1 mei komitee
kleinlogo
pensioenroof 201648-4
de pensioenfondsen zijn niet in problemen gekomen,
maar in problemen gebracht


Ieder pensioenstelsel heeft zo zijn eigen voor- en nadelen. Met verbijsterend gemak zijn vele beslissers en hobbyende technokraten erop uit het in Nederland functionerend pensioensysteem overboord te zetten. Inplaats van de wettelijke beperkingen weg te nemen waardoor de pensioenuitkeringen dreigen gekort te gaan worden.
In Nederland heeft de werkende bevolking verplicht een deel van hun loon moeten inleggen voor hun oude dag. In 2016 is zo door de mensen een vermogen van bijna € 1.400.000 miljoen opgebouwd. Dat vermogen wordt nu in de waagschaal gezet. Zo zullen er over een tiental jaren nauwelijks nog leefbare pensioenen worden uitgekeerd.

Deze ontwikkeling is niet onafwendbaar. Het is ook geen natuurlijk proces. Het is mensenwerk. Sommigen in de maatschappij hebben er belang bij dat het pensioenstelsel omvalt en weer anderen dat het juist in standgehouden wordt. Voor iedereen die weigert op een houtje te gaan bijten na het werkzame leven, is het uiteraard de moeite hierover de politieke strijd aan te gaan.


pensioenstelsel omgooien =
bestaande onzekerheden vervangen
door andere, nieuwe onzekerheden

bij de verbouwing van het pensioenstelsel gaat het
niet om het garanderen van een leefbaar pensioen

Gepropageerde individuele potjes zijn bedoeld om aan te sluiten bij de verzekeringsmethodiek. Want nu de levensverzekeringen zijn weggevallen zoeken de verzekeraars een andere inkomsten bron. Daarvoor hebben ze de pensioenpremies uitgekozen. Om dit nieuwe verdienmodel voor verzekeraars te ontsluiten, is een verandering
in het pensioenstelsel nodig.

De andere reden om het stelsel te verbouwen is lagere pensioenpremies te bewerkstelligen. Want daarmee gaat de loonsom voor bedrijven en overheid omlaag. Dat levert weer minder overheidsuitgaven en een hoger winstvermogen voor bedrijven op. Daarmee neemt de kans op hoger rendement voor beleggers toe.


Het probleem met de dekkingsgraad van het aanvullend pensioenstelsel zit in 2016 vast op wet- en regelgeving, niet op gebrek aan vermogen of rendement.
Ten eerste het verplicht gestelde toepassen van een arbitraire rekenrente om de verplichtingen van een pensioenfonds te berekenen.
Ten tweede veroorzaakt regelgeving dat pensioenfondsen die enige tijd geleden in onderdekking zijn geraakt, bij stijgende marktrente moeten afboeken op hun vermogen.
Het gevolg van de verplichting om nieuwe beleggingen alleen in staatsobligaties te doen.
Bij de lang aanhoudende uitzonderlijk lage rente zijn obligaties duur. Bij stijgende rente worden ze minder waard.

Daarom hieronder een overzicht van twintig meest gebruikte propaganda verhalen zoals we die over ons heen krijgen en wat daaraan niet deugt.


beweringen & argumenten

1. Het pensioenstelsel moet hervormd worden.
Waarom? Oeso, IMF, ondernemerslobby VNO, de Europese Commissie, ettelijke economische denktanks, overheidsinstanties zoals DNB en CPB en diverse wetenschappers stellen dit regelmatig zo. Hun uiteindelijke argument is dat hervorming van het pensioenstelsel nodig is om het concurrentievermogen van onze economie te verhogen. (32. concurrentiepositie)
Bedoeld wordt hogere winstgevendheid door een lagere pensioenpremie. (14. rendement van de Nederlandse economie)
Het gaat deze lobbyclubs en beslissers dus helemaal niet om verbetering van het pensioenstelsel, maar om verlaging van de loonkosten bij bedrijven en overheid. Alles in het kader van de wereldwijde concurrentie op loonkosten. (61. bestaansminimum)


2. De pensioenen zijn onbetaalbaar.
Niets is onbetaalbaar, zolang je het er maar voor over hebt ervoor te betalen. Natuurlijk kost een pensioenopbouw geld. Maar dat geld is een deel van het loon, van de arbeidsvoorwaarden om een menswaardig bestaan te voeren in een van de rijkste landen ter wereld.
Echter, mainstream economen, managers, ondernemers en onze regering is bij hun opleiding verteld dat loon en arbeidsvoorwaarden financiële onkosten zijn. Dat het gaat om een noodzakelijk bestanddeel voor een volwaardig leven van het personeel dat ze gebruiken, willen ze niet weten. Bij de beslissers ontbreekt domweg de politieke wil om de pensioenen van de werkenden te garanderen. En dat is al heel lang zo. (1. loonmatiging)


3. Kortingen op pensioenuitkeringen zijn in 2017 waarschijnlijk nodig.
    Uiteraard een teleurstelling en pijnlijk voor de gepensioneerden
    die hun hele leven gespaard hebben voor die uitkering, maar onvermijdelijk.
Eind juni 2016 staat het pensioenfonds van zes en een half miljoen deelnemers in onderdekking. Als dat niet snel verbetert, volgen in 2017 kortingen. Het gaat om een lagere uitkering voor 2.400 duizend gepensioneerden en een lagere pensioenopbouw voor 4.100 duizend werkenden.

Onvermijdelijk? Nee, Het achterstallig loon wordt met een rekentruc gejat. Zowel van de nu gepensioneerden, als van degenen die nog werken en bezig zijn met hun pensioenopbouw.
De omstreden, maar wettelijk verplicht toe te passen rekenrente om de toekomstige verplichtingen van een pensioenfonds te berekenen, veroorzaakt dat de dekkingsgraden dalen. Dus, niks onvermijdelijk.
Technisch gaat de beleidsdekkingsgraad van pensioenfondsen -de gemiddelde dekkingsgraad over de laatste 12 maanden op 31 december 2016- gebruikt worden om per 1 april 2017 kortingen op te leggen.


grafiek 48-3.01.

De beleidsmakers houden vol dat de door hen ingestelde rekenrente methode objectief is en dat wijziging ervan dus politiek onverantwoord is. Allemaal bluf. Want er bestaat geen objectieve methode. Economische belangen bepalen de methode. De huidige rekenrente is het resultaat van de politieke machtsverhoudingen van een paar jaar geleden. Daarmee is de rekenrente onder andere machtsverhoudingen ook weer te wijzigen.


4. De toezichthouder biedt zekerheid voor het pensioenstelsel.
a. De houdbaarheid van de pensioenaanspraak is nooit zeker, al helemaal niet over de lange termijn van 40 tot 50 jaar. Een toezichthouder kan hooguit ongebruikelijk beleid bij een pensioenfonds signaleren en corrigeren.

b. Dat toezichthouder DNB de rekenmarges per maand mag bijstellen, betekent dat het toezicht kan gaan manipuleren. Zo leidt de huidige verplichting voor pensioenfondsen om bij onderdekking nieuwe beleggingen uitsluitend in staatsobligaties te doen, onvermijdelijk tot kapitaalvernietiging zodra de rente gaat stijgen. Op dat moment gaan we dus te horen krijgen dat er gekort gaat worden op de pensioenen omdat helaas de kapitaalbuffers tekort schieten.

Bij de sinds begin 2014 dalende rente op een staatsobligatie of -lening, steeg de verkoopwaarde of koers van zo’n obligatie. Dus ook de boekwaarde. Helemaal nu de rente veelal negatief is, waarbij de uitlener van geld later minder terug zal krijgen. Anders gezegd: er worden in feite stallingskosten betaald. Halverwege 2016 staat er wereldwijd zo al $ 10.000.000 miljoen aan leningen uit. Zodra de rente in de toekomst gaat stijgen, daalt de koers van die obligaties. Voor pensioenfondsen betekent het dat de waarde van hun verplichte belegging in obligaties achteruit gaat. Stijgt de rente snel, dan wordt dat een gevoelige kapitaalvernietiging. Voor andere financiële sectoren gaat dat ook op. Daarmee is dan de volgende krediet chaos aangebroken. (58.-2. krediet chaos 7 jaar later)

c. Toezichthouder DNB heeft zelf als beleid dat het huidig collectief pensioenstelsel op zo kort mogelijke termijn overhoop gegooid moet worden. DNB wil een stelsel met individueel pensioenvermogen en dat daartoe heel snel het verlies genomen moet worden. Het gaat dan om een bedrag van geschat tussen € 60.000 miljoen en € 100.000 miljoen dat in rook zal opgaan.


5. Pensioen is gratis inkomen, zonder daarvoor te hoeven werken.
a. Het AOW pensioen is een omslagstelsel ingesteld in 1956. Verreweg de meeste gepensioneerden van dit moment hebben binnen dit stelsel hun leven lang betaald voor de AOW pensioenen van de vorige generaties.
b. Het aanvullend pensioen van de gepensioneerden wordt betaald uit geld dat werd ingehouden op het loon van werkenden. Dat pensioen is dus nooit gratis, maar het uitgesteld loon voor werkenden na de pensioendatum.


6. Lage rente nekt de pensioenfondsen.
a. De lage rente is niet het gevolg van onoverkomelijke marktwerking zoals wordt beweerd. De lage rente is het gevolg van de marktmanipulatie door de ECB.
(62. loonkostenverlaging in Europa)


grafiek 48-3.02
bron: DNB

b. Wat de pensioenfondsen nu nekt is gesjoemel met de wettelijk opgelegde rekenregel, beheerd door toezichthouder DNB. Deze rekenregel is gebaseerd op diverse aannames en een stuk marktideologie. Er ligt geen onaantastbare logica aan ten grondslag. Deze geconstrueerde rekenrente pakt vanaf 2015 zo uit dat de pensioenfondsen over nagenoeg de hele linie zwaar in onderdekking komen. Tegelijkertijd is het rendement op de vrije beleggingen over het algemeen comfortabel. Het gemiddelde beleggingsresultaat over de laatste 20 jaar ligt bij de 7%.


grafiek 48-3.05.

c. De vermogensbuffers van de meeste pensioenfondsen -opgebouwd met inhoudingen op het loon van werkenden- zijn in de ‘90er jaren afgeroomd. Dat wil zeggen, de fondsbesturen hebben toen het vermogen ten dele weggegeven aan de werkgevers. Zowel bij bedrijven als overheid. Daarna is in latere jaren stelselmatig de premie inleg te laag vastgesteld. Om de totale loonkosten voor de werkgevers te drukken. Deze twee trucs hebben de reserves van de pensioenfondsen gevaarlijk uitgehold. Daar zitten we nu mee. Ter illustratie: in 1997 bleek volgens de Rekenkamer ƒ 30.000 miljoen -ongeveer 10% van het vermogen- bij ABP te zijn verdwenen.


grafiek 48-3.04.
bron: ABP jaarverslagen

7. Jongeren worden bestolen, de pot raakt leeg.
Niet waar, dit is bangmakerij. Het vermogen van de gezamenlijke pensioenfondsen is gestegen, met meer dan 7% per jaar in de laatste 20 jaar. De pot groeit dus. Iets anders is of er voldoende vermogen is over 20, 30 of 40 jaar. Hoe je dat moet bepalen is een centraal probleem. De gebruikte toezicht systemen gaan uit van gelijkblijvende omstandigheden, van nu tot in het oneindige. De omvang van relatief kleine rimpelingen zoals de aandelencrisis van 2001 of kapitaalchaos in 2008 waren tevoren niet te voorzien.

Geen enkel pensioenstelsel kan garanderen dat er over tientallen jaren in de toekomst nog genoeg vermogen zal zijn om een leefbaar pensioen uit te keren.


8. Met dat alles in 1 pot gaat, halen bij de huidige onderdekking
    de gepensioneerden de pot leeg.

Het opvoeren van een generatieconflict, de tegenstelling jong – oud wordt opgevoerd door degenen die het huidig pensioenstelsel hoe dan ook willen afschaffen. Bedoeld om in de verwarring daarover het pensioenstelsel achter hun rug af te breken.
Daar zijn 3 hoofd motieven voor:


9. Je mag nooit meer uitkeren dan de pot groot is.
Klopt, maar hoe groot die pot is, is op dit moment afhankelijk gesteld van een wettelijk vastgelegde, maar triviale berekening, die uitgaat van de huidige rentestand, die vervolgens domweg is doorgetrokken voor de komende 40 jaar en daarvan het gemiddelde over de laatste 12 maanden. De zogeheten beleidsdekkingsgraad. Dat is dus de waan van de dag. En dat moet bepalend zijn voor hoe de verhouding tussen verplichtingen en vermogen van een pensioenfonds er over 40, 50 jaar uitziet?
Kristallenbollen werk.

grafiek 48-3.03.

10. Als er niet gekort wordt op de pensioenen betekent dit dat er meer uitgekeerd
    wordt dan dat er in de pot zit, dus dat jongeren moeten betalen voor ouderen.

In deze redenering zijn jongeren degenen van 45 oud en jonger en zijn de ouderen boven 45 jaar oud. De uitkomst van de geconstrueerde rekenrente waarmee bepaald wordt hoe groot de reserve is, is slechts een momentopname. Zodra onder deze zelfde rekenrente de rente straks stijgt, krijgen de ouderen minder dan dat er uitgekeerd kan worden. Zodat dan ouderen gaan betalen voor de jongeren. Zal je net zien dat vervolgens de pensioenvermogens weer afgeroomd worden zoals al eens eerder gebeurde in de 90er jaren.

Zodra pensioenen gekort of niet geïndexeerd worden, betekent dit niet alleen dat de uitkeringen omlaag gaan. De aanspraak op het toekomstig pensioen van de werkenden gaat met hetzelfde percentage omlaag.


11. Het aanvullend pensioenstelsel is gebaseerd op levenlang werken bij dezelfde baas.
Dit is een karikatuur uit een geromantiseerd verleden. Het hele leven bij dezelfde baas werken is altijd uitzonderlijk geweest . Nooit is het pensioenstelsel vanuit die optiek opgezet.
Altijd is het heel gebruikelijk geweest dat mensen in hun levensloop verschillende betrekkingen hadden. Al was het maar ten gevolge van bedrijfssluitingen of faillissementen. De gemiddelde levensduur van een bedrijf is nog geen 20 jaar. Ook het overstappen naar ander werk door slechte arbeidsverhoudingen of familie omstandigheden is al zo oud als de wereld. Heel normaal is ook dat vaker in het leven van beroep is veranderd. Zowel als gevolg van veranderingen in de economische opbouw als van de persoonlijke ontwikkeling. Zogezegd, je begint aan een beroep en komt vaak heel ergens anders uit. Wie kent dat niet.

Meenemen van het pensioen naar het pensioenfonds dat bij een volgende baan hoort, dat heeft altijd wel veel gedoe en teleurstelling opgeleverd. Maar dat is weer een heel andere kwestie.


12. Harde toezeggingen zijn binnen het huidig pensioenstelsel niet terecht.
Klopt. En geen enkel stelsel kan dat. Want het gaat over de verren toekomst tot wel 40 jaar
of meer. De veronderstelde aanspraken kunnen alleen vervuld worden onder ongewijzigde omstandigheden. Altijd kunnen zich onvoorziene gebeurtenissen voordoen zoals oorlogen, epidemieën, economische instorting. Daarmee kan het gebrek aan harde toezegging geen reden zijn om het huidig stelsel overboord te gooien. Want geen enkel ander stelsel kan dit ondervangen. De commerciële pensioenverzekeraars leggen bij voorbaat alle risico bij de deelnemer.


13. Het pensioenstelsel deugt niet, want het groeiend leger zzp’ers is uitgesloten.
Dit is niet waar. Hier wordt het aanvullend pensioenstelsel verward met het omslagstelsel voor de AOW. Zzp’ers betalen niet mee aan de AOW en krijgen na de pensioengerechtigde leeftijd wel een AOW uitkering. Dat is een probleem. (52. plundering volksverzekeringen)
Maar niet voor het aanvullend pensioenstelsel waar het hier om gaat. En gaat het hier om bezorgdheid om de toekomst van de zzp’er? Welnee. Deze bewering is afkomstig van degenen die het pensioenstelsel willen ontmantelen. Daartoe wordt het aantal zzp’ers bewust overdreven. En de oorzaak van het groeiend aantal zzp’ers vals voorgesteld. (65. zzp wordt misbruikt)
Een zzp’er kan namelijk wel degelijk aanvullend pensioen opbouwen, maar heeft daar meestal het geld niet voor.


14. Er zijn hogere beleggingsresultaten met de inleg van jongeren mogelijk
    als er met meer risico wordt belegd.

Met jongeren wordt dan bedoeld mensen van 45 jaar en jonger. Dat hoger risico nemen altijd meer zal opbrengen is een valse voorstelling van zaken. Bizar dat het CPB dit verhaal op lepelt. Het is een gok of meer risico nemen ook tot hoger rendement leidt. Want er is altijd evenveel kans op een lager rendement of verlies. Een enkel succes is op lange termijn niet maatgevend.

Leerzaam is het verlies van het grootste pensioenfonds ter wereld.

GPIF het pensioenfonds voor de Japanse ambtenaren.
Met een vermogen van omgerekend € 1.300.000 miljoen.
Geen kleine jongens dus.

In 2014 besloot het bestuur risicovoller te gaan beleggen in aandelen,
in plaats van voornamelijk obligaties.
Over maart 2015 - maart 2016 is een verlies geleden van ruim 3,5%.
Zomaar € 46.100 miljoen vergokt door meer risico te nemen.
Niks gegarandeerd hoger rendement.

Dat de inleg van jongeren apart belegd kan worden, veronderstelt dat er per deelnemer afzonderlijke pensioenpotjes bestaan, met afzonderlijke risico profielen. Dat maakt de beheerkosten van het pensioenvermogen aanzienlijk duurder dan in het huidig stelsel dat juist gebaseerd op het collectief dragen van risico’s.


15. Het huidig pensioenstelsel biedt geen maatwerk of keuzevrijheid.
Klopt. Maar verzwijg niet dat aan meer maatwerk en keuzevrijheid een heel duur prijskaartje hangt. Dus een veel lagere uitkering. Optimale keuzevrijheid en maatwerk als individu krijg je bij de duurdere commerciële verzekeraars. Maar dat is pas mogelijk bij een persoonlijke premie inleg van een paar ton of meer per jaar zoals alleen veelverdieners zich dat kunnen permitteren.

a. Er wordt wel mee geschermd dat in andere landen de keuzevrijheid tussen pensioenaanbieders veel groter is. In Groot Brittannië is dat zo, maar daar gaat het om erg lage aanvullende pensioenen, in vergelijking met de uitkeringen in Nederland. In andere landen met een pensioenstelsel met keuzevrijheid naar pensioenaanbieder, is die keuze niet aan de deelnemer, maar voorbehouden aan de werkgever -zoals in Nederland ook ten aanzien van het bedrijfstakpensioenfonds-. In Nieuw Zeeland en Zweden worden de pensioenaanbieders eerst voorgeselecteerd door de toezichthouder en het contract ligt daarna voor meerdere jaren vast.

b. Als maatwerk betekent, dat het mogelijk moet zijn de inleg te gebruiken voor bijvoorbeeld een wereldreis of de aanschaf van een koophuis, dan hol je zelf je eigen pensioen uit. In dat geval kan je beter een spaarrekening openen bij een bank.

c. Als de keuzevrijheid betekent dat je als individu heen en weer kan hoppen van het ene naar het andere pensioenfonds, dan moeten binnen de kortste keren de pensioenfondsen met in verhouding weinig werkende deelnemers de uitkeringen korten door de teruglopende inleg. Daarmee is het huidig stelsel heel snel opgeblazen.


16. Individualisering maakt het pensioen transparanter.
Dat is betrekkelijk. De overgrote meerderheid van de mensen raakt pas boven de 50 -bijvoorbeeld bij ontslag- geïnteresseerd in de pensioenaanspraken. Toch is meer transparantie een stokpaardje van het CPB, dat daarmee eigenlijk commercialisering van het pensioenstelsel voorstaat.
a. Meer transparantie geeft echter nog steeds een schijnzekerheid. Transparantie leveren over de hoogte van een uit te keren pensioen, tientallen jaren verder in de toekomst, is nooit te doen. Altijd kunnen er zich onvoorziene omstandigheden voordoen die de uitkomst doen wijzigen.
b. Individualisering van het beleggingsbeleid voor de pensioeninleg, maakt de uitvoering onvermijdelijk altijd duurder dan in een collectief stelsel en legt bovendien alle risico’s op verlies bij de individuele deelnemer. Dus een lagere pensioenuitkering dan mogelijk is onder het bestaand collectief stelsel. In principe is dit individueel al wat de commerciële verzekeraars aanbieden. Toch heeft dit de voorkeur van toezichthouder DNB.


17. Het pensioenstelsel moet anders om het toekomstbestendig te maken.
Inderdaad er zijn problemen. Die zullen er altijd zijn. Maar het hele stelsel weggooien zonder de risico’s te kunnen kennen van een nieuw stelsel, is wel heel erg dom. Dat is veranderen om het veranderen, dus onverantwoord waar het om zo grote belangen gaat.

problemen van het huidig aanvullend pensioenstelsel:

Voordat je gaat sleutelen, moet er uiteraard eerst een plan zijn hoe het toekomstig stelsel er dan wel uit moet zien. Zo’n plan is er niet. Althans, dat besluit is niet in alle openheid en ook niet democratisch genomen. Allerlei spraakmakers roepen wel van alles en de wetgever en de toezichthouder draaien wel aan de knoppen. Op de waan van de dag. (48.-2. pensioenroof) Zo zijn er de laatste jaren ingrijpende veranderingen doorgevoerd en staat er ons na 2017 alweer de volgende te wachten. Snel opeenvolgende ingrepen zijn een standaard recept voor ontregeling.

wat is er gebeurd

1992
Brede herwaardering = voorwendsels om de pensioen vermogens te plunderen.

1990- 2000
Bedrijfspensioenfondsen worden afgeroomd; te lage premievaststelling. bedrijfstak pensioenfondsen.

1996
ABP geprivatiseerd.

2002 - 2005
Slechte vermogenspositie pensioenfondsen komt aan het licht door de aandelencrisis in 2001.

tot 2003
Pensioen in 35 jaar op te bouwen met 2% van het bruto jaarloon, levert 70% van het eindloon op.

2003
Om de loonkosten te verlagen, volgt de ombouw van eindloon- naar middelloonpensioen.
Tegelijk is het opbouwpercentage verhoogd naar 2¼%;
De vervangende levensloop regeling is alweer opgeheven.

2005-2016
Steeds meer bedrijven weigeren bij te storten bij onderdekking van het bedrijfspensioenfonds,
betalen alleen nog een vaste pensioenpremie.

2008, 2011
De pensioenbuffers zijn aangetast door de krediet chaos. (58. kredietchaos)

2012
Wijziging pensioenstelsel

2013
AOW leeftijd wordt nog verder uitgesteld → minder uitgaven aan AOW + langer doorwerken voor iedereen.

2015
Pensioenopbouw naar 70% van het gemiddeld loon in 40 jaar tegen 1,875% per jaar,
gebaseerd op 40 jaar continu werken ook al komt dat hoogst zelden voor → de loonkosten verlaagd bij behoud van koopkracht + magerder pensioen.

2015
Veel pensioenen zijn in de afgelopen jaren gekort met 12%, soms meer.

2015
Berekening pensioenverplichtingen gewijzigd met het invoeren van de veranderlijke rekenrente door DNB.

2016
Nieuwe voorstellen om het pensioenstelsel in 2020 verder af te bouwen.

2020
Bij ongewijzigd beleid volgen ingrijpende kortingen.

jongeren houden straks geen leefbaar pensioen over

Het resultaat van de vele wijzigingen heeft geen zekerder pensioenstelsel voor werkenden opgeleverd. Maar wel een goedkoper pensioenstelsel voor werkgevers. Want lagere loonkosten, waar zij altijd al op azen.


18. Door de pas gebleken langere levensverwachting is er te weinig pensioenvermogen
     ingelegd.

Onzin. Deze redenering is bedoeld om de greep in de kas van pensioenfondsen 20, 25 jaar geleden door de werkgevers te verdoezelen.

Aan de andere kant is die hogere levensverwachting slechts gebaseerd op het doortrekken van een statistische trend uit het verleden. Het is daarmee een wetenschappelijk onverantwoorde aanname die zomaar onjuist kan blijken. Bijvoorbeeld door epidemieën, oorlog of voedselschaarste, of dat de levensduur de grens bereikt waarboven niet meer verder gerekt kan worden.

Bij de al jaren lopende ontmanteling van de gezondheidszorg, blijft een hogere levensverwachting voorbehouden aan grootverdieners. Het grootste deel van de bevolking wordt slecht betaald, zal zelden de voorgespiegelde hogere ouderdom halen.


19. Door de vergrijzing lopen de premie inkomsten terug, dus moet het stelsel
aangepast worden.

De pensioenpremie is al zo hoog dat bijvoorbeeld de premie voor het ABP betekende dat er meer dan 1 dag in de week voor het pensioen werd gewerkt. Werkgevers, dus bedrijven en overheid, die allebei in de besturen van de (bedrijfs-) pensioenfondsen zitten, weigeren uit eigen belang aan hogere pensioenpremies bij te dragen omdat het de loonkosten zou opdrijven. Of de koopkracht van het personeel aantasten, wat weer de arbeidsvrede in gevaar brengt.

a. De vergrijzing treedt niet plotseling op, maar was ruim 20 jaar geleden al af te leiden uit de bevolkingsopbouw.

b. Vergrijzing betekent voor een pensioenfonds dat er relatief meer uitgekeerd moet worden en minder wordt ingelegd. Voor dat verschil moet er een buffer worden aangehouden. Hoe groot die buffer moet zijn is onderwerp van politieke belangen en dus tegenstellingen. Het nu gebruikte technische rekenmodel is slechts een tijdelijk compromis.

c. Vergrijzing van de huidige bevolking wil niet zeggen dat er in de toekomst minder werkenden zullen zijn. De werkende bevolking is niet beperkt tot de landsgrenzen. Arbeidsmigratie is een gegeven dat zich al vóór de Middeleeuwen voordeed. Door instroom en werving van arbeidsmigranten blijven er echt wel genoeg mensen aan het werk. Het treurige is alleen dat deze migranten zwaar worden onderbetaald en dus geen of maar heel weinig pensioenpremie zullen inleggen. (61. bestaansminimum)

d. Andere ontwikkelingen zijn ten eerste dat bedrijven een steeds groter deel van het personeelbestand geen vast contract met pensioenopbouw biedt. (65. zzp misbruikt) Ten tweede worden jongeren die in vaste dienst komen een stuk lager betaald dan degenen die zij vervangen

Dus niet de vergrijzing, maar de politiek gericht op verlaging van de loonkosten veroorzaakt teruglopende inleg bij de pensioenfondsen.


20. Door de vergrijzing komt het hele beleggersrisico straks bij de deelnemers.
Nee, niet waar. De bedrijven willen sinds de eeuwwisseling een voorspelbare en steeds lagere pensioenpremie. Dus weigeren in 2016 verreweg de meeste bedrijven verdere verantwoordelijkheid voor het ‘eigen’ bedrijfspensioenfonds. Geen bijstortingen meer bij onderdekking. Daarmee is het beleggingsrisico bij het personeel gelegd.

aug-16 / jan-17

Voor details hoe het collectief pensioenstelsel naar de knoppen wordt geholpen,
lees verder (48-2. pensioenroof 2014-2016)

kleinlogo