1 mei komitee
kleine logo
verloren loonruimte 4

De prijsverhoging opgeteld bij de toename van de produktiviteit geeft de ruimte die er minimaal is om de cao lonen te verhogen. Wordt die loonruimte wel opgeëist?

grafiek 04.-1
bron: CPB: MEV 1997; MEV 2003; MEV 2007; MEV 2011; MEV 2016 prijsstijging = cpi

Het gebied tussen de gele lijn ‘prijs- en produktiviteitstijging’ en de rode lijn ‘toename cao loon’, geeft de loonruimte aan die aan de ondernemers en hun financiers is weggegeven.

Het cao loon blijft sinds 1982 steeds verder achter bij samengeteld de prijsinflatie
en de toename van de produktiviteit. Het gevolg van 35 jaar loonstagnatie, waarvan ettelijke jaren hoogconjunctuur.

Ieder jaar dat het cao loon onder de prijsinflatie + produktiviteitsstijging blijft, leveren cao afhankelijken weer extra loonruimte in. Als de geldontwaarding gecompenseerd wordt,
blijft de koopkracht op peil. (03. loonachterstand) Maar het gaat er niet alleen om koopkracht handhaven. Ook om gelijk op te delen met de geldverschaffers in de verhoogde opbrengst
van het geleverde werk.(30. opbrengst voor arbeid en kapitaal)

In 35 jaar is de economie 3,5 keer zo groot geworden, terwijl de waarde van het cao loon
maar net iets meer dan verdubbeld is. (34. cao eisen en resultaat)
Bedenk daarbij wel dat de werkelijke geldontwaarding eigenlijk nog hoger ligt dan hier weergegeven cpi. (41. inflatie bestrijding)

conclusie:
looneisen stellen is nog niet genoeg
er moet hoger resultaat behaald worden

CPI= consumenten prijs index = prijsinflatie = geldontwaarding = koopkrachtverlies.
Deze CPI ligt lager dan de werkelijke inflatie, die is hoger, kijk ook bij (5. loon & inflatie)

Produktiviteitstijging = toename van de opbrengst bij dezelfde inzet van arbeid.
Zowel de reeksen produktiviteitstijging als contractloon hebben alleen betrekking
op de marktsector, maar zonder de olie- en gaswinning en de onroerend goed sector.

geleide loonpolitiek
Halverwege het jaar bepalen vakcentrales hun looneis voor het komend jaar.
Traditioneel baseerden de vakcentrales zich voor hun loonruimte berekening op prijsinflatie + produktiviteitsstijging zoals het CPB die opgeeft. En wel voor het vorig jaar, het lopend jaar en het komend jaar. Dat is een wankele basis, want betrouwbare cijfers over het lopend jaar en het komend jaar kunnen er uiteraard helemaal niet zijn.
Het CPB geeft voor die jaren een voorspelling. Jawel, die later weer moet worden bijgesteld aan de werkelijke ontwikkelingen. Het nivo van geldontwaarding is nu eenmaal afhankelijk van vele tevoren onbekende omstandigheden. (33. inflatie)
Ook cijfers over het afgelopen jaar zijn niet betrouwbaar en worden vaak nog een paar keer herzien. Hier zit dus ruimte voor politieke manipulatie. (29. voorspelling of volksverlakkerij)

Door de produktiviteit over 2001 overdreven negatief te presenteren, en de werkelijke inflatie te laag, werd op voorhand bereikt dat de gierende prijsinflatie van 2001 in de voor 2003
te formuleren looneisen niet meer gecompenseerd kon worden. (34. cao eisen & resultaat)

Zo werd de loonruimte methode van de vakcentrales gebruikt om de loonkosten te verlagen

Door de cijferreeksen en voorspellingen van het cpb aan te sturen, in de wetenschap dat die voor zoete koek worden aangenomen, is in feite de geleide loonpolitiek vanaf 1945 de hele verdere 20e eeuw en nog iets langer voortgezet. (43. vakbondstientje)

arbeidsproduktiviteit en loonvorming
Na veel diskussie tussen DNB, CPB en CBS is vanaf 2015 besloten tot een andere manier om te becijferen hoeveel werkend Nederland overhoudt van wat er in Nederland wordt verdiend. Toen bleek dat een stuk minder te zijn dan de 95%, zoals in 1996 door het CPB werd voorgespiegeld. Voor de 20 jaar vanaf 1998 kwam het ineens op nog geen 75% uit.
(30. opbrengst voor arbeid en kapitaal)
Meer dan 25% gaat dus naar de geldschieters. En inderdaad, de winsten stegen explosief
in die periode. (11. winst in Nederland)

DNB weet het achterblijven van de lonen bij de groeiende economie aan de snel toegenomen flexarbeid. CPB beweert eind november 2018 dat het ligt aan het afnemen van de produktiviteit. Geheel in lijn met het steeds terugkerende verhaal dat de arbeidsproduktiviteit te laag ligt om de groei van de economie tot altijd hoger nivo op te stuwen.

arbeidsvoorwaarden verslechteren
Lagere arbeidsproduktiviteit is best voorstelbaar na jaren van loonstagnatie door loonmatigingsbeleid (40.-3. loonmatiging is het verdienmodel),
werkonzekerheid door toenemend tijdelijke contracten of externe inhuur (65. zzp misbruikt),
verschraling van de arbeidsvoorwaarden (61. bestaansminimum),
en concurrentie op arbeidsvoorwaarden. (59. concurrentie op arbeidsvoorwaarden)
Mensen voelen zich toenemend uitgebuit en geminacht. (64. kloof)

Jongeren, herintreders en mensen met migratieachtergrond worden overwegend ingehuurd
op deeltaken of klusjes, onder hoge werkdruk, opgelegde normuren, met weinig eigen verantwoordelijkheid, het management schrijft gedetailleerd voor. Weinig zekerheid op behoud van inkomen, onder tijdelijke, slechtere arbeidsvoorwaarden dan collega’s. Mensen uit Midden-Europa worden ingezet om de lonen verder te drukken door ze zwaar onder te betalen via buitenlandse detacheringsconstructies.

Personeel met vast contract wordt geschoffeerd met achterblijvend loon bij de groeiende winsten, zelfs afnemende koopkracht. Het management weigert ook in tijden van hoogconjunctuur de werkenden tegemoet te komen bij cao onderhandelingen. Zoals alweer
in de grootmetaal in 2018.

Bedrijven schuiven het ondernemersrisico steeds meer op het bordje van het personeel.
Zo weten de werkenden dat ze toch niet serieus worden genomen. Uiteraard gaat dit ten koste van de motivatie op het werk. Het gevolg is tanend vertrouwen in de bedrijfsleiding en afnemende loyaliteit aan het bedrijf. Dus loopt er steeds meer fout binnen de bedrijven.

conclusie:
verslechterende arbeidsverhoudingen leiden tot lagere arbeidsproduktiviteit

cpb verwisselt oorzaak en gevolg
Loonachterstand is helemaal niet te verklaren vanuit economische modellen, want loonvorming is de uitkomst van machtspolitiek. (40.-3. loonmatiging is het verdienmodel)
Politieke machtsverhoudingen komen nergens voor in de dominante economische modellen.

Op wetenschappelijk nivo toont de CPB studie een jammerlijk gebrek aan theoretisch inzicht
en gezond verstand. Bij de statistische samenloop van de afnemende produktiviteit en de achterblijvende lonen, zijn oorzaak en gevolg door elkaar gehaald.

Het blijft natuurlijk ook de vraag of het door het CPB opgevoerde cijfer voor de arbeidsproduktiviteit wel deugdelijk is. In het verleden is te lage produktiviteit steeds opgevoerd als reden om de loonmatiging verder voort te zetten. (40.verslaafd aan loonmatiging)
Aan de andere kant geeft het CPB hoog op over digitalisering als hèt middel om de loonkosten te verlagen. Maar waar blijft nu die meerwaarde van digitalisering? Tikt die niet aan, of wordt die juist niet gemeten?

Met deze methodologische fouten bij het CPB wordt het politiek beleid van bedrijfsleidingen, hun geldschieters en de overheid goed gepraat. Door verwarring te stichten. Daarmee maakt het CPB zich dienstbaar aan de ongebreidelde rendementverhoging voor geldschieters. Stelt zich hier dus politiek op.

conclusie:
CPB voert politieke propaganda

tegenspraken
Over het jaar 2001 presenteerde het CPB in MEV 2003 een daling van de arbeidsproduktiviteit met 0,6%. Die achteruitlopende produktiviteit zou de concurrentiekracht van Nederland
in gevaar brengen. Opmerkelijk, omdat verscheidene industriëlen de produktiviteit in 2001 juist zagen stijgen. (32. concurrentiepositie)
Maar ja, deze stelling was nu eenmaal het stokpaardje van de toenmalig voor het CPB verantwoordelijke LPF minister. Het CPB gehoorzaamde.
Toch, over 60 jaar bekeken blijkt zijn gejammer over dalende produktiviteit niet meer dan borrelpraat te zijn.

grafiek 04.-2.
bron: cbs sept.2009

hoger loon = noodzaak
De Europese Commissie verwijt Nederland al sinds 2012 een bovenmatig overschot op de lopende rekening. Dit in vergelijking tot de andere eurolanden. Het hoge overschot ondergraaft ook nog eens de economische verhoudingen binnen het euroblok. (32. concurrentie positie / 11)
De Nederlandse Bank legt de oorzaak van dit hoge handelsoverschot bij de doorgeschoten loonmatiging in Nederland. Zelfs IMF en OESO wijzen de regering er sinds 2013 op dat de overdreven loonmatiging de Nederlandse economie onnodig afremt.
(XLVI. lager loon = meer winst = minder investeringen = minder werk)

De politiek van loonmatiging is de opeenvolgende Nederlandse regeringen van tientallen jaren, de gezamenlijke ondernemers te verwijten. Maar ook de vakcentrales zolang die zich corporatistisch blijven opstellen. (43.-1. staatsvakbond of vrije vakbeweging)

Om onze Nederlandse economie in stand te houden, is een hogere koopkracht nodig.
Alleen daardoor kan de binnenlandse consumptie toenemen. Waarmee de op de binnenlandse economie gerichte bedrijven met minstens 2/3 van de werkgelegenheid meer kans maken om in stand te blijven. Dit betekent dat hogere lonen noodzakelijk zijn.
(XLIII. wie niet aan zijn toekomst bouwt, heeft er geen)
Daarmee wordt ook de opbouw van onze economie minder eenzijdig afhankelijk van export. Allemaal in het voordeel van de bevolking in Nederland. (02. verdeling van de welvaart)

reële lonen blijven achter
Ter bevestiging stelt het cbs eind 2015 in een eigen studie over de periode 2001 tot in 2014
dat de reële lonen zijn achter gebleven bij alleen al de produktiviteitsstijging van de arbeid.

grafiek 04.-03.


conclusie:
we hebben onnodig geld laten liggen

ga door naar: (45. loonsom stijging)

dec.-18
kleine logo 00-1