingen.

treurig voorbeeld van zwalkend beleid, los van enig maatschappelijk nut:
  • de gedwongen verzelfstandiging van woningcorporaties, waarop ruim 10 jaar later wordt geprobeerd alsnog hun vermogen af te romen.
  • voormalige corporaties en andere huiseigenaren te dwingen tot bijdrage aan de huursubsidie dit heeft niets meer met volkshuisvesting of liberalisering te maken, alleen maar het ad-hoc volgen van hypes.

Onder invloed van de vierjaarlijkse herverkiezing en toenemend interim management,
hanteert het bestuur in het publiek domein een steeds kortere horizon.
Immers, de persoonlijke houdbaarheid reikt slechts tot aan de volgende verkiezingen.
Dus 1 jaar inwerken en voorbereiden, 1½ jaar nieuw beleid en 1½ jaar rust voor de volgende verkiezingen. En zelfs dat lukt niet altijd meer: in 2005 is 1 op de 4 wethouders halverwege de rit afgehaakt. Maar er is meer aan de hand. In de praktijk wordt het midden-management nooit geconfronteerd met de gevolgen van de zelf in gang gestelde maatregelen. Zodra de rampzalige tekortkomingen in dat beleid duidelijk worden, zitten de verantwoordelijken daarvoor al weer hoog en droog op een andere baan. Dit soort management, los van institutioneel vakmanschap of de doelstelling van de organisatie, beheerst al de musea, de gezondheidszorg, het onderwijs, en een deel van de overheid. Dit soort publiek bestuur heeft het bestaan om enerzijds in het wilde weg te liberaliseren en anderzijds -tegelijkertijd en op hetzelfde terrein- een enorm burokratisch controle apparaat op te bouwen. Denk aan de AFM, NMa, Dte, Opta.

Opmerkelijk is dat het gebrek aan professionaliteit in publieke organisaties geweten wordt aan een vermeend achterblijvende beloning van het management vergeleken met de topbanen in de marktsector. (20. moeilijk doen over hoger loon)
Niet aan een gebrek aan maatschappelijk verantwoordingsgevoel. Ook niet aan tekortschietende organisatiediscipline. Bijgevolg neemt de ongelijkheid in inkomens toe.
(19. forse loonsverhoging normale zaak)

De overheden huren steeds vaker interim managers en consultants in. Zo wordt maar al te graag de politieke verantwoordelijkheid voor analyse en beleid afgeschoven naar externe buro’s.
Aan de andere kant worden deze buro’s weer bevolkt door (ex)overheidsdienaren.
De unieke situatie doet zich voor dat deze overheidsconsultants steeds meer de opdrachtgever blijken te zijn van die buro’s. Het gevolg is dat wetgeving en uitvoering door elkaar gehaspeld worden. Gegarandeerd dat dit mis gaat lopen. (observatie van Peter Felix ex partner van consultant Boer & Croon, HFD 081105-2)

Daarbij komt dat meer dan de helft van de volksvertegenwoordigers in raden en parlement een ambtelijke nevenbaan of achtergrond heeft. Alles bij elkaar levert dit een politieke inteelt op tussen ambtenarij, bestuur en parlementaire organen. Bovendien een culturele en intellectuele armoede, die leidt naar een technocratische regentenkaste. Hier ligt de oorzaak voor het ongestraft te buiten gaan aan hobbyisme en prestigeprojekten.

hobbyisme bij de liberalisering van de energie sector
  • liberalisering onderschat naar traject en resultaat
  • tempo te hoog
  • besluiten chaotisch
  • wetgeving rammelend en naïef
  • eigendomskwestie veronachtzaamd
  • geen politieke sturing
  • geen oog voor publiek belang
    rapport Clingendael: ‘30 jaar Ned energie beleid’, HFD 170505-1+3
  • onbekend met bestaande regelgeving en de werking daarvan
  • onkunde gemaskeerd met politiek machtsvertoon
  • geen scheiding commerciële en publieke taak

In deze cultuur borrelen makkelijk voorstellen op om loonsverlagingen door te voeren voor het geminacht uitvoerend personeel. In wollig Haags spraakgebruik heet dat “liberalisering van de arbeidsmarkt”. In de praktijk komt concurrentie op arbeidsvoorwaarden bij verzelfstandigde overheidsbedrijven al voor, zoals in het openbaar vervoer bij overgang van treinverbindingen naar streekvervoerbedrijven.

Een ander voorbeeld van zelfoverschatting: Jan Willem Oosterwijk, de voorzitter van het Centraal Economisch Comité meent stellig dat de begroting veiliger is in ambtelijke handen,
en dat regeringsbeleid in feite beperkt dient te blijven tot de door hem en zijn kornuiten vastgelegde ruimte.(51. wie heeft de macht)
Ook is hij van mening dat de bevolking nog veel te veel vrijheid heeft om het leven naar eigen inzicht in te delen. (ESB januari 2006) Dat kan niet langer in een flexibele maatschappij. Ontslagbescherming? Uit de tijd. Werkloosheidsuitkeringen? Weg ermee. Wat pensioen? Doorwerken. (48. pensioenroof)

Veelzeggender dan zijn op schrift gestelde opvatting zelf, is nog dat deze niet weersproken werd door de gevestigde politieke partijen.

de voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Ralph Pans, maakt zich serieus zorgen over de kloof tussen overheid en burger:

“de burger is met andere vraagstukken bezig; is kritischer geworden; stelt hogere eisen aan de dienstverlening; ziet te weinig ruimte voor sturing vanuit de samenleving; de overheid komt niet toe aan oplossing van de echte problemen”


de secretaris generaal van VROM, voormalig PvdA voorzitster Marjanne Sint stelt daar lifestyle gebabbel tegenover:

“de kloof tussen burger en overheid, ligt aan de transitiefase van postindustrieel naar de grenzeloze netwerk samenleving, daardoor zijn mensen de weg kwijt”

(HFD 211105-3)

kleine logo

03.   de mens als gebruiksartikel

bedrijven
Investeringen in Nederland door bedrijven in de marktsector blijven al jaren achter bij de gemaakte winsten (6. kapitaalinkomen & investeringen). Liever dan te investeren in kapitaalgoederen, worden de schulden afbetaald, het eigen vermogen versterkt ten koste van vreemd vermogen en winsten uitgekeerd als dividend. Dat dividend wordt vervolgens door de aandeelhouders de hele wereld over gestuurd op zoek naar hoger rendement. Als private equity -risicovolle aanmerkelijke beleggingen buiten de aandelenmarkt om-. Vanaf 2005 is het beleggen met geleend geld door de durfkapitaalfondsen een zo ver opgehemeld modeverschijnsel, dat op termijn het instorten van deze hype kan worden verwacht, en dus weer kapitaalvernietiging. Want de truc werkt alleen bij voortdurend stijgende beurskoersen.

In het topmanagement in de marktsector worden steeds kortere beleidsdoelen gesteld van slechts een paar jaar. Dat hangt samen met steeds kortere contractperiodes. Neem als voorbeeld Philips. Bij iedere nieuwe voorzitter wordt het eerst twee of drie jaar saneren, desnoods met verlies, om hoge winstcijfers te kunnen laten zien tegen de tijd dat het persoonlijk contract verlengd moet worden. Daarbij worden gunstige resultaten gebracht als de verdienste van het management, lager personeel wordt puur als bedrijfsmiddel gezien.

Vele ondernemers in Nederland proberen nog altijd de bedrijfskosten te drukken door de lonen omlaag te brengen. Zo werden pas in de lente van 2006 cao’s afgesloten, die al in 2004 hadden moeten ingaan. 2 jaar succesvolle sabotage door de werkgever. Philips Semiconductors verlangt 12% inleveren. Voorstellen om nieuw personeel 20% tot 30% minder te betalen zijn zonder blikken of blozen gedaan, zoals bij Vopak, de HEMA en de modewinkels. (27. nieuwe cao ronde) Slecht management is een nationaal probleem, zei René Paas nog vlak na zijn aantreden als voorzitter van het CNV.

Incapabele bestuurders gedragen zich als loterijwinnaars, ze zijn dus makkelijk herkenbaar:
  • door de lage kwaliteit van hun opmerkingen, tonen ze inhoudelijk geen overzicht te hebben;
  • ze stellen graag de persoon voorop, niet de taak;
  • beroepen zich eerder op hun positie, dan op deugdelijke argumenten;
  • in de politiek zijn ze een groot deel van de tijd bezig met herverkiezing;
  • zolang anderen hen dekken, houden ze het vooral in het grootbedrijf jaren uit;
  • bij de (semi-)overheid is dat helaas eerder regel dan uitzondering;
  • de relatie tussen beloning en bestuurskwaliteit is niet transparant, dus is een omgekeerd evenredige verhouding waarschijnlijk

Ondernemers in bijvoorbeeld de procesindustrie ontdekken in 2006 plotseling ‘krapte op de arbeidsmarkt’ en ‘gebrek aan goed personeel’. Het wordt gebracht alsof de schuld bij de werkenden en werklozen ligt. Niet bij de ondernemers die te beroerd zijn geweest om vakwerk te betalen, en de opleiding voor de door hen gewenste specialisten zelf ter hand te nemen. Het zijn regelrechte smoezen om personeel uit Midden Europa aan te trekken, om vervolgens die mensen weer onder te betalen. Door er misbruik van te maken van dat zij hun rechten in Nederland niet kennen. Voor deze mensen wordt geen pensioenpremie betaald en vaak ook geen premie voor de sociale zekerheid, want, wie dwingt dat voor hen af? Op z’n best worden ze op minimumloon gezet, meestal zelfs dat niet. Er zijn gevallen bekend -bij gerenommeerde bedrijven- dat er € 1.50 per uur wordt betaald voor de onderhoudsploegen. Vroeger zijn ook al eens mensen uit Italië, Spanje, Joegoslavië, Marokko en Turkije hierheen gelokt. Met de vergelijkbare smoezen van ondernemers: de mensen zouden het zelf zo willen.

Bovenal spreekt hieruit een verregaande minachting voor werkende mensen in het algemeen. Personeel wordt ongegeneerd geminacht en behandeld als een gebruiksartikel dat nog te duur is ook. Werkgelegenheid is alleen nog een begrip om daarmee overheidssubsidie binnen te halen. (42. werkgelegenheid)

de politieke toestand
De tragiek van de politiek na de jaren 70 is dat het politiek debat inhoudelijk steeds verder vervlakte. Degenen die er baat bij hebben om loonafhankelijken en uitkeringsgerechtigden neer te zetten als profiteurs, kregen de overhand. Daarmee werd de praktijk gedekt om vrijbaan te geven aan wat door moet gaan voor de vrije markt.

De verzwakking van de positie van loonafhankelijken, gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden werd in de 90er jaren bevestigd toen Wim Kok trots meldde dat zijn PvdA de ideologische veren had afgeschud. Het FNV trok zich in het verlengde daarvan terug op inkomensvraagstukken. Daarmee maakten deze politieke organisaties duidelijk de fundamentele maatschappelijke belangentegenstellingen niet meer te willen begrijpen.
Alle verhalen over andere sociale stelsels zoals Scandinavische modellen zijn slechts rookgordijnen waarachter het voltrekken van de werkelijke politiek-economische machtsverschuiving wordt verhuld.

Gelijk op met de neergang van de pretentie van een maakbare samenleving, ging een afname van de kwaliteit van bestuur. De samenleving, daar werd zeer veel over gepraat, maar niet meer dan dat. Veel drukte over waarden en normen op micro nivo, de ontwikkelingen zelf in de maatschappij, die liet men op z’n beloop. Een vooral op de eigen overheidsorganisatie gericht beleid bleef. Met budgettering en begrotingsfetisjisme, herkenbaar aan het sturen op cijfers en verwaarlozen van inhoudelijk vakmanschap. Als gevolg worden in het overheidsbeleid de inwoners van Nederland er onbeschaamd op ingedeeld of ze economisch nut hebben of niet.
Dat iedereen uiteindelijk het liefst zijn eigen leven naar eigen inzicht wil indelen, maar de meesten daar niet eens de kans meer voor krijgen, dat realiseren zich nog maar weinigen. Het lijkt als luxe voorbehouden aan degenen die zich deel van de elite wanen.

De staatsschuld is van 1994 tot en met 2005 met 25% teruggebracht. Ten koste van een kaalslag in de sociale zekerheid, dat was duidelijk merkbaar. Maar wat nooit zo opviel: ook ten koste van het eigen vermogen. Het CEP 2006 geeft van 1974 tot en met 2005 een achteruitgang in vermogen van de staat met 40%.

  • het gaat om vermindering van de aardgasvoorraad van 90% naar 20% van het bbp.
  • na 1983 is met overheidsbezuinigingen sterk ingeteerd op de infrastructuur - vooral op de waterwegen en spoorlijnen -; openbaar vervoer wordt afgebouwd; op gebouwen gedesinvesteerd; en administratieve systemen uitbesteed.
  • veel grote staatsbedrijven zijn verkocht puur om de opbrengst en woningcorporaties zijn verzelfstandigd. In 1994 beliep de waarde van aandelen nog 45% van het bbp,
    in 2005 slechts 29%.

alternatieven?
Wouter Bos zegt als PvdA lijsttrekker in november 2005 dat hij zorgen heeft over 2 miljoen kanslozen in Nederland. Dit in het kader van de verkiezingen in 2006 en dat “dit land zoveel beter kan”. Toch, hij doet niets met die vlaag van inzicht. Want zijn oplossing zet de boel op z’n kop:
‘de moderne werknemer moet flexibel zijn, onzekerheden accepteren’.
En daarom is soepeler ontslagrecht nodig, beweert hij.
Wiens kant kiest hij dan? Jawel, die van de werkgevers. En vooral de kortzichtigen onder hen.

Milton Friedman werd destijds met zijn economische opvattingen in zijn “platte wereld” al door Thatcher bewonderd. Labour premier Blair neemt ook verrassend veel van hem over.
PvdA coryfee Wouter Bos volgt klakkeloos en dat is jammer. (hfd 121205-7) De kern in Friedman’s benadering is dat hij er niet omheen draait dat een mens economisch gezien een produktieartikel is. Het vervelende aan Friedman is dat hij voorstelt dat de mens dan ook sociaal zo gebruikt moet worden. In het verlengde stellen Blair en Bos dat het op dit moment economisch noodzakelijk is dat het gebruiksartikel “Mens” optimaal inwisselbaar moet zijn.
Het ideaal is een flexibele werknemer: overal inzetbaar. Na ontslag gaat de werkloze zich verplicht bijscholen, om opgewaardeerd en wel, weer optimaal economisch dienstbaar te zijn.
Dus: òf gekneed worden naar de wens van de ondernemer, òf je wordt voorgoed gedumpt.
Dat moet je vooral niet zien als dwang, maar als een vrijwillige persoonlijke verantwoordelijkheid tegenover de gemeenschap.

Principieel ontkennen Friedman en zijn volgers iedere maatschappelijke oorzaak van werkloosheid of schade die mensen oplopen in hun werk. Friedman legt de schuld en de hele verantwoordelijkheid daarvoor bij het slachtoffer zelf. Propagandisten gebruiken deze omkering om te doen alsof niet de arbeidsverhoudingen maar ieder individu afzonderlijk aangepast moet worden aan bedrijfsbeleid dat berust op financiële belangen en politiek vooroordeel.
In het verlengde daarvan moeten ook de werkenden hun eigen inzetbaarheid op peil houden.
Net zo worden werklozen neergezet als types die heropgevoed moeten worden, opdat ze zich maatschappelijk nuttig zullen maken.

Van de ideale werknemer wordt geen specialisme verlangd en hij hoeft ook geen brede belangstelling te hebben. Inzicht, vernuft en intellect, daar zijn managers voor. De ideale werknemer moet bovenal bruikbaar zijn. En gehoorzaam, maar dat wordt er niet bij gezegd.
Dus: de mens als wegwerpartikel.
Tegelijkertijd vooronderstelt Friedman in zijn maatschappijmodel een sterke overheid, die èn een tijdelijk sociaal vangnet biedt èn de gedwongen scholing verzorgt.
Hoe dat geregeld wordt blijft onduidelijk bij hem en dus laat Bos beide weg.

De overblijvende verlaging van de sociale zekerheden, zoals Wouter Bos voorstaat, toont meteen zijn politieke gemakzucht. Want de problemen van de permanente maatschappelijke verandering worden daardoor bij de ongeorganiseerde werkenden en uitkeringsgerechtigden gelegd en uiteindelijk vooral bij diegenen die maar net het hoofd boven water kunnen houden.
Lobbyende, behoudende ondernemers, zij worden door Wouter Bos beschermd.
Hij pleitte destijds als assistent van Zalm al voor de verlaging van hun winstbelasting, zoals die nu uitgevoerd wordt.

Hoezo Skandinavisch model ?

Zweden had in de 90er jaren een probleem op de financiële markten en loste dat op door de economie te liberaliseren en open te gooien. Denemarken heeft de afgelopen 10 jaar het recht op sociale uitkeringen sterk ingeperkt. Bovendien wijkt het Deens belasting- en sociaalstelsel sterk af van de rest van Europa. Werkloosheidspremie komt geheel voor de werkenden, het is een persoonsgebonden verzekering.

In beide landen is cijfermatig de werkloosheid afgenomen, maar dat betekent nog geen hoge arbeidsdeelname. Want nu is daar het ziekteverzuim heel hoog.

Netspar congres 27 / 28 april 2006

Eind april 2006 huilt Wouter Bos mee met de spraakmakende wolven in het bos: werkende mensen moeten makkelijker worden gedumpt en de pensioenleeftijd kan best verhoogd worden. Zo maakt de PvdA zich inwisselbaar met de CDA / VVD combinatie. Net zoals in 2003. De PvdA liftte in de herfst van 2004 nog wel even mee met de vakbondsakties tegen een regeringsbeleid dat de rol van de vakbeweging dreigde in te perken. In 2006 stelt de PvdA alweer verdergaande uitkleding van de arbeidsvoorwaarden voor. Een zeer flexibele opstelling.

ga door naar: (15. winst & loon)
òf lees hieronder de achtergronden bij de regeringsformatie in 2003.
mei-06


kleine logo

04.   politieke verloedering
     regeringsformatie februari, maart, april 2003.

Met ontstellend gemak worden cao afhankelijken weer veroordeeld om loon in te leveren.
Al vóór de verkiezingen. Loonmatiging moet, werd verteld.
Als wondermiddel om het falen van oude en nieuwe regeringspartijen goed te maken:
falen in beleid, in politieke creativiteit en in binding met de bevolking, hun kiezers.
De klakkeloos herhaalde beweringen:

het gaat slecht met de economie, dat is echt niet waar:
de nettowinsten gemaakt in Nederland zijn van 1981 tot 2000 gestegen met 687%
de nettowinsten in 2001 en 2002 zijn even hoog als in 1999. (13. akkoord van Wassenaar)

de lonen stijgen sneller dan in het buitenland, het is een leugen: (45. loonsomstijging)
loonsomstijging Nederland blijft ver achter bij Engeland, België, Frankrijk, Duitsland.

pensioenpremies worden onbetaalbaar, dat is een halve waarheid: (48. pensioenroof)
pensioenvermogens zijn afgelopen jaren geplunderd om de winsten te spekken.

staatsschuld is te hoog, welnee:
staatsschuld is met 52% laag in industrieel Europa.

begrotingstekort moet in 2007 op 0% uitkomen, waarom?
begrotingstekort mag binnen EMU tot 3% oplopen; Italië komt in 2003 boven de 3% uit,
Duitsland en Frankrijk gaan al 2 jaar nog hoger; grote voorbeeld USA zit zelfs op 4,3%.

verzwegen politieke werkelijkheid
  • gebrek aan investeringen in Nederland
  • systematisch koopkrachtverlies bevolking
  • inkomensverschillen groeien zoals in een bananenrepubliek
  • snel stijgende belastingdruk lagere overheid
  • bestuurlijk systeem kost steeds meer, maar loopt kwalitatief steeds verder vast.
    Zolang hier geen politiek antwoord op komt, prutst de nieuwe regering door op een doodlopende weg
  • PvdA en CDA: de cao lonen en uitkeringen moeten onder de inflatie blijven,
    dus wordt de koopkracht verlaagd. Bovendien wordt met de inflatie cijfers geknoeid.
    (5. loon & inflatie)
  • Inflatie voor 2004 tot en met 2007 is bij decreet op 1,5% per jaar vastgesteld.
    Ook al kan niemand dat al weten.
    Voor 2003 is de inflatie op 2,5% gesteld,
    maar eind 2002 was al te zien dat het werkelijke koopkrachtverlies 4% wordt.
    Of meer.
  • Begrotingstekort moet onder 0,5% blijven. Jawel, boekhouden tot religie verheven.
    Òf goedkoop bangmaak verhaal, òf bewijs dat partijen vervreemd zijn van sociale realiteit.
adviezen aan de nieuwe regering:
  • Hoogervorst, demissionair minister van Financiën (VVD)
    en Wijn, ss EZ (CDA) en Vermeend,
    ex minister (PvdA):
    Reële loondaling nodig, 1,5% per jaar de komende 4 jaar is genoeg,
    ‘vanwege de werkloosheid, je weet wel’
  • CPB, het regerings voorspelburo:
    € 14,5 mrd bezuinigen op lonen, onderwijs en gezondheidszorg.
    Het is tijd voor nare boodschappen. Pijnloze ingrepen bestaan niet.
    Want de loonsom stijgt te hard, bijvoorbeeld door de pensioenpremies.
    Lonen moeten gedrukt worden met maatregelen.
    Dus moet de arbeidsmarkt verruimd worden met langer werken.
    Vroeger had je na je 65 nog 4½ jaar te leven.
    Nu worden we te oud, dat moet rechtgetrokken.
    De zorg gaat misschien wel Euro 5 miljard te veel kosten.
    Dus is een klein basis pakket genoeg, dat bevordert de concurrentie, sorry, de keuzevrijheid.
  • Ambtelijke werkgroep van Financiën en Volksgezondheid:
    de zorg gaat €4 miljard teveel kosten.
  • OESO:
    loonmatiging is de enige oplossing voor alle Nederlandse ondernemersproblemen.
    Een oud vooroordeel.
  • Oosterwijk (secretaris generaal EZ):
    langer werken, tot 67jaar en geen vervroegd pensioen meer, dat verruimt de arbeidsmarkt,
    versoepelt de vergrijzingproblematiek en spaart pensioengelden:
    een win-win situatie, toch?
  • RWI (vroeger het arbeidsburo):
    handhaaf vooral de onroerend goed belasting.
  • Het sociaal akkoord tussen ondernemers
    en FNV betekende vorig jaar al een verlaging
    van de inzet met 1,5%, bij de nieuwe cao onderhandelingen durven ondernemers
    4% achteruitgang te eisen. (47. sociaal akkoord)
  • CEC, de 6 best betaalde topambtenaren, willen €14,5 miljard bezuinigen.
    Hoe? Lonen in de marktsector moeten omlaag. Dat zeiden zij ook tijdens de hoogconjunctuur,
    een gebrekkig inzicht dus. En, als de marktlonen niet voldoende achteruitgaan,
    dan moeten de ambtenarensalarissen omlaag. En de uitkeringen achteruit.
    Brengt samen meer op: € 5,5 miljard.
    Het pensioen verlagen van 100% naar 70% van het loon, scheelt kosten.
    Een eigen risico in de zorg van € 500 levert 3 miljard op, eigen bijdrage
    op medicijnen een half miljard. Eigen bijdragen in de AWBZ: driekwart miljard.
    Ziekenfonds verder uitkleden: € 2 mrd. Meer onder het hoge 19% BTW tarief brengen
    ipv het lage 6% BTW tarief: opbrengst €1 miljard.
    Meer eigen verantwoordelijkheid van de burger “zoek het zelf uit”,
    moet € 3,75 miljard opbrengen. Hogere prijzen voor het openbaar vervoer,
    invoeren tolwegen, minder huursubsidie: half miljard.
    Profijtbeginsel in het onderwijs moet een klein miljard opleveren,
    beperken toelating tot hoger onderwijs met hogere collegegelden.
    Belachelijke voorstellen? Nee hoor, zeggen de topambtenaren:
    10 jaar geleden lukte het Kok (PvdA) als minister van Financiën ook om 2,8% te bezuinigingen.
    Dat moet weer kunnen.

CDA en PvdA een Sociaal Gezicht?
Hooguit vóór de verkiezingen.
Daarna bezuinigen ze 4%.

  • niets voor cao afhankelijken, die krijgen koopkrachtverlaging, zeker in overheidsdienst;
  • uitkeringen worden toch ontkoppeld: komende 4 jaar minder dan 1,5% per jaar vooruit;
  • belastingverhoging, niks lastenverlaging;
  • beperkingen voor mensen die beroep moeten doen op de gezondheidszorg;
  • openbaar vervoer glijdt verder af naar het nivo in een ontwikkelingsland;
  • beleid op sociale woningbouw en de huren wordt aan projektontwikkeling overgelaten;
  • niets voor jongeren en anderen die kennis willen opdoen: het onderwijs is kaal bezuinigd;

Totale miskenning dat de hulpbronnen van een land allereerst bij de mensen met hun vaardigheden en talenten liggen.

Ontwikkel die kennis nu eens, in plaats van kortzichtig mensen als kostenpost te zien.
De politieke uitdaging is om nu anticyclisch te investeren voor de toekomst.
Die keuze omzeilen, is kiezen voor eigen baantjes.

Voor ondernemers is een belasting paradijs opgetuigd en liggen ettelijke miljarden subsidies klaar.
Investeringsplicht als tegenprestatie? Daar durven CDA en PvdA niet aan.
Voortzetting van dit beleid is geen investering in de toekomst van Nederland.
Maar geeft nog meer ruimte aan egoïstische graaiers.

Wel meer belasting persen uit de bevolking:
€ 5 miljard extra belasting voor ‘nieuw beleid’ van de centrale overheid.
Die toenemende belastingdruk is vanaf 2000 nu juist de oorzaak van de hoge inflatie,
dus het koopkrachtverlies. (16. veroorzakers inflatie)
Er zijn alternatieven voor loonmatiging. In plaats van potverteren kan de overheid
de eigen organisatie doelmatiger inrichten. Zoals de Rekenkamer ieder jaar opnieuw aangeeft.

Integriteit, redelijkheid en billijkheid van bestuur neemt af. Dat is het probleem.
Nu roepen om loonmatiging betekend instandhouden van deze corruptie.

Politiek is het maken van keuzes.
Bezuinigen is politieke lafheid.

Het keizen voor de staatsboekhouding is kiezen tegen een leefbare samenleving.

bestuurlijk systeem loopt kwalitatief vast. De kosten van de overheid lopen op,
terwijl steeds minder verantwoordelijkheid wordt genomen:

  • Veel parlementaire drukte en regeringsinspanning is toenemend media gedreven.
    Het gaat te makkelijk om onbenullige bijzaken, aan hoofdzaken wordt te vaak achteloos voorbij gegaan. Merkt Herman Tjeenk Willink begin 2003 op, als functioneel voorzitter
    van de Raad van State. Binnen zelfstandige bestuursorganen gaat de helft van de staatsbegroting op, de verantwoording is wisselend, soms zelfs niet eens geregeld.
  • Halfslachtig beleid dat politieke keuzes vermijdt en daarom dure externe buro’s inhuurt
    om politieke hangijzers uit de weg te gaan. Tot de belangstelling is overgewaaid.
  • Bij wetgeving wordt makkelijk verwezen naar niet bestaande Europese regelgeving.
  • De verstikkende burokratie: Nederland is vergeven van duur betaalde managers,
    die als de besten weten hoe anderen het moeten gaan doen. Zij verdringen elkaar.
    Maar voor opleiding, instandhouding en uitvoering van die overheidstaken is steeds minder geld.
  • Regelzucht op afgeleide zaken, zonder visie hoe de verschillende maatschappelijke processen in elkaar zitten en onderling afhankelijk zijn.
  • Te weinig achterom kijken wat het resultaat is van genomen besluiten.
    Daardoor wordt nauwelijks beseft dat wat beleid heet, helaas knoeien is op goed geluk.
  • Zo ziet het politiek verantwoordelijk bestuur zelden in dat het op hoofdzaken
    de gevangene is van het georganiseerd bedrijfsleven.

belastingdruk:

  • Vanaf 1994 neemt de belastingdruk voor de bevolking snel toe. Op lokaal en centraal nivo.
    Die opbrengst wordt grotendeels doorgesluisd naar ondernemers.
    Zoals het pretpakket Vermeend om voor 87 MNO’s de vennootschapbelasting
    te verlagen van 35% naar 7% (kost €1,5 à € 2 mrd per jaar), wat niets bijdraagt
    aan de welvaart in Nederland. (63. belastingparadijs)
    Net zo min als de ‘normale’ bevoordeling van ondernemers met miljarden per jaar. Daarbuiten ontgaat zelfs de Rekenkamer steeds vaker de doelmatigheid van uitgaven.

maatschappelijke verspilling:

  • Direkte kapitaal verspilling door slecht functionerende overheid;
    15 jaar doorgedouwde ontregeling met privatiseringspeeltjes;
    systematische verspilling bij uitbesteding van afgestootte taken; geen beleid op bereikbaarheid: wèl dure en nutteloze prestige projekten zoals Betuwelijn;
    tegelijkertijd afbraak en opknippen van een matig geïntegreerd openbaar vervoer.
  • Staatsschuld is in acht jaar afgelost tot 52%, terwijl de EU norm 60% is,
    wat veel EU landen niet eens halen. De € 51 mrd aan meevallers in 2001 en 2002
    hadden gereserveerd moeten worden als buffers voor AOW, ziekenfonds, WAO en AWBZ.
  • Toenemende scheefgroei in inkomens. Bij reorganisaties en ontmanteling een mager sociaal vangnet voor het personeel, maar gouden handdrukken voor de schuldige managers.
  • Sociale Zekerheid ten dele ontmanteld, ten dele onteigend en vervolgens genationaliseerd.
    De uitvoering in 10 jaar organisatorisch niet verbeterd.
  • De gezondheidszorg gaat langzaamaan ten onder in de maalstroom van deeloplossingen
    op korte termijn.
  • Organisatorisch wordt het onderwijs permanent gereorganiseerd om de kosten omlaag te krijgen. De inhoud opbouw en doelmatigheid -verdergaand dan in nota's- is vooral bij vmbo en hogescholen verwaarloosd.
  • Landbouwbeleid levert 10 bedrijfssluitingen per week op. Industrie beleid is helemaal afwezig, en toch verstrikt geraakt in JSF investeringen.
  • Kostbare inzet en afgang bij koloniale militaire avonturen buiten de EU.
  • Opmerkelijk eenzijdige beroepsopbouw binnen het openbare bestuur:
    meer dan de helft van de participanten heeft een ambtelijke achtergrond.
politieke verloedering:

Onder het huidige politiek bestel en de verwante misstanden verdiepen de tegenstellingen zich snel.
Politieke onvrede kan zich onvoorspelbaar uiten.
Cao afhankelijken en uitkeringsgerechtigden laten zich niet onbeperkt vernederen.
of ga door naar: (15. winst & loon)
sept-04


kleine logo